We moeten sporten, maar waar?

Volleyballers in de sporthal Almere Poort. Omdat teams soms verspreid moeten trainen en wedstrijden spelen, verdwijnt het clubgevoel. (FOTO HERMAN WOUTERS )Beeld Herman Wouters/Hollandse Hoogte

Sportverenigingen hebben een tekort aan zaalruimte. Dat staat haaks op het overheidsbeleid om meer mensen aan het sporten te krijgen.

Een derde van de binnensportverenigingen heeft te weinig zaalruimte. Ze kunnen geen basketballers, handballers, volleyballers of badmintonners meer aannemen, kunnen minder trainingstijd geven dan nodig is, spelen soms over meer dan tien zalen verspreid of moeten teams laten trainen tot aan de randen van de nacht.

Zo kennen de volleyballers in Denekamp de wijde omgeving op hun duimpje. Slechts een deel van de dames- en herenteams kan in het Twentse dorp zelf terecht. De rest moet voor een paar uurtjes training uitwijken naar buurtdorpen Tilligte en De Lutte of zelfs helemaal naar Weerselo of Losser, ruim twintig kilometer verderop.

Denekampse kinderen die in de zaal willen sporten, hebben helemaal pech. Zij worden niet meer bij volleybalvereniging Devoko toegelaten. Er zijn geen trainers te vinden voor ’s middags, en op zaterdag is er geen ruimte meer voor wedstrijden.

Het gebrek aan trainers is volgens voorzitter Aart-Jan Strijker een indirect gevolg van het gebrek aan zaalruimte. Omdat de teams overal verspreid trainen en wedstrijden spelen, verdwijnt het clubgevoel. Zonder clubgevoel offert een sporter minder snel zijn vrije middag op om de jeugd te trainen.

Devoko is exemplarisch voor wat er in de rest van Nederland aan de hand is. Dat het steeds moeilijker wordt om leden te strikken voor bestuursfuncties, het geven van trainingen, coachen, fluiten, het regelen en indelen van zaalruimte en het organiseren van feesten, is al langer bekend. Politiek en sportkoepels zijn al volop bezig met het steeds groter wordende gebrek aan vrijwilligers.

Het landelijk bestaande gebrek aan zaalruimte wordt minder erkend. Dat is aan de lokale overheden, zegt een woordvoerder van staatssecretaris Jet Bussemaker van sport. Dat is aan de individuele gemeenten, zegt een woordvoerder bij de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Dat is een erg dure aangelegenheid, zeggen wethouders.

„Als je de kosten van het gebruik van de sporthal afzet tegen het aantal inwoners, vraag ik me af of je het ooit oplost”, zegt een woordvoerder van de gemeente Dinkelland, waar Denekamp in ligt. „Het blijft altijd schuiven.” Toch worden voetbalverenigingen anders behandeld, zegt Devoko-voorzitter Strijker.

Die klacht klinkt vaker. Marloes Vaasen werkt voor de badmintonkoepel in Noord-Brabant en Limburg. In de vier jaar dat ze daar bij verenigingen rondloopt, heeft ze het aantal ledenstops alleen maar zien toenemen.

„Gemeenten zijn vaak wel bezig om de problemen met zaalruimte op te lossen, maar voetbal gaat altijd voor”, zegt Vaasen. „Daar richten ze zich op.”

Dat komt ook een beetje door de bonden zelf, ziet Sandra Meeuwsen. In 2005 stuurde sportkoepel NOC-NSF een alarmerend rapport naar het ministerie van Vrom. Als er niets wordt gedaan, zijn er in 2020 425 zalen tekort, was de mededeling. „Dat leidt tot een verdere toename van de bewegingsarmoede bij grote groepen van de Nederlandse bevolking”, concludeerden de onderzoekers.

Meeuwsen was een van hen. Nu adviseert ze voor haar eigen bureau gemeenten bij hun sportbeleid. „Het is een heel onzichtbaar probleem. Het accent gaat meer uit naar een tekort aan buitenruimte. Ook bij de Bonden.”

Bij gemeenten ziet Meeuwsen dat de exploitatie voorop staat. „In Haarlemmermeer zitten ze met de handen in het haar. Er zijn gigantische tekorten, maar ze kijken eerst waar ze een school neer kunnen zetten en daar komt dan een sporthal bij. Dat is een afhankelijke positie voor verenigingen.”

In echte studentensteden als Enschede en Groningen lijken de problemen mee te vallen, als je de sportnota’s van de gemeenten leest. Schijn bedriegt, waarschuwt Peter van Tarel, die namens de Nederlandse Volleybalbond (NeVoBo) het contact met de verenigingen in het noorden onderhoudt. „Er is wel voldoende ruimte in Groningen, maar niet op de tijden dat het nodig is. We kunnen ’s ochtends terecht, maar dan kunnen de teams niet.”

Zo komen ze er bij studentensportcomplex Aclo achter dat de druk steeds hoger wordt. „Daar worden de trainingsgroepen gewoon groter gemaakt”, merkt Van Tarel. In veel gemeenten worden de problemen wel erkend, maar er wordt maar heel voorzichtig bijgebouwd. „Als er dan twee sporthallen bij moeten, bouwen ze er maar één.”

Ook de recessie werkt tegen. In Assen is volgens Van Tarel net de bouw van een groot sportcomplex afgeblazen omdat de kosten hoger waren dan verwacht.

Reijer Louw, landelijk competitieleider handbal, ziet de problemen vooral in de regio Rotterdam. „Daar nemen ze al jaren geen time-outs omdat het allemaal zo krap op elkaar zit. Om de boel rendabel te maken, verhuren gemeenten steeds meer commercieel.” Dat gaat ook ten koste aan tijd die verenigingen in de hal kunnen besteden.

Het is niet allemaal kommer en kwel. Bij handbalvereniging B.F.C. in het Limburgse Geleen ging vorige week de vlag uit. De gemeenteraad ging akkoord met de bouw van een nieuwe hal. Tot die af is, kunnen de zaalsporters terecht in een zaal in Sittard die eerder was afgebrand en nu in allerijl wordt opgeknapt.

Vorig jaar nog moest voorzitter Piet Sangers alle zalen van Roermond tot Sittard afbellen om te smeken om een paar uur zaalruimte. De ledenstop die drie jaar heeft geduurd, kan nu eindelijk van tafel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden