We verkijken ons op de twee grote steden

Amsterdam is liberaler en Rotterdammer is socialer dan het denkt. Daarmoeten ze vanaf, maar ze zitten veel te vast in hun geloof in de eigenaanpak.

door Jan Willem Duyvendak

De twee grootste steden van ons land, Amsterdam en Rotterdam hebben eenbestuur van verschillende politieke signatuur. Waarop kunnen we hunprestaties beoordelen in deze verkiezingstijd? Globaal gesproken staanstadsbestuurders voor twee grote opgaven: ze moeten de permanente instroomvan nieuwe, vaak nog laagopgeleide bewoners de kans bieden om zich teemanciperen, om zich omhoog te werken (de stad als sociale lift). Daarnaast moeten ze zorgen dat de bewoners zich thuis voelen in de stad,dat ze binding hebben met de plek en met hun medebewoners.

Veel opiniemakers lijken te denken dat Amsterdam vooral goed is in hettweede omdat burgemeester Cohen het bij voortduring heeft over 'de boel bijelkaar houden'. Op het oog ligt het accent in Amsterdam dus op socialecohesiebevordering (Wij Amsterdammers) terwijl Rotterdammers vooral dehanden uit de mouwen lijken te steken en 'in de sociale lift zitten'.

Bij nader inzien is het echter andersom: de kracht van het Amsterdamsesociaal beleid ligt juist in een individuele aanpak gericht op socialestijging terwijl Rotterdam een sterk stedelijk sociaal programma kent(Mensen Maken de Stad) gericht op samenlevingsopbouw, op bevordering vancollectieve verbanden in de multiculturele wijken. In de Amsterdamse aanpakgericht op het 'omhoog werken' van de zittende bewoners past het investerenin nieuwe, wat duurdere woningen als daarmee de stijgende bewoners de kanshebben om een wooncarrière in de buurt te vervolgen, maar de stad rouwtniet om vertrekkende middenklassers. Ze is veeleer trots dat ze deze heeftafgeleverd.

In Rotterdam ligt het accent in het sociaal beleid sterk op hetprobleem van gebrekkige sociale cohesie. De sociale en fysieke programma'szijn gericht op collectief beter samenleven door een meer gemengdebevolkingsamenstelling, waarbij de lokale politici de middenklasse juistniet wil laten vertrekken. Hierbij is, net als in Amsterdam, sprake van eenoffensieve manier van optreden van politiek en professionals. Huis-aan-huiswordt aangebeld met de vraag of men zich wil inzetten voorstraatactiviteiten, het liefst -maar dat blijkt niet altijd eenvoudig -in een etnisch gemengde groep. Dit leidt ertoe dat bewoners die anderslangs elkaar heen zouden leven, of erger: bang voor elkaar zouden zijn, demogelijkheid krijgen om elkaar te leren kennen en codes af te spreken voorhet sociale verkeer. Hoewel het verbazend is dat het blijkbaar nodig iste komen tot een nieuwe straatetiquette, is dat wel de werkelijkheid. DeFortuynistische revolte heeft immers niet alleen getoond dat politiek enburgers deels een andere wereld lijken te bewonen. Zij legde vooral dekloven bloot tussen bevolkingsgroepen.

Deze verschillen tussen Rotterdam met het accent op sociaal-culturelekwesties, en Amsterdam met de sociaal-economische aanpak zijn opvallend,maar in principe makkelijk overbrugbaar: laat beide steden hun agendaverbreden en van elkaar leren.

Dit is echter niet zo simpel. Amsterdamse politici lijken inmeerderheid namelijk heel bewust van de nieuwe etnische samenstelling vande stad geen probleem te willen maken en zullen dus niet snel deRotterdamse aanpak volgen. Amsterdam wil geen hek om de stad doorinkomenseisen te stellen aan nieuwkomers terwijl Rotterdam juist meent dathet weren van bepaalde groepen bewoners vanwege de grote socialeproblematiek gerechtvaardigd is.

In Amsterdam valt op dat de bestuurders wél geloof hebben in debestaande bevolking en de mogelijkheid om hen 'omhoog te werken'. Waar hetRotterdamse gemeentebestuur lijkt uit te stralen dat het liever een anderebevolking zou willen hebben, geloven de bestuurders van Amsterdam in huneigen mensen. De Amsterdammers willen ook wel een gemengde(re) bevolkingmaar niet door spreiding of het afsluiten van wijken voor bepaalde groepen.

Waar Rotterdam in de 'sociale herovering' van de stad vooral in termenvan groepen is gaan denken, is Amsterdam steeds liberaler geworden: hetgaat daar primair om een individuele aanpak gericht op vergroting vansociaal-economische mobiliteit. In deze meer liberale aanpak schuilt weleen risico, namelijk dat de sociale samenhang te weinig aandacht krijgt.Amsterdam moet dus leren balanceren tussen het stimuleren van zowel bindingals stijging.

De Rotterdamse opgave lijkt nog groter. In de eerste plaats moet deemancipatiefunctie van de stad worden herontdekt, wat betekent dat debestuurlijke energie niet gestoken moet worden in het buitensluiten vanlaagopgeleiden maar in het omhoogwerken. In de tweede plaats moet Rotterdamzich niet langer schamen voor waar ze goed in is: sociaal innovatieveprogramma's zoals het 'Mensen maken de stad'. Daar zou het gemeentebestuurtrots op mogen zijn. Gek genoeg komt het echter in de evaluatie van vierjaar beleid nauwelijks aan de orde. Sociaal is in Rotterdam te softgeworden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden