'We zijn allemaal egotrippers'

Wie is de ware liefhebber van kunst? De beroeps die veertig keer om den brode hetzelfde stuk speelt? Of de amateur die weliswaar gedijt bij publieke aandacht, maar die genoegen neemt met een expositie in de plaatselijke bibliotheek? De Tweede Kamer wil meer aandacht voor de beoefening van amateurkunst, en staatssecretaris Aad Nuis is het daarmee eens. Maar waarom, omdat de amateur, soms 'de kunstzinnige burger' genoemd, een intensieve bezoeker van professionele kunst blijkt? Of vanwege de eigen merites van de amateur? Deze weken onderneemt Trouw een speurtocht naar de oprechte liefhebber. Vandaag: 'En er was licht', bewegingstheater.

Onverdroten gaan zij door. De zeven mannen en vijf vrouwen die drie maanden geleden door choreograaf-regisseur Arthur Rosenfeld voor een nieuwe produktie van theater de Engelenbak zijn uitgekozen, lijken van geen ophouden te willen weten. Op 20 januari is de première van 'En er was licht' gepland. Tot 4 februari volgen nog veertien voorstellingen. Na gemiddeld drie of vier avonden per week geïmproviseerd te hebben, moest het toerental opgedraaid. Vanaf nieuwjaarsdag lieten zij ook de hele weekenden hun licht schijnen over Het Licht van Genesis 1:3, met hulp van thema's uit het Oude Testament.

De twaalf amateurs variëren van twintig tot zestig jaar en van licht- tot zwaargewicht, van gelovig tot overtuigd atheïst. Sommigen verdienen wit, anderen noodgedwongen zwart. Onder hen zijn werkloze wetenschappers, een MBO-studente, een VUT-ter, een secretaresse en een automatiseringsdeskundige. Slechts één van hen heeft een opleiding dansexpressie onder de ledematen.

Kortom, twaalf gewone mensen uit de Randstad, verenigd door hun passie voor de magie van theaterspelen. Zonder de teamgeest die het uitbrengen van een nieuwe theaterproduktie oplevert achten zij hun leven onvolledig. Ditmaal hebben zij zich met hart en ziel aan bewegingstheater uitgeleverd.

Gevraagd naar zijn beroep antwoordt Boy Hazes (33): “Ik ben beroeps-amateur. Alleen voor mijn brood doe ik vier dagen per week automatiseringswerk. Volgens mijn vriendin word ik sjagerijnig als ik niet actief bij een of ander theater-projekt betrokken ben. Het is waar. Het liefst zou ik alle dagen, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat aan een voorstelling bezig zijn. Acteren of bewegen, maakt me niet uit. Waarom ik het doe? Alles wat in het dagelijks leven niet mag, mag op het toneel wel. Een regisseur legde me eens uit dat een voorstelling te vergelijken is met een grote vrijage. Zo ervaar ik het ook. Eigenlijk komt het neer op gelegitimeerd aandacht vragen. Ik ben opgevoed met de idee dat je zoiets niet mag. Op het podium mag dat wel en daarvoor wil ik naar de mensen die er nog voor willen betalen ook, echt iets goed leveren. Het is mijn ziel en zaligheid geworden.”

Arie Ermerius (60), nog bezweet van het keien dragen, erkent: “Natuurlijk komt het allemaal neer op behoefte aan aandacht. We zijn allemaal egotrippers. Ik ben tamelijk onzeker en spelen voor een publiek geeft mij meer zelfvertrouwen.”

Ook secretaresse Gretta Verhoef en MBO-leerlinge Auke Hinselaar blijken bezeten spelers. Gretta: “Ik sta om half zes op, doe mijn werk en ga dan direct door naar de repetities. Bijna alle avonden ben ik van zeven tot wel twaalf uur 's avonds met spelen bezig. Ik heb al met verschillende regisseurs gewerkt. Ze zijn allemaal anders. Wat mij aantrekt is de saamhorigheid. Je doet het om wat te doen te hebben maar je probeert ook professioneel te zijn. Het is meer dan zomaar een hobby. Je moet er niet veel maar alles voor over hebben.”

Auke, met twintig jaar de jongste, wil volgend jaar de stap naar de Theaterschool wagen: “Bij mijn MBO-docenten stuit dat op ontzettend veel verzet. Ik ben al meermaals op het matje geroepen en gewaarschuwd dat in het theater niets te verdienen valt. Op mij werkt dat alleen maar als een rooie lap op een stier. Een half jaar ben ik nu met balletlessen bezig. Verder heb ik geen andere danstraining gehad dan het gewone stijldansen.”

Via tips en advertenties in de kranten wisten zij van de nieuwe produktie bij de Amsterdamse Engelenbak. Bij voorbaat wisten zij ook dat ze bij selectie vier maanden lang hun gangbare sociale leven overboord moesten gooien. Thuis veroorzaakte dat de nodige conflicten. Ruiterlijk erkennen zij van de bijbelverhalen weinig te weten, maar het verhaal van Job, volgens Rosenfeld het enige post-holocaust boek van het Oude Testament, is hen nu niet vreemd meer. Boy: “Ik ben nu zo ver dat ik ook over deze produktie droom. Ik sta er mee op en ga er mee naar bed. Soms merk ik op mijn werk dat ik het mij hier toegedachte personage ook buiten de repetities in me meeneem. Bij ons allemaal kan je van een soort verslaving spreken. We zouden zonder dit niet willen. Meestal levert een productieproces zo'n tien of twaalf voorstellingen per keer op. Vorig jaar werkte ik met Karina Holla, een mimevoorstelling naar 'La Divina Commedia' van Dante. Het resultaat was een gebroken voet. Met dit projekt, dus weer echt bewegingstheater, wil ik daarop revanche nemen. Telkens als zo'n sessie voorbij is, voel ik me verloren. Je bent zo'n hecht team geworden, zo intensief op elkaar betrokken. Je vangt elkaar op, geeft of krijgt een knuffel als iets niet lekker gaat, wordt verliefd. De laatste voorstelling is altijd tranen met tuiten. Ik heb daarvoor allerlei afbouwrituelen ontwikkeld. Die laatste voorstelling beschouw ik echt voor mij alleen, dan wil ik niet dat vrienden of familie komen kijken.”

Arie, al jaren amateurspeler en vrijwilliger bij dorpstheater de Wormer, lacht zachtjes: “Nou, zo erg is het met mij nog niet. Buiten het theater probeer ik het toch echt wel van me af te zetten. Voor mij is dit de eerste keer dat ik met bewegingstheater bezig ben. Spannend om eens wat anders dan alleen acteren te doen, maar wel zwaar. Spierpijn in het begin natuurlijk. Ik onthoud de bewegingen vooral door de muziek.” Gretta: “Ja, die muziek, hè... die blijft steeds maar in mijn hoofd.”

Een dansopleiding die hen de noodzaak van projectie van beweging bijbracht hebben deze liefhebbers niet gehad. Hun bewegingstheater moet het vooral van de kracht van de eenvoud hebben. Niet alleen de onbevangenheid en het ongerepte van hun spelen houdt hen gaande. Wat overheerst - in alle onderonsjes en uitbundige giechels - is de ernst en het besef bij iets betrokken te zijn wat het gewone leven buiten de theatermuren hen nooit te bieden heeft. Enkelen voelen zich aangespoord om ook professionele voorstellingen te bezoeken. Dans- of balletvoorstellingen zijn hen echter zo goed als onbekend.

Arie: “Ik zit dan wel in de VUT maar door al dit werk heb ik vorig jaar maar één week vakantie gehad. Het is een dure liefhebberij. Voor de autokosten en zo moet je zelf opdraaien. Omdat de Engelenbak deze produktie bekostigt hoeven wij nu geen contributie te betalen, maar bij de meeste amateurprodukties is dat wel vereist.”

Pia van den Berg, direktrice van de Engelenbak, licht toe: “Elk jaar organiseren we een produktie met een andere theaterdiscipline als uitgangspunt. Voor dit jaar viel mijn keuze op Arthur Rosenfeld. Hij heeft bij Pina Bausch in Wuppertal gedanst, maar ook bij het Scapino Ballet. Al jaren heeft hij een eigen groep, The Meekers. Hij is een vakman die juist niet per se met gevormde dansers wil werken. Het gaat hem primair om de persoonlijke uitstraling, het karakter dat mensen met zich mee brengen. Eigenlijk vallen de kandidaten die hij uitkoos niet onder de categorie van de echte amateurdansers. Zij komen niet van de honderden particuliere dansscholen of kunstzinnige vormingcentra, maar behoren wel tot een sterk groeiend circuit van actieve liefhebbers, die gefascineerd zijn door lichaamsexpressie en hun fysieke potenties als uitgangspunt willen nemen. Voor velen is dat een openbaring om mee te maken. Hun beweegredenen leveren soms diep ontroerende voorstellingen op. Deze spelers zijn veel ambitieuzer dan de doorsnee tussen de schuifdeur-spelers. Ze maken heel beeldend, associatief theater. Hun onderlinge verantwoordelijkheidsgevoel is indrukwekkend groot en van hun inzet zouden profs veel kunnen leren.”

“En dan te bedenken hoeveel geld ze er in moeten stoppen! Séjours of vergoeding van reiskosten tijdens de repetitiemaanden zitten er niet in. Hun voorstellingen worden doorgaans door theaters op huurbasis gekocht. Incidenteel gebeurt dat nu ook op partagebasis van de recette. Maar op een gratis bakje koffie of kop soep hoeven de amateurs in de meeste theaters nog niet te rekenen. Het is echt schandalig.”

De gedachte dat Nederlanders uit de klei opgetrokken niet-bewegers zijn behoort allang in het land der fabeltjes thuis.

Volgens de folders van het Landelijk Centrum voor Amateurdans (LCA) lopen er in ons land zelfs al een kleine miljoen amateurdansers rond, die wekelijks aan ballet, volksdans, body fitness, dansante vorming doen. De enorm uitdijende ballroom-sector is daar niet bij gerekend. In tien jaar tijd zijn ruim tachtig vaste amateurdansgezelschappen ontstaan, die met gemiddeld zestienhonderd voorstellingen per jaar een regelrechte concurrentie met hun professionele collega's zijn aangegaan. Steeds vaker worden zij door theaterdirekties uitgenodigd, steeds vaker ook door (werkzoekende) beroeps-choreografen opgezocht. Het projekt in de Engelenbak is symptomatisch voor een trend die al jaren gaande is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden