We worden steeds slimmer/ dommer *

Worden we nou slimmer of dommer van sociale media, apps, internet? Wetenschappers zijn er nog niet over uit. Robert Visscher zet de jongste inzichten op een rij en bekijkt zijn eigen gedrag. Tekst Robert Visscher ILLUSTRATIES BRECHTJE ROOD

Op een school in de buurt van Vancouver, Canada, gaf een lerares Engels haar scholieren een opmerkelijke opdracht. Ze moesten biografieën schrijven over Canadese auteurs. Maar dit keer dienden ze het resultaat niet alleen aan haar te geven, maar ook direct op Wikipedia te publiceren.

Bij andere opdrachten liepen de scholieren nog weleens de kantjes er van af. Dat gebeurde nu niet. Normaal gebruikten ze bijna geen citaten in hun werkstukken, dit keer wel. Ze werkten veel harder, sommigen gingen 's nachts door. Ze maakten veel minder spelfouten. De scholieren van Douglas College vertelden hun docente dat dit kwam omdat ze nu voor publiek schreven. Hun teksten stonden immers online, ze wilden dat alles zou kloppen.

Het is een van de vele voorbeelden uit het boek 'We worden steeds slimmer' van de Canadese journalist Clive Thompson over de voordelen van sociale media, gadgets en apps. "Deze scholieren werden ambitieuzer en dat hield ze scherp", zegt Thompson aan de telefoon vanuit Canada. Hij is er van overtuigd dat sociale media, gadgets en apps ons slimmer maken, mits de technologie ook slim wordt ingezet.

De afgelopen jaren zijn er tegenstrijdige - vooral zorgelijke - geluiden te horen over het explosief gegroeide smartphonegebruik en surfen over het internet. Het zou ons dommer maken. Meerdere onderzoekers en auteurs wijzen erop dat ons brein erdoor verandert. De Duitse neurowetenschapper Manfred Spitzer bijvoorbeeld beweert dat technologie bij kinderen leidt tot 'digitale dementie'. Volgens hem gaat ons geheugen achteruit, doordat we steeds meer en vaker computers gebruiken. Journalist Nicholas Carr stelt in zijn bestseller 'Het ondiepe, hoe onze hersenen omgaan met internet' dat het internet mensen dommer maakt. Volgens hem zoeken we tegenwoordig te snel informatie op en lezen we vooral korte teksten. Daardoor zijn we niet meer in staat om lang en diep na te denken. Hij merkte dat hij te rusteloos was om een dik boek te lezen.

Zelf ondervond ik het tegenovergestelde. Op mijn telefoon las ik het volledige e-book van 'De broers Karamazov' van Fjodor Dostojevski. Doordat ik het op een apparaat kon lezen dat ik altijd bij me had, vond ik juist de tijd om deze dikke pil uit te lezen. "Ik had dezelfde ervaring", zegt Thompson. "Op mijn telefoon las ik de klassieker 'Middlemarch' van George Eliot. Soms las ik lang achter elkaar. Dan weer een kort stukje terwijl ik op de bus wachtte. Daarna begon ik aan 'Moby Dick' van Herman Melville."

Toegegeven, mijn steekproef is klein, maar als de ervaringen zo uiteenlopen, hoe komen we dan te weten of gadgets, apps en smartphones ons nu juist beperken of meer mogelijkheden geven? Het bestaande wetenschappelijke onderzoek geeft geen eenduidig antwoord. Volgens Pieter Roelfsema, hoogleraar neurobiologie, cognitie en gedrag aan de Vrije Universiteit, is er niets alarmerends aan de hand. "Onze hersenen 'veranderen' voortdurend. Er komen nieuwe structuren of zelfs geheel nieuwe verbindingen tussen de neuronen in de hersenen door wat we meemaken. Ook door het lezen van dit artikel."

Een eenduidig antwoord heeft de wetenschap dus niet. Maar een aantal onderzoeken levert toch al interessante, voorzichtige conclusies op.

Sociale media leiden af

Een van de interessantste studies over de invloed van sociale media en internetgebruik is gedaan door onderzoeker Reynol Junco van de universiteit van Harvard in de Verenigde Staten. Hij bestudeerde de studieprestaties van studenten. "We waren benieuwd of ze slechtere cijfers haalden als ze bijvoorbeeld veel aan het facebooken, instagrammen of whatsappen en waren", zegt Junco. Hij bekeek het gebruik van sociale media in tentamenperiodes en constateerde dat met name Facebook en Whatsapp een negatieve invloed hadden. Wie daar veel gebruik van maakt, presteert over het algemeen slechter. "Facebook en Whatsapp worden vooral gebruikt om te communiceren met vrienden en niet om informatie op te zoeken."

Junco trok ook geruststellende conclusies. Veel op internet zoeken had bijvoorbeeld geen negatief effect op de studieprestaties. En er bleek een verschil te zijn tussen eerstejaars en oudere studenten. Tweedejaars lijken veel minder afgeleid te worden door sociale media. "Ik wil het nog verder onderzoeken, maar ik vermoed dat ze sociale media veel selectiever gaan gebruiken. Bijvoorbeeld niet tijdens een tentamenperiode. Het lijkt erop dat hoe ouder je wordt en hoe meer ervaring je krijgt, des te verstandiger je ermee omgaat."

Sociale media kunnen dus storend werken, maar jonge mensen leren gaandeweg wel wanneer ze gadgets, internet en apps het beste kunnen gebruiken - en wanneer niet.

Kunnen jongeren beter multitasken?

Hoe goed jongeren werkelijk kunnen multitasken wordt ook onderzocht. Het is voor pubers niet ongebruikelijk om naar de televisie te kijken en te whatsappen. Hoe verdelen ze hun aandacht?

Bij televisie kijken is dat niet zo erg, zegt neurobioloog Roelfsema. "Maar stel dat je een belangrijke tekst moet schrijven. Als je wordt afgeleid door bijvoorbeeld een chatberichtje, dan is er dertig seconden zogeheten schakeltijd nodig om weer op te laden. En nog veel langer voordat je weer dezelfde concentratie hebt als daarvoor." Inderdaad: Gloria Mark van de Universiteit van Californië onderzocht precies dit aspect van afleiding. Zij ontdekte dat het wel 23 minuten duurt voordat we na een afleiding weer net zo geconcentreerd zijn als daarvoor.

Hoe erg is veel schakelen?

Afleiding blijft dus de grootste boosdoener. Larry Rosen (California State University) publiceerde in 2012 een studie naar 263 middelbare scholieren en studenten. Gemiddeld focusten de deelnemers zich slechts zes minuten op een taak voor ze zichzelf afleidden. Eerder al onderzocht Rosen drie generaties Amerikanen. Hij bekeek hoe babyboomers, hun kinderen en de generatie geboren na 1980 multitasken. Conclusie: hoe jonger je bent, hoe meer je schakelt.

Is dat erg? Het lijkt er op dat kinderen die switch sneller kunnen maken dan ouderen. Lydia Plowman, een collega van Andrew Manches, bekijkt dat momenteel. Zij constateert dat ouderen veel meer moeite hebben om te schakelen tussen iets lezen op een iPad en een programma kijken op televisie. Jonge kinderen lijkt dit veel makkelijker af te gaan. Maar of dit echt zo is, moet nog overtuigend worden aangetoond. Bovendien ontwikkelen kinderen waarschijnlijk strategieën om met multitasking en afleiding om te gaan. Onder meer Mizuko Ito (Universiteit van Californië) en Rebecca Enyon (Oxford Universiteit) onderzoeken dit momenteel.

Wat is beter: schrijven of typen?

Wetenschappers toonden in meerdere studies aan wat de voordelen zijn van schrijven met de hand tegenover typen. Door aantekeningen te maken op een vel papier, onthouden studenten veel meer dan tijdens het typen. Bij jonge kinderen werd meer hersenactiviteit gevonden als ze met een pen schreven in plaats van op een computer te tikken.

Exit tablets en computers in het klaslokaal zou je zeggen. Maar zo simpel is het niet. "Van jongs af aan wordt ons geleerd (snel) te schrijven en aantekeningen te maken. Veel minder aandacht gaat uit naar typen", zegt Thompson. "Dat kan het verschil veroorzaken. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt namelijk ook dat kinderen die snel kunnen typen veel beter presteren. Deze kinderen waren creatiever, formuleerden nauwkeuriger en hun betoog was logischer dan kinderen die alleen maar langzaam konden typen." Een ander onderzoek op een basisschool laat zien dat kinderen die het snelste typten ook de beste resultaten haalden. Zij werden niet afgeleid door het typen zelf en presteerden daarom beter. "Grofweg kun je zeggen dat de meeste mensen er baat bij hebben om aantekeningen te maken op papier als iemand spreekt. Maar tijdens het schrijven van een tekst werkt typen beter, tenminste als je dat snel genoeg kan", zegt Thompson.

Uit onderzoek blijkt trouwens ook dat kinderen dankzij nieuwe technologie inhoudelijk veel beter leren schrijven. Andrea Lunsford (Stanford University) bekeek 877 eerstejaars essays van studenten in 2006, 1986, 1930 en 1917. De jongeren van nu schreven verreweg het beste volgens haar. Hun taalgebruik was nauwkeuriger en ze reflecteerden ook beter. Ze maakten trouwens niet meer spelfouten dan studenten uit een verder verleden. In 2006 was de smartphone weliswaar nog niet ingeburgerd, maar er werd al wel veel gemaild en ge-sms't. Lunsford constateerde toen dat veertig procent van het schrijven buiten het klaslokaal plaatsvond op telefoon en computer en dat kinderen daardoor meer schreven dan ooit.

Iedereen naar een Steve Jobs-school?

De afgelopen jaren kwamen er veel Steve Jobs-scholen bij, waar kinderen tablets gebruiken in plaats van lesboeken. Voor- en tegenstanders buitelen regelmatig over elkaar heen om het tabletonderwijs te prijzen of af te kraken. Maar een tablet zélf is niet goed of slecht. De manier waarop de tablet gebruikt wordt, werkt remmend of bevorderlijk. "Zonder goed plan zijn digitale schoolborden, flitsende computers en de nieuwste tablets waardeloos. Dan heb je er niet veel meer aan dan het traditionele krijtje", doceert Thompson.

Hoe je het beste nieuwe technologie in het klaslokaal toepast, wordt momenteel onderzocht door onder anderen Andrew Manches van de Universiteit van Edinburgh. Jonge kinderen leren heel veel van trial and error, vertelt hij. "Tijdens oefeningen op een tablet mogen ze een fout maken. Kinderen leren dat falen niet erg is en dat ze het nog een keer kunnen proberen. In mijn onderzoek bekijk ik hoe kinderen tussen de vier en acht jaar wiskunde leren via een tablet. Wanneer ze met echte blokken spelen, vinden ze het vaak lastig tegelijkertijd te tellen. Op een tablet kunnen ze dat beter. Het lijkt er op dat kinderen dan sneller leren."

Jongeren die er doelbewust voor kiezen om wel tijdens het kijken naar 'The Voice of Holland' te whatsappen, maar niet tijdens het studeren: dat lijkt welhaast de ideale wereld. Zouden we onszelf en jongeren echt kunnen aanleren om selectiever te multitasken? Zodat we geen slaaf worden van onze afleiding, maar als regisseur bepalen wat we wanneer nodig hebben? "Ik denk wel dat het mogelijk is", zegt Clive Thompson. "Ik was laatst bij een optreden van een rockband. Het viel me op dat niemand in de zaal opnames maakte met de mobiele telefoon. Geen foto's en geen video's. Misschien deden mensen dat de afgelopen jaren alleen maar omdat het zo nieuw was en simpelweg omdat het kon. Nu is de nieuwigheid er vanaf en gaan we het veel bewuster gebruiken."

* doorhalen wat niet van toepassing is

Reageren

Heeft u thuis een puber die alleen communiceert via het scherm van een smartphone? En wat denkt u: worden we nou dommer of slimmer van sociale media, apps en internet?

Reageer in maximaal 150 woorden op tijdpost@trouw.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden