We steunen ze, maar zijn na drie jaar weg

Burundezen, Zuid-Soedanezen en Noord-Oeganezen die hun landen opbouwen, kunnen rekenen op Nederlands geld. Louter dankbaarheid levert die Nederlandse steun niet op. De relatie tussen gever en ontvanger is belast met wantrouwen en achterdocht.

In Jonglei, de grootste staat van wat nu Zuid-Soedan is, zijn moord en doodslag aan de orde van de dag. De Murle en de Lou Nuer die beiden in het gebied wonen, stelen elkaars vee, ontvoeren elkaars kinderen en vermoorden elkaar als dat zo uitkomt. Het Youth Mobilization for Peace and Development Agency, een lokale jongerenorganisatie, wilde niet werkloos toezien. Ze bracht voormannen van de beide volken bijeen voor 'gemeenschapsdialogen' en na drie jaar had ze succes. In 2011 werd er een vredesovereenkomst getekend.

Goed nieuws? Dat is de vraag. Voor westerse donoren was die overeenkomst het teken om hun hulp aan de jongeren stop te zetten. Doel bereikt, klaar. Een misvatting, zo bleek. Met het verdrag waren de oorzaken van het geweld niet verdwenen. En zonder hulp konden ze ook niet worden weggenomen. Al snel verdween er weer vee en werden vrouwen en kinderen weer afgeslacht.

Het voorbeeld wordt aangehaald in 'Fragility by Choice?', een onderzoek dat vanmiddag in Den Haag wordt gepresenteerd. Het Dutch Consortium for Rehabilitation - waarin ontwikkelingsorganisaties Care, HealthNet TPO, Save the Children en ZOA samenwerken om 'post-conflictlanden' te helpen erbovenop te komen - gaf er opdracht toe. Reden is dat minister Ploumen van ontwikkelingssamenwerking zich nadrukkelijk richt op hulp aan fragiele staten, landen getekend door geweld en conflict. Ploumen legt een belangrijke rol weg voor het lokale 'maatschappelijk middenveld' om hun landen weer op poten te zetten. "Maar de vraag is hoe de minister kan inspelen op het feit dat het maatschappelijk middenveld daar iets anders is dan in hogeinkomenslanden", zegt Cora Jansen, algemeen coördinator van het Consortium.

Dus liet het Consortium uitzoeken hoe in Burundi, Zuid-Soedan en Noord-Oeganda leden van het dorpscomité, vakbondsmensen, leden van de lokale spaar- en kredietgroepen, lobbyisten voor vrede of politieke vrijheid of leiders van boerencoöperaties hun rol zien. En hoe ze naar hun westerse partners kijken.

Dubbelzinnig, is het woord dat de onderzoekers plakken op de relatie. Westerse hulporganisaties komen over de brug, waarvoor dank, maar wel op hun eigen voorwaarden. En dat stoort, zegt Georg Frerks, hoogleraar conflictpreventie en -management aan de Universiteit Utrecht, met Pyt Douma een van de auteurs van het onderzoek. Bijvoorbeeld vanwege de gewoonte hier om te denken in overzichtelijke kortetermijndoelen en meetbare resultaten. Frerks: "Tegenwoordig worden activiteiten gefinancierd in programma's van drie tot vier jaar. Lokale organisaties kunnen dat niet volgen. Die klagen. Als je een fragiel land stabiel wilt maken, dan kun je niet even bam-bam een projectje draaien."

Conflicten om land
Elske van Gorkum, coördinator advocacy bij het Consortium, deelt de Afrikaanse ergernis: "Veel van onze tijd gaat op aan het schrijven van een financieringsaanvraag en aan verantwoording van hoe het geld is besteed. Die tijd kunnen we niet besteden aan de inhoud." En, vult Jansen aan, "dat geldt ook voor lokale organisaties." Het Consortium zelf krijgt ook voor maar vijf jaar geld van het ministerie van buitenlandse zaken. Jansen: "Vijf jaar is mooi, maar te kort voor echte ontwikkeling."

Dat wreekt zich al bij het traditionele ontwikkelingswerk, zoals boeren beter leren boeren en hulp aan vrouwen bij het opzetten van een handel. Frerks: "Maar het rapport gaat vooral over zaken die nog moeilijker liggen. Stellen maatschappelijke organisaties in die landen zich kritisch op tegenover hun overheid, dan komen ze direct in lastig vaarwater."

Jansen: "In alle drie de staten is het bijvoorbeeld een groot probleem om te bepalen wie stukken land in eigendom heeft. Dat leidt tot conflicten. Niet alleen omdat twee partijen het niet eens worden, maar omdat overheden en andere machthebbers claims leggen. In Burundi helpen we mensen bij het verbeteren van hun oogsten en in ruil daarvoor schikken ze in om terugkerende vluchtelingen aan land te helpen. En dan organiseren we meteen dat eigendomsrecht wordt geregistreerd. Maar er zijn veel conflicten om land waar we geen invloed op hebben."

Frerks: "Machtige groepen hebben dat land tijdens de oorlog ingepikt. En als de eigenaren terugkeren en land claimen, leidt dat tot intimidatie en geweld."

Van Gorkum: "Mensen verdwijnen, worden opgepakt. Minister Ploumen vindt de waak-hondrol van maatschappelijke organisaties heel belangrijk, maar als wij mensen die rol willen laten spelen dan moeten ze dekking krijgen als ze in gevaar komen. Zij halen de kastanjes uit het vuur."

Frerks: "Lokale groepen die moedig genoeg zijn om in opstand te komen tegen onrecht en corruptie, die hebben steun nodig. Zij doen essentiële dingen in die fragiele staten. Maar die steun gaat de reikwijdte van Nederlandse partnerorganisaties te boven. Als mensen worden bedreigd of ontvoerd, dan moet de Nederlandse ambassades in het geweer komen, de zaak naar buiten brengen, actievoeren. Zoals ze dat bij een Nederlands staatsburger zouden doen."

Jansen: "In Burundi zit nog een ambassade, maar uit Soedan bijvoorbeeld trekt Nederland zich steeds meer terug. Daar kunnen we geen rechtstreekse bescherming bieden en minder invloed uitoefenen."

Doorgeefluik van doelen
Een langdurige relatie tussen organisaties daar en hier en ondubbelzinnige steun van de Nederlandse overheid zijn volgens de drie dus essentieel. Maar uit het rapport blijkt dat de Afrikaanse organisaties wel meer missen. Ze willen gehoord worden. Ze vinden dat ze nu vaak niet meer zijn dan een doorgeefluik van doelen die in Amsterdam of Den Haag zijn verzonnen. En wie zegt dat die doelen niet louter dienen ter meerdere eer en glorie van de westerse organisaties, omdat er uitstekend fondsen op te werven zijn? "Ondanks het wederzijds voordeel, lijken de relaties tussen beide partijen in alle drie de landen gebaseerd te zijn op wantrouwen, wat een goede samenwerking behoorlijk in de weg staat", staat in 'Fragility by Choice'.

Onderzoeker Frerks: "Wij kwamen die grief breed tegen, dus hebben we dit ook opgeschreven. We zeggen niet dat het per se waar is. Het is ook heel lastig voor ze om te begrijpen hoe alle procedures in Nederland of bij andere donoren lopen, ook omdat die elke drie jaar veranderen. En daarnaast, als je uit zo'n oorlog komt, je wel vijf keer je boeltje hebt moeten pakken, geweld een grote rol speelt, word je vanzelf achterdochtig. Het zou ook die algehele sfeer kunnen zijn, die zich weerspiegelt in de relaties met buiten. Maar voor Nederland en het Consortium geldt: het zijn je partners, daar moet je het mee doen. Investeer in ze, want het is niet goed als die perspectieven zo uiteenlopen."

Burundi
Aantal inwoners: 9.850.000

Bruto nationaal inkomen: 1,8 miljard euro

Levensverwachting: 53 jaar

Nederlandse hulp in 2012: 13.375.307 euro

In 1993 brak in Burundi een bloedige strijd uit tussen hutu's en tutsi's. Toen het conflict in 2005 officieel werd beëindigd, waren er honderdduizenden mensen op de vlucht en honderdduizenden vermoord.

Banen scheppen door economische groei te stimuleren en betere toegang tot gezondheidszorg en onderwijs zijn de prioriteiten van de landen die geld steken in Burundi. Niet de eerste keuzes van de Burundezen, zeggen leden van maatschappelijke organisaties. Logisch, want de comités en commissies die de lokale bevolking een stem moeten geven, worden gedomineerd door stromannen van het regime, zeggen ze.

Dat oppermachtige regime vindt het prima als maatschappelijke organisaties haar werk uit handen nemen door opbouwwerk te doen. Maar wie probeert mee te denken - laat staan kritiek te uiten - loopt gevaar. 'De staat, en vooral de geheime dienst, handelt ongestraft naar eigen inzicht', schrijven de onderzoekers in 'Fragility by Choice?'.

Oeganda
Aantal inwoners: 36.350.000 inwoners

Bruto nationaal inkomen: 14,7 miljard euro

Levensverwachting: 58 jaar

Nederlandse hulp in 2012: 20.084.708 euro

Officieel geldt Oeganda niet als fragiel land; het staat dan ook niet op minister Ploumens prioriteitenlijstje, al gaat er wel ontwikkelingsgeld naartoe. Voor 'Fagility by Choice?' richtten de onderzoekers zich specifiek op Noord-Oeganda, waar Joseph Kony's Leger van de Heer tientallen jaren moordde en verkrachtte. De gezamenlijke doelen voor het gebied - opbouw van lokale gemeenschappen, herstel van de staat en de economie en verzoening - worden breed gedeeld. Maar vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties betwijfelen of het regime in Kampala de zaak wel is toegedaan. Geld bedoeld voor het noorden verdwijnt of komt aan het einde van het fiscale jaar waardoor het, in het nieuwe jaar, grotendeels vervalt aan de centrale schatkist. Verzoening wordt actief gedwarsboomd. "Wat doen jullie met onze slachtoffers?", vroeg een districtsbestuurder aan een hulpteam dat even ervoor was gearresteerd.

Zuid-Soedan
Aantal inwoners: 10.840.000

Bruto nationaal inkomen: 6,9 miljard euro

Levensverwachting: 54 jaar

Nederlandse hulp in 2012: 35.146.141 euro

Zuid-Soedan bestaat sinds 9 juni 2011 toen het land zich, na jarenlange strijd, officieel afscheidde van Soedan. In de prille staat experimenteert Nederland met de zogeheten New Deal. Het idee achter die aanpak is dat de Zuid-Soedanese overheid grote vrijheid krijgt in de besteding van hulpgelden, die ze via haar eigen kanalen besteedt. Ze moet zich wel kunnen verantwoorden: wat waren haar doelen en zijn die behaald? In ruil voor die vrijheid belooft Zuid-Soedan een democratische rechtstaat op te bouwen.

Het zou beter zijn, zeggen de geïnterviewde vertegenwoordigers van lokale maatschappelijke organisaties, als zij mochten meepraten en -kijken bij deze onderonsjes tussen rijke donorlanden en de Zuid-Soedanese regering. Ze vrezen dat hun overheid alleen maar meedoet om haar vingers op een pot geld te kunnen leggen. Voldoet de controle op de staatsopbouw? Ze zijn er niet gerust op.

Nederland
Aantal inwoners: 16.770.000

Bruto nationaal inkomen: 570 miljard euro

Levensverwachting: 81 jaar

Uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking in 2012: 4,3 miljard euro

Door bezuinigingen en een focus op handel daalt het Nederlandse budget voor traditionele ontwikkelingshulp de komende jaren met ruim 2 miljard. Minister Ploumen richt de hulp vooral op zeven 'fragiele staten': Burundi, Zuid-Soedan, Jemen, Afghanistan, Mali, Rwanda en de Palestijnse Gebieden. Die landen, getekend door conflict, missen 'de institutionele capaciteit om alleen effectief aan armoedebestrijding te doen', zo verantwoordde ze dit voorjaar haar keuze. Nederland richt zich er ook op 'politieke hervormingen, herstel van de rechtsorde en de opbouw van politie en leger', want 'zonder vrede en veiligheid en een goed werkende rechtstaat zijn de perspectieven op een betere toekomst somber'. Hulp aan fragiele staten is ook eigenbelang: 'Radicalisering, terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, maar ook illegale handelsstromen en grondstoffentoevoer zijn een steeds grotere bedreiging voor de stabiliteit in fragiele staten, en ook voor Nederland en Europa'.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden