'We moeten elkaars claims gaan steunen'

GRONINGEN, LEEUWARDEN - De woede van Hans Ouwerkerk, burgemeester van Groningen, is nog lang niet bekoeld. Hij is nog steeds zeer verontwaardigd door het besluit van minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) om de directie Noord van Rijkswatersaat niet in Groningen maar in Leeuwarden te concentreren.

HANS DE PRETER

Dat betekent voor zijn gemeente niet alleen het verlies van 125 arbeidsplaatsen maar vooral het uitblijven van een dienst die in totaal driehonderd arbeidsplaatsen gaat tellen. Ouwerkerk is verbitterd omdat hij van het Rijk de stellige indruk heeft gekregen dat de noordelijke vestiging van Rijkswaterstaat in Groningen zou komen. "We gunnen Leeuwarden de vestiging van harte: daarom hebben we die stad dan ook een felicitatie-telegram gestuurd. Maar we zijn boos op het Rijk omdat deze een onbetrouwbare partner is gebleken" , zegt Ouwerkerk.

"Er zijn namelijk gezamenlijke afspraken gemaakt over het ontwikkelen van een groot kantorenpark nabij het Centraal Station in Groningen. Dat zou gebeuren in een vorm van publiek-private samenwerking tussen het ministerie van Vrom en Groningen, waarbij een deel van de nieuwe kantoren voor Rijkswaterstaat bestemd was. En dan gaat zo'n directie ineens naar Leeuwarden! Ik vind dat ongehoord" , zegt een vinnige Ouwerkerk.

Volgens hem zal het nu heel moeilijk worden om dit 110 miljoen gulden kostende kantorenpark 'Cascade' van de grond te tillen. In oktober valt de beslissing over dit project, een van de landelijke voorbeeldprojecten voor publiek-private samenwerking.

De boosheid van Ouwerkerk is volgens hem extra groot omdat hij vindt dat Groningen geen faire kans heeft gekregen. "Je moet je verlies kunnen dragen. Maar dan moet je wel een gelijke kans krijgen. Ik ben er van overtuigd dat hier geen eerlijke beslissing is genomen: al maanden geleden was de zaak beklonken" , aldus Ouwerkerk.

Het argument van het ministerie om voor Leeuwarden te kiezen is dat die stad nu aan de beurt is voor de vestiging van een rijksdienst: Groningen heeft al een deel van de PTT en de Rijksdienst voor het Wegverkeer. "Onzin: dit kabinet voert een Randstad-beleid en heeft al lang officieel een punt achter de spreidingsoperatie gezet. Het gaat in dit geval dan ook niet om een spreiding vanuit de Randstad maar om een concentratie van afdelingen die al in het Noorden gevestigd zijn."

"Bovendien is het onjuist dat Leeuwarden te kort komt: die stad heeft al 780 ambtenaren die er in het kader van de spreiding zijn gekomen. Dat zijn er wel minder dan de 1250 die aan ooit Leeuwarden waren beloofd. Maar aan Groningen waren er 8400 beloofd en dat zijn er 3400 geworden. Dat verschil is relatief veel groter" , aldus Ouwerkerk.

In het stadhuis in Groningen gaat men er overigens van uit dat het vooral de lobby van commissaris H. Wiegel is geweest die voor het Friese succes heeft gezorgd. Deze zou zijn contacten met fractievoorzitter E. Brinkman van het CDA hebben aangesproken waarna het besluit over de concentratie van Rijkswaterstaat in Leeuwarden al rond de jaarwisseling een feit zou zijn geweest.

Maar in het stadhuis in Leeuwarden is men niet onder de indruk van het Groningse geknars van tanden. "Ook Leeuwarden is onderbedeeld met rijksambtenaren. Misschien relatief wat minder dan Groningen, maar dat weerhoudt ons niet voor onze belangen op te komen" , aldus wethouder M. F. Koopmans. "Het gaat misschien dan niet om een 'spreiding' van een rijksdienst, maar wel om een concentratie. En alle noordelijke diensten hoeven niet in Groningen geconcentreerd te worden" , vindt hij. Het is niet de eerste keer dat Groningen en Leeuwarden touwtrekken om de vestiging van een grote instelling. In 1985 slaagde Leeuwarden er in om het verzekeringsconcern Aegon er toe te bewegen het noordelijke hoofdkantoor in Leeuwarden te vestigen. Daarbij wist Leeuwarden de verzekeraars met een aantal aantrekkelijke voorwaarden tot de Friese hoofdstad te verleiden.

Groningen had daarentegen uiterst laks gereageerd en was er vanuit gegaan dat bedrijven wel automatisch naar de 'noordelijke hoofdstad' zouden komen. Dat was een fout waardoor Groningen een hoofdkantoor met duizend banen misliep. Voor Leeuwarden betekende de komst van het hoofdkantoor Aegon een fikse stimulans bij de ontwikkeling van het stationsgebied. Mede dankzij dit kantoor - en de Postbank met enkele duizenden medewerkers - krijgt het stationsgebied er steeds meer aanzien.

In 1988 ontbrandde er een strijd om erkenning als 'stedelijk knooppunt'. Groningen was als zodanig al door het Rijk erkend. Toen Zwolle ook een dergelijk predikaat ten deel viel wilde ook Leeuwarden een stedelijk knooppunt worden. Groningen steunde Leeuwarden niet in die strijd, hetgeen in de Friese hoofdstad kwaad bloed zette.

Een andere bron van conflicten vormde de vestiging van het hoger onderwijs. Dat leidde uiteindelijk tot een 'Herenakkoord' waarbij de Groningse en Friese commissarissen der koningin en het Rijk een ruil overeen kwamen. Daarbij zouden het Noord Nederlands Orkest en het conservatorium in Groningen gevestigd worden en de hogere agrarische school - het Van Hall Instituut - naar Leeuwarden verhuizen.

Inmiddels lijkt men in Groningen en Leeuwarden de strijd een beetje moe te worden. "Een dergelijke competitie is niet goed: daarmee schaad je beide gemeenten. Daarom zijn we gesprekken begonnen over een soort van taak-verdeling tussen beide gemeenten" , zegt burgemeester Ouwerkerk. Beide gemeenten willen nu afspraken maken over specialisaties tussen beide steden. Daarin zullen ze elkaar dan steunen. Ook kan men dan afspreken op welke terreinen er wel geconcurreerd kan worden.

Wethouder M. F. Koopmans van Leeuwarden ziet wel wat in dergelijke afspraken. "Het is verstandig om bepaalde belangen gezamenlijk te behartigen in Den Haag. Daarbij moet je dan zo ruimhartig zijn dat je elkaars claims steunt." Volgens Koopmans moet dan wel duidelijk zijn dat wanneer er over het begrip 'het Noorden' wordt gesproken er niet meer automatisch van wordt uitgegaan dat daarmee de stad Groningen wordt bedoeld. "In het verleden dacht men dat er maar een stad was in het Noorden: Groningen. Men ging er vanuit dat het 'Noordelijk belang' identiek zou zijn aan het 'Groningse belang'. Dat merkten we bijvoorbeeld bij de strijd om erkenning als 'stedelijk knooppunt'. We werden daarin door Groningen niet gesteund. Dat we het toch zijn geworden, hebben we bereikt ondanks Groningen in plaats van dankzij Groningen" , aldus Koopmans.

Hij is het niet eens met de theorie dat het voor de drie noordelijke provincies belangrijk is om tenminste een iets grotere stad te hebben die - om in voetbaltermen te spreken - op eredivisie niveau uitkomt. Dat zou, volgens die theorie, beter zijn dan tal van kleinere steden op het niveau van de eerste divisie. "Wij betwijfelen erg of het wel een Fries belang is dat Groningen zich zo ontwikkelt. Misschien geldt dat voor een oostelijk stukje Friesland, maar de rest richt zich niet automatisch op Groningen. Overigens speelt niet alleen FC Groningen in de ere-divisie maar inmiddels ook Cambuur" , betoogt de Koopmans.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden