We willen helemaal geen democratie

IllustratieBeeld Jenna Arts

Hoe weet je eigenlijk wat democratie is? Nederlanders praten graag mee, op allerlei manieren. Maar leiden al die mogelijkheden tot debat ook tot meer democratie? Politiek filosoof Gijs van Oenen is sceptisch.

Ik ben tegen referenda", zegt Gijs van Oenen. "Er is nog nooit één politiek probleem door opgelost. Meestal zijn de initiatiefnemers sowieso tegen elke bestuurlijke elite, maar als dát het probleem is zou je voor elk nieuw geval een referendum moeten houden. Zo'n eenmalige inspraakactie wekt alleen de illusie dat de burger mag meepraten, maar wil die dat wel écht?"

Of de burger écht inspraak wil? Dat lijkt een vreemde vraag, natuurlijk wil de burger inspraak. Of je het nu eens was met het Oekraïne-referendum of niet, dat Nederlanders vaker willen meepraten over zaken die hen direct aangaan, over Europa, over vluchtelingen, over open grenzen, lijkt evident. En dat openbaar debat over zulke kwesties, in de krant, op televisie, in de kroeg, het hart vormt van de democratie, dat wordt ook zelden bestreden. Maar volgens Van Oenen - die een boek uitbracht met de titel 'Nu even niet!' - komt het aanzwengelen van debatten en debatjes onder burgers hun enthousiasme voor de democratie helemaal niet automatisch ten goede. Het kan juist leiden tot wat hij 'interactieve metaalmoeheid' noemt, tot teleurstelling in de democratie, tot passiviteit.

Serie over scepsis
Scepsis is de komende jaren het eindexamenonderwerp in het schoolvak filosofie. Tot aan het eindexamen in mei publiceert Trouw elke twee weken een aflevering van de serie 'Hoe weet je dat eigenlijk?' Die vraag leggen we steeds een andere filosoof voor. Daarbij komen allerlei terreinen aan bod: kunst, media, politiek, techniek, natuur, wetenschap, religie, economie en identiteit. Over twee weken verschijnt de volgende aflevering.

Gijs van OenenBeeld Trouw

Debat leidt tot teleurstelling in de democratie? Verklaart u zich nader.
"We hebben dat al eens eerder gezien, in de jaren zestig en zeventig. De democratisering die toen is ingezet is natuurlijk erg goed gelukt, misschien wel té goed. Nederlanders kregen het gevoel dat ze altijd en overal inspraak moesten hebben - in de partij, op de universiteit, op school, in de buurt. Hele partijen zijn eruit voortgekomen, zoals D66. En ook heel wat beroepen, zoals buurtwerker en therapeut, want de gedachte was altijd dat je jezelf moest uiten; expressie was van het grootste belang. En dat idee trokken we destijds door naar de politiek. We dachten dat práten hetzelfde is als inspraak. De Duitse filosoof Jürgen Habermas dacht het. Ik dacht dat ook. Maar zo simpel is het natuurlijk niet."

Hoezo niet dan?
"Omdat je ook iets met die meningen moet dóen. De PvdA'er Pieter Hilhorst, een oude studievriend van me, beschrijft het toenmalige misverstand over democratie mooi in zijn boek 'De belofte'. Hij fietste destijds wel voortdurend naar allerlei debatten en buurtfora toe, schrijft hij, maar vergat dat hij ook weer terug moest fietsen naar zijn ambtenaren, om die te overtuigen, om te onderhandelen in de gemeenteraad, om iets daadwerkelijk te regelen. En dat misverstand ligt nu opnieuw op de loer. Wat doen we met de uitkomst van zo'n referendum? Wat doen we met al die energie op Twitter? Je kunt niet al die meningen tegelijk vertalen naar consistent beleid. En dat leidt opnieuw tot teleurstelling."

Waar zag u die teleurstelling dan in terug?
"We lijken wel mondig, maar voelen ons tegelijk overvraagd, overbelast. Een tweet krijgen we er moeiteloos uit, een online petitie willen we graag ondertekenen, maar consequent de verantwoordelijkheid aanvaarden van al die eisen en meningen, dat is toch heel iets anders."

Bent u zelf ook teleurgesteld?
"Ik heb weleens genoeg van al die opiniepagina's waarin je de ene dag dit leest en de andere dag het tegenovergestelde. Dat klinkt heel democratisch, maar je komt er toch überhaupt niet meer aan toe alles te lezen? Die pagina's lijken vooral bedoeld om zichzelf in stand te houden. Om nog meer meningen te creëren."

Dus u begrijpt de passieve burger wel? Die denkt: laten ze het in Den Haag maar uitzoeken.
"Ik geloof niet dat er twee groepen zijn. Heel veel mensen verliezen het vertrouwen in de politiek, juist omdat de meesten zijn opgegroeid met hoge verwachtingen over hun rol daarin. Alleen is het voor de elite makkelijker, die redt zich wel. De rest is vooral boos. Een voorbeeld is Almere. Daar viel op een gegeven moment het besluit om op een grasveld een culturele ontmoetingsplaats voor moslims te bouwen. De burgers kregen wel inspraak, maar toch is dat gebouw er gekomen. Twee jaar later gingen journalisten Margalith Kleijwegt en Max van Weezel er weer eens kijken. Wat bleek? Niemand had eigenlijk last van dat centrum, hoewel het plotseling een moskee was geworden, maar toch waren de buurtbewoners nog steeds woedend omdat ze óndanks de inspraakronde tóch hun zin niet hadden gekregen. Typisch een geval van overspannen verwachtingen."

En als ze wél hun zin krijgen?

"Dat vinden ze nog erger. Want dan kunnen ze niet meer boos worden, maar zijn ze zelf verantwoordelijk voor de beslissing die is gevallen. Die last kunnen ze dan niet meer afschuiven op iemand anders. Dat is het probleem met democratisering die té goed lukt, met een samenleving waarin je voortdurend mee mag praten: daardoor word je voortdurend geconfronteerd met je eigen beslissingen. Dan krijg je dat mensen afhaken. Dat ze denken: laat maar even zitten. Ik wil even vakantie van mezelf. En dat is volgens mij echt iets nieuws: dat democratisering zo geslaagd is, dat ze zich onverwacht tegen ons keert. Dan is het tekort van de democratie niet de schuld van één of andere kwade genius, van 'die lui in Den Haag', of van 'het systeem' of van 'het Kapitaal'. Dat vergeten utopisten nogal eens, maar ook de klagers die alle schuld geven aan Den Haag: zelfs in een ideale maatschappij heeft niet iedereen zin in verantwoordelijkheid."

Begrijpt u de machteloosheid van burgers als ze niet doordringen tot het apparaat?
"Ja, het apparaat is natuurlijk heel ingewikkeld. Vroeger was dat anders. Er is in Amsterdam een tijd geweest dat een willekeurige huisvrouw aan de gemeente een brief kon schrijven dat ze een speelplaats voor haar deur wilde: 'Zeer geachte directeur, bijzonder gaarne .. enzovoorts'. En die kreeg dan een keurig briefje terug dat ze dat gingen regelen. Dat is echt veranderd. Nu zijn er eindeloze inspraakrondes, voordat er een besluit valt. Het gaat niet anders, je moet al die inspraak nu eenmaal professionaliseren en dat betekent dat er allerlei procedurele regels en verplichtingen aan te pas komen. Als jouw instemming nodig is om iets te beslissen, moet je rekenschap afleggen van je recht om mee te praten. Vermoeiend is dat alleen wel, en soms frustrerend."

Het is eigenlijk nooit goed. Want géén inspraak hebben is ook niet leuk.
"Inderdaad, dus raak je in beide gevallen gefrustreerd. En dat is wel een mooie indicatie van een achterliggend probleem. Iedereen vindt tegenwoordig dat er van alles geregeld en veranderd kan en moet worden. Of dat nou van bovenaf gebeurt of van onderop, door bestuurders of door buurtwachten: het kan allemaal worden georganiseerd. Maar misschien verwachten we gewoon te veel. In bedrijven speelt dat volgens mij ook. Vroeger had je jaarverslagen, toen had je halfjaarverslagen, toen kwartaalverslagen: die cijfers zijn nooit actueel, er moeten altijd nieuwe cijfers komen. Net zoals er voortdurend nieuw beleid moet komen. Omdat er altijd iets gebeurt waarvan je het niet had verwacht, en ook omdat er altijd weer nieuwe wensen naar voren komen. 'We moeten natuurlijk wel meters blijven maken', dat is de mantra van deze tijd. En dat is echt een hedendaags idee."

U hebt wel echt een sceptische natuur.
"Ik weet niet of ik een scepticus ben: ik probeer politieke ontwikkelingen te bestuderen zonder een schuldige aan te wijzen. Maar als scepis betekent dat je rustig kijkt hoe iets in elkaar zit, dan vind ik dat wel een goed uitgangspunt. Maar dat kan dus niet, tegenwoordig. We moeten voortdurend proactief bezig zijn. Ik begrijp het wel hoor, je kunt er natuurlijk niet op voorhand vanuit gaan dat de verandering niets uithaalt, of zich tegen zichzelf zal keren. Maar die veranderdrift leidt er wel toe dat mensen genoeg krijgen van al die beslissingsrondes, dat ze zich overbelast gaan voelen en zeggen: 'Nu even niet'."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden