We zien ook ons eigen onbehagen

Museumbezoekers blijven gemiddeld negen seconden voor een schilderij staan. Veel te kort om er recht aan te doen. Maar als je langer wilt kijken, hoe moet je dat dan doen? Filosofe Mieke Boon onderricht maandelijks over de filosofie van het kijken. Vandaag deel 12: Regentessen van het Oudemannenhuis van Frans Hals (vervolg).

Hoelang we in het Haarlemse Frans Halsmuseum ook blijven kijken naar het schilderij van de regentessen van het oude mannenhuis, de Barmhartige Samaritaan weigert op de voorgrond te treden.

We zien geen gewonde, beroofde in elkaar geslagen man langs de weg liggen. Ook de Samaritaan die hem zorgzaam op een paard tilt en hem later aflevert bij een herberg doemt niet op uit de donkere achtergrond. Telkens opnieuw stuiten we op de strenge vrouwen, de vrouw met de couperose op haar wangen, de verbeten mond, de harde kapsels.

Hebben deze weerzinwekkende vrouwen zich werkelijk door de Barmhartige Samaritaan laten inspireren? Zouden zij dat verhaal misschien heel anders hebben gelezen? Heeft onze afkeer van deze vrouwen misschien ook te maken met ons geloof, dat als het er nog is, minder strikt is?

Mieke Boon: „Het verschil in geloof kan onmogelijk verklaren waarom we deze vrouwen moreel veroordelen nog voordat we het schilderij goed bekeken hebben. Wat roepen die sobere kapjes, die verkrampte vuisten bij je op? Misschien wekt niet het verschil met deze vrouwen afkeer op, maar juist onze verwantschap met hen.’’

Leg uit.

„Ik denk dat die verwantschap stoelt op het begrip ’onbehagen’. De Britse historicus Simon Schama heeft dat heel mooi beschreven in zijn boek ’Overvloed en onbehagen’, dat begint met een citaat van Calvijn: ’Laten zij die overvloed hebben eraan denken dat ze omgeven zijn met doornen, en laten ze goed oppassen dat ze er niet door geprikt worden.’’

In zijn boek gaat Schama op zoek naar wat kenmerkend is voor de Nederlandse cultuur van de zeventiende eeuw. Hij stuit vooral op onbehagen over de nieuwe vrijheid en de rijkdom. Dat onbehagen zou deels voortkomen uit een christelijk schuldgevoel. De mens is zondaar en tegelijkertijd rijk. Een lastige combinatie.

Schama kwam op deze gedachte doordat hem was opgevallen hoe populair Vanitas schilderijen destijds waren. Schilderijen die lieten zien hoe prachtig en vergankelijk het bestaan was. Je kunt in die schilderijen christelijke ideeën terugvinden. Bijvoorbeeld de gedachte dat de kameel eerder door het oog van de naald kruipt dan dat een rijke in de hemel komt.

„Schama heeft niet alleen dit gevoel van onbehagen beschreven, hij vraagt zich ook af waar het gevoel vandaan komt. Hij suggereert dat het te maken heeft met de maatschappij waarin de Nederlanders leefden.

Het zeventiende-eeuwse Nederland kon niet uitbreiden, dus de bevolking moest het land droogmalen en bewerken. Daarvoor ging men op zoek naar nieuwe samenwerkingsverbanden. Die werden gevonden, het land ontwikkelde zich voorspoedig, de rijkdom nam toe, en de initiatiefnemers voelden zich betrokken en verantwoordelijk voor de samenleving die ze zelf hadden opgebouwd.

Dit schilderij gaat over die verantwoordelijkheid. Deze vrouwen zijn rijk, kennen het onbehagen over die rijkdom en voelen zich tegelijkertijd verantwoordelijk voor hun samenleving.’’

Het gaat deze vrouwen dus niet om die oude mannen, maar om hun eigen gevoel van onbehagen.

,,Daarom zeiden we ook dat de weerstand die we tegen deze vrouwen voelen, voortkomt uit onze twijfel over hun inlevingsvermogen. We hebben het idee dat ze zich niet wezenlijk voor deze mensen interesseren.’’

Ze zijn hypocriet.

„Zijn wij niet ook vaak hypocriet als we anderen helpen?’’

Mijn weerzin tegen deze vrouwen komt voort uit weerzin tegen mijn eigen hypocrisie?

„Zou kunnen. Na de tsunami van vorig jaar werd ik gebeld door een journalist. Hij sprak over de toeristen die hun beslissing om hun vakantie niet op te geven, rechtvaardigden met de gedachte dat weggaan ook niet de oplossing was. De journalist zag wel in dat het verblijf van de toeristen de lokale economie steunde, maar toch had hij het gevoel dat hun gedrag niet deugde. ’Hoe moet ik daar nu over denken?’, vroeg hij.

Een prachtige vraag. Zijn weerzin tegen de toeristen verschilt niet veel van onze weerzin tegen deze vrouwen. Wat wij de toeristen en de vrouwen verwijten, is dat zij niet het juiste gevoel hebben op het juiste moment.’’

Vinden wij dat gevoel zo belangrijk?

„Ja. Daarom zijn we ook zo bang voor het lijden van anderen: we weten er niet het juiste gevoel bij op te roepen. Alleen een verlammend soort medelijden, dat improductief is en ook niet deugt.’’

Waarom niet?

„Als we een ander zielig vinden, ontnemen we hem een deel van zijn waardigheid. Maar wat is waardigheid precies? Is het mogelijk een zwakkere te helpen zonder hem zielig te vinden? Hoe moet je je in zo’n oude man inleven?’’

Door je voor te stellen dat je over twintig jaar van regentes in een oude van dagen bent veranderd.

„Ja, het helpt door je in te leven in je eigen kwetsbaarheid, en je voor te stellen hoe het zou zijn als jij zo kwetsbaar bent geworden.’’

Dat doen deze dames niet?

„Bij de rechter, de vrouw met de rode wangen, heb ik het idee van niet. In haar neerbuigende, onaanraakbare blik zie ik een hardheid zonder mededogen. Haar houding verraadt ingehouden agressie, dat associeer ik vaak met de behoefte aan machtsuitoefening.’’

Eisen we niet te veel van deze vrouwen?

„Ja. We eisen de hoogste acrobatiek. Aan de ene kant moeten ze streng zijn, zonder discipline wordt het een zootje in het mannenhuis. Aan de andere kant moeten ze zich inleven in de nood van de mannen, zo niet dan verwijten we ze agressieve machtsuitdrukking.”

En als ze zich nou eens minder streng opstelden? Misschien is het niet zo erg als die mannen een uurtje langer op hun stoepbankjes blijven zitten.

„Onze weerzin tegen dit soort schilderijen of tegen dit soort vrouwen proberen we vaak op te lossen door de liefdadigheid zelf belachelijk te maken, of de strengheid van de bestuurders te veroordelen. Dat lijkt me te gemakkelijk. Is het mogelijk streng te zijn op een niet onderdrukkende manier? Dat vereist inlevingsvermogen.

Wanneer we op deze manier naar dit schilderij kijken, zien we meer dan vier hypocriete regentessen van een oude mannenhuis. Frans Hals laat niet alleen deze vrouwen worstelen met hun gevoel van onbehagen. Ook wij worden geconfronteerd met vragen over medelijden, mededogen, paniek, lijden, afkeer, hypocrisie.’’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden