'We moeten in de toekomst meer Versteegjes hebben'

NAGANO - Bondscoach Wilf O'Reilly vindt de zesde plaats die Dave Versteeg op de olympische 500 meter haalde, een uitgelezen basis om het shorttrack in Nederland verder te ontwikkelen. De Brit heeft bij de KNSB een gedurfd plan ingediend. Waar Nederlandse concurrenten elkaar doorgaans al geen blik in hun keuken gunnen, wil hij met een Europese trainingsgroep het niveau op het continent opkrikken.

JOHAN WOLDENDORP

Het olympische diploma dat de Lissenaar een dezer dagen krijgt thuisgestuurd, is een mooi startpunt. Shorttrack wordt gedomineerd door Aziaten en Amerikanen. Op de korte piste zijn de Koreanen en de Chinezen de evenknieën van de Nederlanders in het langebaanschaatsen. Dat de Japanner Uematsu in dat geweld triomfeerde, heeft dezelfde uitstraling als de gouden medaille van de Noor Adne Söndral op de 1500 meter. Verrassend genoeg was zelfs geen enkele shorttracker uit Zuid-Korea doorgedrongen tot de mannenfinale. Bij de vrouwen viste Chun op de kilometer het doekje voor het bloeden uit haar tasje, in de aflossing (mannen) was Canada net iets sterker. In de top acht van de 500 meter was Versteeg de enige Europeaan. Dat zegt veel over het niveau van het 21-jarige talent. Wanneer hij in de halve eindstrijd niet enkele cruciale fouten had gemaakt, was een finaleplaats heel reëel geweest.

Versteeg had weliswaar de beste startpositie (helemaal aan de binnenkant), maar liet zich wegduwen, raakte toen even in paniek, toucheerde een blokje en probeerde met een geweldige 'jump' alsnog de tweede plaats in zijn heat te halen. Dat mislukte net. “Je moet in zo'n positie meteen van kop af tempo gaan maken of je terug laten vallen naar de tweede plaats. Toen dat er niet inzat, dacht ik: Je moet technisch gaan schaatsen. Ga je te gehaast verder, dan doe je zeker alles fout. En op volle snelheid kan ik heel erg goed mee, zo bleek nu ook weer.”

Versteeg is eerzuchtig genoeg om de zesde plaats een tegenvaller te noemen, maar vindt het in ieder geval nog een troostrijke gedachte dat zijn wereldrecord (42,648) in de boeken bleef staan.

Versteeg is een parel aan de kroon van O'Reilly. “We moeten in de toekomst meer Versteegjes hebben”, zegt de bondscoach. Omstandig dankte hij de media voor de positieve verhalen, die de afgelopen week over zijn sport zijn geschreven. Hij heeft het nodig als promotiemiddel, teneinde uit het steeds groter wordende leger jeugdige inline skaters talentjes voor het shorttrack te recruteren. “De sport moet in de breedte verder worden ontwikkeld. Het probleem is echter dat Dave dan niet zoveel progressie zal maken als hij de afgelopen anderhalf jaar heeft gedaan. Vandaar het idee om de krachten te bundelen met goede Belgen, Italianen en Noren. Omdat Dave als enige Europeaan in de top acht staat, vind ik dat ik de handschoen moet oppakken. We zijn tot nu toe veel te kortzichtig bezig. We werken naar de Olympische Spelen toe en kijken amper naar de periode erna. Als we buitenlanders naar de hal in Zoetermeer halen (waar op 16 juni alweer de ijstraining voor het volgende seizoen begint - red.), kunnen we profiteren van elkaars kennis.”

Om een aantal redenen mag in de toekomst nog veel worden verwacht van Versteeg. Hij en O'Reilly kennen elkaar pas anderhalf jaar - de Brit werd medio 1996 aangetrokken als bondscoach - waardoor er af en toe communicatiestoornissen optreden, die soms een negatieve invloed op het resultaat hebben. Zo weet O'Reilly vrijwel alles over de fysieke mogelijkheden van zijn beste shorttracker, maar kan hij nog te weinig in zijn ziel kijken.

Daarnaast had Versteeg de afgelopen dagen materiaalproblemen. Het mes stond iets te scheef in het blok. Terug in Nederland laat hij sowieso nieuwe messen monteren. De oude raken 'op'. Voorts kreeg hij net te laat de klapschaats om nog voor de Spelen goed vertrouwd te raken met de 'nieuwe' vinding. Hij gebruikte de 'klappers' nu uitsluitend in de training en in de psychologische oorlogsvoering. Op de 500 meter had hij ze trouwens niet ondergebonden. Onderzoek heeft uitgewezen dat ze alleen op langere afstanden (vanaf de duizend meter) functioneel zijn.

Versteeg wil een toch al acceptabel seizoen de volgende maand nog fraaier inkleuren. Op de WK's in Wenen (individueel) en Bormio (landen) hoopt hij over all bij de eerste acht te eindigen en op de 500 en 1000 meter in de medailles te vallen. Anders dan op Olympische Spelen staan op de mondiale titeltoernooien ook een 1500 en 3000 meter op het programma. “In ieder geval moet ik straks op een beter seizoen kunnen terugkijken dan ik vorig jaar deed. Toen was ik op het verkeerde moment in vorm. Dat kwam mede omdat Willy en ik elkaar niet voldoende kenden.”

O'Reilly is redelijk tevreden over de inbreng van zijn ploeg in de White Ring. Een minpunt was de duizend meter van Versteeg. Anke Jannie Landman en Melanie de Lange kwamen op beide individuele onderdelen niet ver, terwijl de vrouwen relay-ploeg eveneens voor niet meer dan een paar minuten de verre reis naar Japan had ondernomen.

Ellen Wiegers was net als Versteeg de beste van Europa op de kilometer, zij het pas op plaats negen. “We hebben onze doelstellingen niet helemaal bereikt”, zegt O'Reilly. “Ik had de lat hoog gelegd, maar als je dat niet doet, maak je het jezelf te gemakkelijk.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden