We stikken binnenkortin wrakken

Tienduizenden verweesde plezierbootjes dobberen in rietkragen en achter schuren. Daar bedreigen ze, wegrottend in water en wind, het milieu. De wrakken kunnen nu op één plaats in het land, netjes en officieel, worden gesloopt.

Bram is nu naar het lek aan het luisteren, maar zo gauw hij dat gerepareerd heeft, komt hij bij u terug'. De tekst op zijn voicemail typeert scheepssloper Bram van der Pijll. Zijn passie ligt bij het werken aan boten, zeker wanneer die aan het einde van de gebruiksfase zijn gekomen. "Ik weet van maar weinig mensen in de watersector hoe ze heten. Ik onthoud vooral de namen van hun schepen."

Op het moment heeft zijn scheepssloperij 'Het Harpje' in Bovenkarspel de 'Poison' en 'Medemblik' onder handen. De eerste is een veel voorkomend type kajuitbootje, dat nu niet veel meer is dan een troosteloos karkas waar het water van de ringvaart waaruit het is opgevist, nog in staat. Achter de Medemblik, een voormalige garnalenkotter, wacht een grote Noorse plezierboot op de sloop.

"Zonde hè, van zo'n mooi jacht", zegt Van der Pijll terwijl hij met zijn hand tegen het stalen onderschip klopt waaraan trossen zoetwatermosselen hangen. "Dit is een van de vele gevallen waarbij de eigenaar bekend is, maar te ziek, zwak en misselijk om te betalen voor de kosten van het afvoeren en van sloop van zijn eigendom."

Dit illustreert volgens de scheepssloper een groeiend maatschappelijk probleem. De afgedankte bootjes worden nu slechts mondjesmaat opgeruimd, merendeels door waterbeheerders als gemeenten, provincies en Rijkswaterstaat, door wie Van der Pijll wordt ingeschakeld. Op deze manier komen de kosten van deze spookboten voor rekening van de gemeenschap, maar het opent ook de weg naar hergebruik van materialen.

Loop door Van der Pijlls loodsen en je komt van alles tegen; matrassen, marifonen, zeilen, schootlieren, putsen (scheepsemmers) en uiteraard ook tweedehands harpjes, de sluiting die op elk schip te vinden is, waarnaar hij zijn bedrijf heeft genoemd. Veel vindt zijn weg naar een koper. Het hoogst haalbare is recycling van 95 procent. Dat kan alleen worden bereikt bij een klein deel van de metalen of houten schepen. Bij een romp van niet recyclebaar polyester blijft hij op 55 procent steken.

In een hoek van 'Het Harpje' staat een indrukwekkende verzameling van, veelal nog deels gevulde, wijnflessen die uit de plezierboten zijn gekomen. Ze zijn achtergelaten door recreanten die met veel genoegen op het water verpoosden tot zij hun ooit zo trotse bezit dumpten in rietkragen of tot zinken brachten op de bodem van meren en plassen. Een snelle uitweg voor de al snel ruim duizend euro die jaarlijks voor liggeld moet worden neergeteld. Eventuele sloop kost al gauw geld en verkoop is nauwelijks een optie vanwege het overschot aan plezierjachten.

De spookvloot zonder traceerbare eigenaar zal ook hard groeien. Dat heeft te maken met veroudering van de sloepjes, zeiljachtjes en kajuitbootjes; de helft is voor 1980 gebouwd. Neem hierin mee de snelle vergrijzing van de Nederlandse booteigenaren - ruim de helft is 60-plusser - en de geringe belangstelling onder jongeren voor bootbezit en dan is duidelijk dat we de komende jaren afstevenen op een wrakkenvloot van jewelste.

De Nederlandse Jachtbouw Industrie (NJI) trekt daarom aan de bel. De brancheorganisatie van bijna tweehonderd jachtbouwers doet deze maand voorstellen aan het ministerie van economische zaken voor afvoer en verwerking van het wegrottende deel van de pleziervloot. Oude auto's gaan naar de sloper, bij de aankoop van een nieuwe wasmachine wordt de oude ingenomen, maar wat doe je met je kajuitzeiljacht als dat op is?

"Er moet snel een toegankelijke infrastructuur komen voor het slopen van een aanzienlijk deel van onze recreatievloot," meent Gerwin Klok, NJI-branchemanager. Hij legt uit dat de jachtbouwers schepen mogen bouwen en repareren, maar niet slopen.

Vanaf het moment dat booteigenaren niet (meer) thuis geven, worden hun vaartuigen op grond van de milieuwet als afval beschouwd en gelden stringente regels voor opruimen en sloop.

Het schip zelf vormt namelijk al een risico op chemische vervuiling door afbladderende verf of een tank die lekt. Aan boord bevinden zich nog eens een accu, motorolie, terpentine, antivriesvloeistof, gasflessen, schoonmaakmiddelen en altijd wel wat blikken verf. Het achterhalen van de eigenaren is vaak te lastig en tijdrovend, net als het ook juridisch ingewikkeld is om vervolgens zeggenschap te krijgen over het wrak.

Een extra milieuprobleem vormt het met vezels versterkt polyester waarvan sinds de jaren zeventig de meeste scheepsrompen zijn vervaardigd, en dat niet recyclebaar is. Klok waarschuwt voor de grote opgave waarmee de samenleving wordt opgezadeld nu de wrakkenvloot met de dag groeit. "Er zit een behoorlijke bulk scheepsafval aan te komen. We zijn echt te laat als verweesde boten het milieu gaan belasten." Zijn organisatie schat dat 12.500 van het totale aantal van 500.000 plezierboten en bootjes dat ons land telt, de komende vijf jaar worden afgedankt. Dat aantal loopt tussen 2025 en 2030, als de babyboomgeneratie stopt met varen, op naar 35.000.

Sinds begin dit jaar is er een belangrijke doorbraak. Na acht jaar wachten beschikt Van der Pijll als eerste en enige in Nederland over een officiële vergunning voor het slopen van schepen. "Uiteraard was ik tot dat moment niet illegaal aan het werk, maar altijd in overleg en samenspraak met de milieudienst en betrokken instanties," haast de pionier zich te zeggen.

Van der Pijll pleit voor de snelle komst van een netwerk van gekwalificeerde inleverpunten en voor een doordachte verwijderingsbijdrage. "Ik trek graag de vergelijking met bankstellen. Vroeger werden die massaal in de bossen gedumpt. De gemeenten creëerden daarop milieueilanden, omdat het veel te duur was om die bankstellen uit de natuur te halen. Nu worden de afgedankte sofa's op zaterdagochtend keurig op een karretje bij de depots ingeleverd."

Er valt nog een wereld te winnen voor het in de pleziervaart zover is. Het Harpje recyclet per week zo'n zes schepen. Eenzelfde bedrijf in Heijen, in Limburg, hoopt ook snel over een officiële vergunning te beschikken om boten te gaan slopen.

Nu is het wachten op milieubewuste botenbezitters die zich op een nette manier van hun schip willen ontdoen. Bezitten die een polyester exemplaar, dan hebben ze altijd kosten. "De sloop en het opruimen van een polyester jacht van zevenenhalve meter kost al gauw zo'n 500 euro. Dat is nog altijd een behoorlijk stuk minder dan het liggeld. Een stalen zeilboot van dezelfde afmeting met goed lopende motor neem ik gratis in," vertelt Van der Pijll.

Het transport is altijd een grote kostenpost. "Ik zeg dan ook tegen mensen: als je na het seizoen van je boot af wil, zorg dan dat je 'm op de laatste dag bij een van de twee bootsloperijen afmeert."

Bram van der Pijll van bootjessloperij Het Harpje in actie op een van de zes schepen die hij per week tot onderdelen kan reduceren.

Juridisch ingewikkeld

Nederland telt 195.000 boten op het water, waarvan 154.000 in jachthavens. Het gaat om 78.000 zeiljachten, 22.000 open boten, 60.000 motorboten, 27.000 open motorboten en 7.000 overig, waaronder historische schepen.

Naar schatting 100.000 pleziervaartuigen liggen ongebruikt in schuren, tuinen en op zolders.

Er liggen 200.000 overwegend kleinere schepen op de wal, die af en toe worden gebruikt.

Bijna de helft van de pleziervloot is voor 1980 gebouwd.

Het totale gewicht van onze pleziervaartuigenvloot bestaat voor 32 procent uit niet recyclebaar polyester.

(Bron: Nederlandse Jachtbouw Industrie)

Veel ongebruike boten

Bij de IJsselmeervereniging (een vijfde van de pleziervloot vaart in het IJssel- of Markermeer) komen geregeld tips binnen over schippers die bootjes laten zinken in het IJsselmeer of het Markermeer. "Het merendeel wordt op een stil plekje afgemeerd en verlaten," zegt bestuurslid Kees Schouten. Volgens hem melden beheerders van de veertig jachthavens in het gebied de verlaten schepen. "Voor hen is het juridisch erg ingewikkeld om zeggenschap te krijgen over verweesde boten. Als dat al lukt, zijn er forse kosten gemoeid met vervoer en sloop."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden