'We zagen de nuances niet'

De PvdA heeft in het verleden te veel de werkelijkheid uit het oog verloren, in zijn drang de wereld te verbeteren. Dat zegt Relus ter Beek, die terugblikt op zestig jaar PvdA. Hij was een van de radicale hemelbestormers van toen. “Het was reflexmatig.“

“We hebben lang vastgehouden aan een wereld waarvan we hoopten dat hij was zoals we wilden dat ie was, zonder dat ie zo was.“ Na vier uur praten op zijn werkkamer in het Drentse provinciehuis rolt de volzin uit zijn mond die zijn leven als politicus in dienst van de PvdA lijkt samen te vatten. Vrijwel vanaf de dag in 1962, toen Relus ter Beek zich als achttienjarige als lid aanmeldde, heeft de partij geworsteld met de spanning tussen haar goede bedoelingen en de realiteit. Dat doet de PvdA nog steeds.

Goede bedoelingen, daar leefde de PvdA van. “Suurhof, de minister die midden jaren vijftig de AOW invoerde, zei tegen het volk: 'Wij weten wat goed voor jullie is'. In de decennia die volgden, is die houding bij ons nog versterkt. We dachten dat we de wereld konden maken. Daardoor hebben we een aantal maatschappelijke ontwikkelingen niet tijdig onderkend. We zagen de nuances niet, gingen de werkelijkheid steeds meer in tegenstellingen zien en waren het per definitie niet eens met Wiegel of Bolkestein. Terwijl Wiegel een punt had toen hij in de jaren zeventig het misbruik van de sociale uitkeringen aan de kaak stelde. Hij had een reëel verhaal. Voor de hardwerkende arbeider was het niet te verkroppen dat zijn zwartklussende buurman in de WW hem als een gekkie Henkie uitlachte. Dat was de bijl aan de wortel van de solidariteit, maar door het vijanddenken zagen wij het niet. We reageerden reflexmatig, later ook op Bolkestein met zijn kritiek op de multiculturele samenleving.“

De spanning tussen goede bedoelingen en de realiteit deed zich vrijwel doorlopend gelden in de buitenlandse politiek, het terrein waarop Ter Beek in zijn politieke loopbaan hoofdzakelijk actief was. Ter Beek (62) is een overlever, zowel fysiek (hij genas van drie kankers) als politiek. Dat hij ondanks de spanningen bijna een kwart eeuw in politiek Den Haag overeind is gebleven, dankt hij vermoedelijk aan een sterk politiek instinct, zijn goedmoedige uitstraling en het vermogen de dominee en de koopman te verenigen.

Zijn eigen carrière in de PvdA begon in 1965, in zijn geboorteplaats Coevorden. Relus ter Beek, een jonge twintiger, voerde actie met een aantal gelijkgezinden, onder wie Henk Beereboom, de latere woordvoerder van Joop den Uyl. Volgens de legende bekladde hij daarbij het Van Heutszmonument.

“Het is een mythe dat ik dat monument heb beklad. We hebben er een spandoekje neergezet met de tekst: 'We eren Van Heutsz, die in Atjeh dorpen heeft platgebrand'. De aanleiding was de commotie in Nederland over een nazi-generaal die op een Duits waddeneiland tot ereburger werd uitgeroepen. Wij vonden dat hypocriet in een land dat standbeelden voor Van Heutsz heeft opgericht.“

In werkelijkheid verliep de actie nogal tam. “Er gebeurde niet zoveel. Tot bode Blauw van het gemeentehuis kwam aangelopen: 'Jongens, haal dat nu even weg'. Maar dat was niet de bedoeling.“

Hij probeerde een passerend CHU-raadslid op te porren de politie in te schakelen. “Wij stonden al reikhalzend uit te kijken. Daar kwam op zijn fietsje wachtmeester Bergervoet aan: 'Wie heeft dat daar neergezet?' 'Wij!' 'Nou, jullie zijn mooi tussen de begonia's deurgelopen'. Verder niks. We zijn gered door de 80-jarige Tilly van der Weijden-Van Heutsz in Den Haag, kleindochter van Van Heutsz, die een strafklacht wegens smaad indiende. De politierechter veroordeelde ons tot een boete van 50 gulden de man. We hebben van de zaak een brochure gemaakt en die verkocht. We hielden er de man 27 gulden aan over.“ Met een luide lach: “De koopman en de dominee waren toen al verenigd in Ter Beek.“

Hij werd al vroeg geconfronteerd met de spanningen die de intocht van Nieuw Links in de PvdA opriep, de beweging van jonge partijleden die wilden dat de PvdA een radicalere koers zou varen.

“Joop Den Uyl zag het in 1971 niet zitten dat André van der Louw, de voorman van Nieuw Links, partijvoorzitter zou worden. Wim Meijer en ik hebben in café West End in Amsterdam, vlakbij het partijbureau, een keer zwaar op Den Uyl proberen in te praten. Het was zo'n café met Perzische kleedjes en papieren placemats. Joop den Uyl had een vork als een soort slagwapen in de hand. Na het gesprek was al het papier in reepjes gesneden.“

“Achteraf is goed te begrijpen dat de schrik bij de oudere generatie groot was. De PvdA was de partij van de wederopbouw en de gedegen bestuurders, die het als hun missie zagen voor geborgenheid, zekerheid, stabiliteit en beschutting onder de Amerikaanse atoomparaplu te zorgen. De AOW was een verworvenheid van heb ik jou daar. Ik wist dat goed: mijn vader ging 'trekken van Drees' toen ik zes was.“

“Wij waren de eerste generatie arbeiderskinderen die gestudeerd hadden. Ik kom uit een klassiek rood nest. Vader en moeder actief in de partij, de Vara, vakbeweging, ouderenbond. Een arbeidersgezin, maatschappelijk bewust en politiek betrokken. Daar ben ik best trots op. Ik was de eerste die naar de middelbare school ging. Later studeren in Amsterdam.“

“Maar de ouderen in de partij vonden ons omgevallen boekenkasten, studenten en intellectuelen, niet het volk, hè? We meldden ons met onze zucht naar verandering, modernisering, vernieuwing. 'Tien over rood', het politiek manifest van Nieuw Links, was niet een doordacht politiek program, meer een gezindheidspamflet met democratisering, gelijkheid, participatie als leidende gedachten.“

Maar zo radicaal als anderen was Relus ter Beek niet. Hij heeft zich altijd teweergesteld tegen partijgenoten die wilden dat Nederland de Navo verliet. “Eenzijdig uittreden uit de Navo is ook nooit een PvdA-standpunt geweest. Ik was daar altijd tegen. Want uittreden uit de Navo is het begin van uiteenvallen van de Navo, met als gevolg dat crisisbeheersing veel moeilijker wordt. Ook 'Tien over Rood' bepleitte geen eenzijdige stappen. Daar stond wel in dat Nederland zijn Navo-lidmaatschap moest heroverwegen als Portugal - toen een land met een fascistische dictator - lid van de Navo bleef. Zij eruit, of wij eruit. Het PvdA-congres van 1975 stelde nog meer voorwaarden. Uiteindelijk waren het er zesentwintig. 'Geen uitbreiding van militaire oefenterreinen', was zo'n eis.“

De politiek van goede bedoelingen en de radicalisering van de PvdA in het buitenlands beleid waren een permanente bron van spanningen. Binnen de partij was het vooral 'realist' Max van der Stoel, minister van buitenlandse zaken, die niets moest hebben van dit soort nieuwe politiek. Van der Stoels talrijke tegenstanders in de PvdA waren blind voor zijn verdiensten, erkent Ter Beek.

“Niet iedereen had toen in de gaten wat Van der Stoel voor de democratie betekende, zoals zijn niet te onderschatten aandeel in de val van het Griekse kolonelsregime in 1974. Regelmatig waren er conflicten tussen de fractie en Van der Stoel, vooral op mijn terrein. Ik hield me bezig met Apartheid, bevrijdingsbewegingen, mensenrechten, allemaal van die symboolkwesties in de politiek van goede bedoelingen. De Haagse Post schreef eens: 'De echte grote politiek is voor Piet Dankert, Relus ter Beek is opgescheept met de sloebers van de wereld'.“

Het liep hoog op tussen Van der Stoel en de PvdA na kritiek van André van der Louw op de rol van de Nederlandse ambassade na de militaire staatsgreep tegen de linkse Chileense president Allende in 1973. Van der Louw en zijn vernieuwers vonden dat de ambassade veel meer linkse vluchtelingen had moeten helpen.

Een ander conflict met Van der Stoel ging over Guinee-Bissau, een van de toenmalige Portugese koloniën. “De bevrijdingsbeweging had de onafhankelijkheid uitgeroepen. Wij wilden dat de Nederlandse regering overging tot erkenning. Maar Van der Stoel had volkenrechtelijke bezwaren. Hij legde uit dat erkenning geen daad van goed- of afkeuring van een regime is, alleen van het feitelijke gezag. Toen hadden we twee conflicten, over Chili en over Guinee-Bissau. Partijgenoot Henk Vredeling sprak de historische woorden: 'Elke arbeider heeft het recht niet te weten waar Chili-Bissau ligt.“

Met smaak kan hij vertellen over de reis die hij maakt naar het 'bevrijde' gebied. “Op uitnodiging van de bevrijdingsbeweging ben ik met het ARP-kamerlid Jan-Nico Scholten door het zuiden van het land getrokken, onder begeleiding van dertig guerrilla's. We hebben nog zes bombardementen van de Portugezen op onze kop gehad. Ik zat samen met Jan-Nico Scholten in de blubber, de rotzooi, met nauwelijks te eten. Op vijftig meter ontplofte een Portugese fragmentatiebom, Jan-Nico en ik met de buik tegen elkaar. Dan leer je elkaar wel kennen. Hij is een makker. Jan-Nico kwam doodziek terug, door zo'n beest dat via je voetzool je lijf binnendringt. In de hoofdstad Conakry heb ik de lokale hoeren alleen van ons af kunnen houden door op Jan-Nico te wijzen: 'Le professeur est fatigué'.“

Toch kreeg Nieuw Links nooit helemaal vat op de koers van de PvdA. “Joop den Uyl was buitengewoon gevoelig voor Max van der Stoel. Joop vond dat hijzelf het altijd beter wist dan een ander, op twee partijgenoten na. De een was Ad Oele, omdat het een bètaman was, en dat kon Joop niet altijd volgen. De ander was Max van der Stoel, vanwege zijn internationale reputatie.. Joop zei me een keer: 'Relus, Max komt dadelijk op de Amerikaanse tv!' 'Zo...' 'Ja, van coast to coast!' Joop den Uyl was in de internationale wereld een provinciaal. Niet echt soepeltjes op het gladde parket van de diplomatie. We hebben de veiligheidsconferentie in Helsinki in 1975. Joop zit net een rij voor Breznjev, de Sovjet-leider, en besluit hem aan te spreken op de straf tegen de dissidente schrijver Amalrik. Dus hij draait zich om en zegt: 'I would like to ask: how is it with Amalrik?' Breznjev: 'Who?' Den Uyl: 'A-Mal-Rik!'“

“Joop den Uyl leunde op Max van der Stoel, óók in de tijd dat de PvdA in de jaren tachtig onder invloed van buitenparlementaire bewegingen als het IKV in een gevaarlijk isolement dreigde te raken met zijn absolute 'nee' tegen de kruisraketten. Max van der Stoel waarschuwde Joop den Uyl daarvoor. De echte waardering voor Max van der Stoel is pas later gekomen. Hij had de moed tegen de stroom in te roeien. Ik heb dat geprobeerd in 1984, in een geruchtmakend interview, waarin ik de kruisraketten niet meer zonder meer afwees maar pleitte voor een moratorium. Ik had het onbehaaglijke gevoel dat we volledig vastzaten met het standpunt. Ik kwam terug uit het Verre Oosten en al op Schiphol was alles in rep en roer over mijn uitspraken. Partijvoorzitter Max van den Berg riep: 'Die man wordt nooit meer wat!' Want ik had zitten morrelen aan het onwrikbare partijstandpunt.“

“Ik kon het wel met Van der Stoel vinden. Hoewel ik met de sloebers bezig was, hoorde ik nooit tot degenen die vonden dat de PvdA zich los moest maken van de VS. Dat dreigde in dat kruisrakettendebat. Ik zag ook wel dat de PvdA in een gevaarlijk isolement dreigde te komen.“

De jaren negentig brachten een breuk met de politiek van goede bedoelingen en van polarisatie. De zware crisis in de PvdA over de ingreep in de WAO, in 1991, was het omslagpunt.

Als minister maakte Ter Beek van nabij mee hoe ingrijpend dat proces verliep. Partijleider Wim Kok dreigde aan de crisis te bezwijken. “Kok zat helemaal kapot. Hij had met zijn vrouw Rita gesproken en wilde ermee ophouden. 'Verdorie', zeiden Jan Pronk en ik tegen elkaar, hoe kunnen dat voorkomen? Door Wim Kok een congres om een nieuw vertrouwensvotum te laten vragen! Jan Pronk en ik hebben toen met Wim Kok gepraat, op een ochtend. Hij was nog helemaal stuk. We hielden hem dat idee voor, en opeens zag weer perspectief. Later op de dag zag ik hem op tv. De man die ik 's ochtends nog ingezakken had gezien, stond weer rechtop voor de camera. Hij kon weer vechten. Op zulke momenten kan hij dat als geen ander.“

“De les die ik heb getrokken uit de WAO-crisis is dat wij in dat kabinet zo opgesloten waren, bezig met ons eigen proces om eruit te komen, dat we totaal zijn vergeten met de partij te spreken. We groeiden in meer dan een halfjaar naar het besef dat een ingreep in de WAO onvermijdelijk was. De partijleden hadden dat proces van ons niet meegemaakt en kregen de boodschap rauwelings op hun dak. 'Vergeet de partij niet', zou ik ook aan Wouter Bos willen meegeven, al heeft hij die boodschap misschien niet nodig. Ik vind het heel goed dat de PvdA in de aanloop naar het Afghanistan-besluit die bijeenkomst in Utrecht heeft belegd om de leden bij te praten.“

“De PvdA valt nu gelukkig niet meer terug in de oude regenteske stijl. En Bos heeft in het Afghanistan-debat een proeve van gedegen leiderschap afgelegd. De PvdA heeft daarin buitengewoon zorgvuldig, gewetensvol en verantwoord gehandeld. Bos heeft bewezen dat hij niet de slimme opportunist is op wie Dittrich rekende. Nu wordt het tijd dat Bos met de poten in de modder komt te staan. Volgend jaar wordt de PvdA 61. Dat is een mooie gelegenheid om weer te gaan regeren.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden