'We moeten hier geen rassenrellen krijgen'

Vrijheid is voor de Somalisch-Nederlandse Nawal Mustafa: een hoofddoek dragen, en niet hoeven uitleggen waarom.

"Weet je wat voor mij vrijheid is?" zegt Nawal Mustafa (29). "Dat ik 's ochtends opsta en de keus heb om een hoofddoek op te doen. Zodat ik trots naar mijn werk kan gaan. Helemaal vrij zou ik zijn als ik er geen toelichting bij hoef te geven. Weet je dat ik al twintig jaar moet uitleggen dat ik tijdens de ramadan vast, twintig jaar, kun je nagaan, ha! Ik ben er maar mee opgehouden. Dat is ook vrijheid. Iedereen kan het toch googelen: ra-ma-dan. Dan weet je precies wat wij moslims dan doen. En nee, ik drink overdag inderdaad geen water, en nee, dank je, ik neem ook geen kauwgum."

Zo, aangenaam kennismaken, dit is Nawal. Nederland heeft nog veel te leren, vindt ze. Want erg opschieten doet het niet met de acceptatie van de 'verkleuring' van Nederland. Veel witte Nederlanders kijken nog steeds vreemd aan tegen mensen die er anders uitzien dan zij en die er andere gewoonten op na houden. Bazen hebben nog steeds het liefst werknemers die op hen lijken, en de meeste bazen zijn nog altijd wit.

Nederland mag dan een gruwelijke oorlog van vijf jaar nog vers in het geheugen hebben, Nawal Mustafa ontvluchtte Somalië waar het al sinds 1991 onveilig is door een verwoestende burgeroorlog en bedreigingen van radicale moslimstrijders van Al-Shabaab. Haar vader was kolonel in het Somalische leger en hoorde bij een zuidelijke clan. Haar moeder bij een noordelijke. "Diversiteit was al van jongs af aanwezig in mijn familie", grapt ze. Het zijn juist die clans die met elkaar in oorlog zijn. Haar moeders vluchtverhaal werd lang niet geloofd door de asielautoriteiten. Tien jaar lang was het onzeker of ze terug moesten of niet. Uiteindelijk was daar in 2005 die felbegeerde verblijfsvergunning.

Je had de asielprocedure van je ouders meebeleefd, jouw rechtvaardigheidsgevoel was geboren.

"Ja, ik wilde rechten studeren. Ik bleef op mijn 15de zitten op het vmbo in Winschoten. Dat was een schrikmoment. Ik maakte een plan en ging naar mijn mentor, ik weet het nog goed, hij zat op de derde verdieping, ik kwam daar nooit. Ik zei: ik wil vmbo-t doen, een trapje hoger. 'Ja, Nawal', zei hij. 'Ik wil ook heel graag vliegen, maar dat kan nu eenmaal niet, hè?' Gelukkig zeiden mijn ouders: je kunt het wél, bewandel je eigen pad. Mijn geschiedenisdocent hielp me ook: hij adviseerde me via mbo en hbo naar de universiteit te gaan. En zo geschiedde, daar kwam ik terecht op mijn 21ste. Na mijn studie rechten ben ik eerst op een advocatenkantoor gaan werken, maar mijn hart ligt bij mensenrechten.

"Bij Amnesty ben ik sinds kort projectmedewerker etnisch profileren. We onderzoeken hoe de politie te werk gaat. Worden niet-witte mensen weleens aangehouden zonder aanleiding? Ik organiseer daarover bijeenkomsten in grote steden. We moeten hier geen rassenrellen krijgen zoals vorig jaar in Ferguson, in de Verenigde Staten. We hebben wel Rishi gehad, die jongen van zeventien die op Den Haag Hollands Spoor werd doodgeschoten door de politie. Amnesty wil meer uitleg van de politie over incidenten die met etniciteit te maken hebben."

Wat heb jij wat dat betreft meegemaakt?

"Als scholier of student was het nooit een issue of het voor mij veilig was op straat. Het was gewoon veilig. De laatste jaren ben ik me er meer van bewust dat ik zichtbaar moslim ben. In 2010 werden mijn zusje en ik bedreigd door acht witte Nederlanders in de stoptrein tussen Winschoten en Groningen. Het liep bijna uit de hand, maar het bleef uiteindelijk bij afschuwelijk schelden: 'Ga terug naar je eigen land', 'neger', 'vieze zwarte', 'Zwarte Piet'. Die laatste kende ik al, alle Afrikanen in ons asielcentrum werden door het hele jaar heen Zwarte Piet genoemd. Geen conducteur die ingreep, trouwens.

"Die veiligheid op straat, dat is voor moslims denk ik een groter probleem dan voor Joden, ook als je kijkt naar het aantal meldingen op het islamofobie-meldpunt op Facebook. Maar het is geen wedstrijd tussen Joden en moslims. Ik was afgelopen zomer op een bijeenkomst in de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam. Ik had daarvoor alleen over de Holocaust gelezen in leerboeken, het was voor mij iets abstracts."

"Ik ontmoette daar voor het eerst een overlevende, de Amsterdams-Joodse kinderpsychiater David de Levita. Heel aangrijpend, zijn verhaal raakte me. Herdenken vind ik belangrijk, omdat hier niemand meer mag worden vervolgd en uitgemoord om z'n religie. Na de oorlog is er de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens gekomen. Dat helpt, maar is niet genoeg."

Voel je je verbonden met de strijd van Ayaan Hirsi Ali, net als jij Somalische, voor moslimvrouwen en voor een liberalere islam?

"Nee, ik heb niks met haar. Zij vertegenwoordigt mij niet. Ik zie haar niet als rolmodel. Ik kan me niet met haar identificeren. Niet omdat ze een ex-moslim is, maar als je mij wil bereiken moet je mijn religie respecteren. Je mag kritisch zijn, maar zij is denigrerend, negatief. Ik red mij wel, ik heb Ayaan niet nodig. Zij had iets kunnen betekenen voor vrouwen hier, maar dat is haar niet gelukt, dat is jammer. Kritiek op de islam is populair, hoe groffer hoe beter lijkt het soms. Ik ken haar niet persoonlijk, maar het geldt voor meer ex-moslims: je mag wel kritisch zijn, maar je moet de mensen niet vergeten die die religie aanhangen. Veel mensen zijn er trots op dat ze Amerikaan of Nederlander zijn. Voor mij bepaalt de islam mijn identiteit."

Wat wil je bereiken in je leven?

"Ik waardeer heel erg dat ik in Nederland veel vrijheden en veel mogelijkheden heb. En ik ben een doorzetter. Dat heb ik bewezen. Ik geloof echt dat niets mij kan tegenhouden. Als ik zou willen, zou ik zelfs premier kunnen worden. Ik wil voorlopig doorgaan met mensenrechtenactivisme. De terreinen verbeteren waar het niet goed gaat. Ik heb me suf gesolliciteerd de afgelopen twee jaar. Bij mijn witte vrienden gaat het ook bepaald niet vanzelf, maar voor meiden met een hoofddoek is het nog drie keer lastiger. Speelt mijn religie een rol? Niemand zegt het tegen je. Ik heb net de films 'Dear White People' en 'Selma', over Martin Luther King, gezien. Ik denk niet dat Nederland racistischer is dan andere landen, maar we moeten vooral niet bang zijn het erover te hebben."

*1985

Nawal Mustafa werd in 1985 in Somalië geboren. Tien jaar later vluchtte ze met haar moeder en drie jongere broers en zussen. Aangekomen in Nederland verbleef ze tussen 1995 en 1998 in vier verschillende asielcentra: Den Haag, Gilze Rijen (Brabant), Vledder (Drenthe) en Winschoten (Groningen). In Winschoten volgde in 2000 de hereniging met haar vader. De Nederlandse nationaliteit kreeg ze in 2010. Na een studie rechten en een stage bij de VN in New York werkt ze sinds dit jaar bij Amnesty International.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden