'We wonen hier, en we sterven hier'

NABATIA, Zuid-Libanon - 's Ochtends om half zes Nederlandse tijd vlogen twee straaljagers laag over een twee-verdiepingen tellend huis aan de rand van Nabatia. Hun lading, twee bommen, lieten ze achter. Het resultaat ligt in de vriezers van het mortuarium van het Hammoed-ziekenhuis in Saida: een moeder met zeven van haar negen kinderen, in de leeftijd van vijftien jaar tot vier dagen oud, en haar broer. Negen doden.

Een soldaat bij de ingang van het ziekenhuis kan de leeftijden wel geven. “Mohammed die is tien, Huda, is”, en hij denkt even na, “mmm, zes, Nada is, nee wacht, Nada is zes, Huda is zeven”. Is hij dat ter plekke aan het verzinnen?

“Nee, de vader is mijn neef, ik ken de kinderen”. Hij voegt er aan toe: “De jongste was een meisje, vier dagen oud”. Hij weet de naam niet.

“Hier wacht een moeder soms wat langer met het zoeken van een toepasselijke naam voor haar kind”, legt de dokter uit. De baby was omgekomen in haar moeders armen, nog voordat ze een naam had gekregen. Om het verhaal nog triester te maken; de vader van de familie, Hassan Ali Bassal (50), weet nog van niets. Hij reisde een uur voordat de bom ontplofte naar het vliegveld van Beiroet om op pelgrimstocht naar Mekka te gaan. De reis was al maanden geleden geboekt. “Hij zal het wel lezen in de krant daar”, denkt zijn neef.

De Rode Kruis-medewerkers konden eerst niet bij het huis komen, ze werden beschoten door de SLA-post - de aan Israël gelieerde militie in Zuid-Libanon. Daarna duurde het nog even voordat een bulldozer van het Libanese leger het puin opzij kon schuiven. “We hadden niet veel tijd, het moest snel, snel, snel, want de vliegtuigen cirkelden rond”, vertelt een soldaat.

En nog steeds blijven er families in Nabatia achter. “We wonen hier, we sterven hier”, zegt Selma, een moeder van drie kinderen dapper. “Ik kan hier niets aan doen, ik kan niet ergens anders heen”. Libanese hoop op een snel staakt-het-vuren is dan al de grond in geboord.

Selma: “Hezbollah reageert hierop. En daar reageert Israël op, en de cirkel is rond. Ik sterf als God mij wil. Kijk maar, die vader die net een uur voordat zijn familie stierf wegging. Dat moet een reden hebben. Iedereen zou liever met zijn gezin de dood in gaan. Er moet een reden zijn”.

Terwijl Israëlische fregatten om ongeveer drie uur Syrische stellingen aan het strand van Sidon beschieten, en de Israëlische radio meldt dat vanaf dat moment elke auto die over de kustweg van Beiroet naar Sidon rijdt een potentieel doelwit is, komen de eerste berichten van een aanval op Cana binnen. Cana, een klein dorpje in Zuid-Libanon, met 3000 inwoners, beroemt zich erop dat bij hun in het dorp en niet Canaa in Israël Jezus tijdens een bruiloft de kruiken water in wijn veranderde.

Als over de radio medisch personeel van ziekenhuizen in Tyrus en Sidon wordt opgeroepen om zo snel mogelijk terug naar hun posten te gaan, is duidelijk dat er iets ernstig mis is gegaan. De Israëlische granaten ontploften midden tussen de vluchtelingen. De eerste berichten spreken over tientallen doden en gewonden. Om de vijftien minuten loopt het aantal op, 30, 43, 57, 59 enzovoort. De gewonden worden per brommer, auto en vrachtwagen de ziekenhuizen van Tyrus binnengebracht. Over de Libanese radio worden de namen afgeroepen van hen die het ziekenhuis hebben kunnen bereiken en zich hebben kunnen identificeren.

In Beiroet slaat de verbazing toe. “Peres' herverkiezingscampagne is uit de hand gelopen”, wordt honend gezegd. Veel Libanezen zien de verkiezingen van mei als het doel achter de militaire campagne van Israël. Wie zich het sterkst opstelt tegen het terrorisme, wint de verkiezingen.

“Ik feliciteer Peres met deze laatste actie”, zegt een bittere Fares Boueiz, “hij doet niet onder voor de nazi's tijdens de tweede wereldoorlog”.

De gewone Libanezen zijn iets smaakvoller. “Ik kan me haast niet indenken dat ze dit met opzet hebben gedaan. Dit moet een fout zijn geweest. Hoe dan ook, wij (de bevolking) betalen de prijs”, vertelt een man in Beiroet. “Ik denk dat alle partijen zich nu wel twee keer zullen bedenken voordat ze verder gaan. Ik denk dat Israël morgen de operatie stopzet. En ik hoop met heel mijn hart dat Hezbollah nu niet zijn eigen belangen laat voorgaan, maar kiest voor die van ons, Libanezen”.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden