Column

We moeten oppassen met het idee van de rationele burger

Ger Groot Beeld Jörgen Caris
Ger GrootBeeld Jörgen Caris

‘Overheid, bedenk: burgers openen hun post niet altijd’, kopte deze krant van de week. Dat is een waarheid als een koe. Ik kan erover meepraten.

Ger Groot

Terwijl ik dit stukje tik, kijk ik over het toetsenbord heen tegen een bescheiden stapeltje brieven aan die allemaal nog op lezing liggen te wachten. Bankafschrijvingen, belastingaanslagen, kennisgevingen van de loterij, mededelingen van de Amsterdamse parkeerwacht.

Tot rampen heeft dat tot nu toe niet geleid en binnenkort zal ik ze wel eens op mijn gemak gaan bekijken. Zoals de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in zijn rapport over de zelfredzame burger al constateerde: ook hoogopgeleiden zijn in hun omgang met instanties lang niet altijd even efficiënt.

Dat is niet een kwestie van onwetendheid. Ik weet best dat ik die enveloppen al lang had moeten openen. Het is iets veel banalers. Luiheid met het excuus van tijdgebrek, ‘geen zin’ met de sussende bezwering ‘doen we straks’, of simpelweg de glazige blik die de post wel ziet maar prefereert niet op te merken. Ik praat het niet goed, maar zo vergaat het waarschijnlijk menigeen.

Te vaak gaat de overheid uit van een rationalistisch perspectief, aldus de WRR. Daarin leidt de juiste kennis automatisch tot de juiste daden. Binnen het denken van een efficiënt apparaat is dat logisch. Natúúrlijk leidt juist inzicht tot juist handelen. De antieke filosoof Plato dacht er, net als zijn wijsgerige tijdgenoten, niet anders over. Wanneer de ziel het juiste inzicht heeft verkregen, zal de mens vanzelf het goede doen – zo meende hij.

Banale werkelijkheid

Er was een psycholoog als Augustinus voor nodig om die logica te ontmaskeren. Zijn ‘Belijdenissen’ hielden zich niet bezig met de ziel als redelijk ideaal, maar als banale werkelijkheid. En dat was, zo had Augustinus in zijn eigen leven pijnlijk ervaren, heel andere koek. Met merkbare zelfspot vertelt hij hoe hij, al oprecht van het christelijk levensideaal overtuigd, God om kuisheid smeekte, ‘maar nu nog niet…’

Sindsdien zouden we kunnen weten we hoe onvolmaakt en hoe weinig recht-door-zee het menselijk gemoed is. Maar hooggestemde idealen die hopen de mens eindelijk écht rationeel te kunnen maken komen er steeds weer tussendoor. Aan die zwakheid, aldus de WRR, lijdt ook de overheidsbureaucratie. Ze houdt de burger voor net zo lucide als zij zelf meent te zijn – en sluit daarbij tegelijk de ogen voor haar eigen feilen. Dat ook haar transparante rationaliteit nogal eens in haar tegendeel verkeert, weet iedereen die wel eens een bladzijde Kafka heeft gelezen.

We moeten dus oppassen met het idee van de ‘rationele burger’, maar intussen zet het liberale tijdperk waarin wij leven daar vol op in. De burger weet zelf het best wat goed voor hem is en moet in vrijheid kunnen kiezen voor wat hij wil; alles wat hem daarin hindert is betutteling en paternalisme. Dat is niet alleen de mantra van de geliberaliserde markten maar ook van de radicale democratie die het referendum als hoogste ideaal heeft. En van de Amerikaanse wapenlobby die zegt dat wapens niet doden, maar alleen de mensen die hen hanteren – en dat die mensen heel goed weten wat ze doen.

Dat is de wereld van Plato, waarin rede en dús deugdzaamheid heersen: een mooie maar ook een beetje saaie werkelijkheid. Pas Augustinus begreep waardoor er werkelijk leven in de brouwerij kwam. We zijn wel rationele wezens, maar veel betekenis heeft dat niet – want intussen gaat het driftige gemoed onbekommerd met ons handelen aan de haal.

Een verstandige politiek houdt daar rekening mee. Het rapport van de WRR heeft dat goed begrepen. Net zo goed als de klassieke parlementaire democratie, die de burger wel een stem gaf, maar niet zo radicaal dat zijn dwaasheid catastrofale gevolgen kon krijgen. De volksvertegenwoordiging is er niet in de laatste plaats om de luimen van de burgers te dempen en een veiligheidscordon te leggen rond diens lang niet altijd evenwichtige wil.

Tot nu toe heeft dat heel behoorlijk uitgepakt en daarom moeten we er niet teveel aan tornen uit naam van een overschatte mondigheid. Om de WRR te parafraseren: de burger opent wel zijn mond, maar lang niet altijd zijn verstand – of hij nu hoog- of laagopgeleid is. Het stapeltje brieven dat nog altijd voor me ligt, getuigt ervan. Ik wéét dat ik ze lezen moet – maar ook dat ik dat opnieuw zal uitstellen tot morgen, overmorgen.

Lees ook: Bedenk: burgers openen hun post niet altijd hun post

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden