'We moesten altijd eerst een tosti eten'

DEN HAAG - “Ik had er een immense hekel aan. Ik vond het iedere week spitsroeden lopen. Dus wat is er menselijker dan dat ik aan die wekelijkse tortuur een einde wilde maken.”

HANS GOSLINGA

Deze ontboezeming van de voormalige minister-president Van Agt staat in het boek 'De Rijksvoorlichtingsdienst, geheimhouden, toedekken en openbaren' over de vijftigjarige geschiedenis van de RVD, waarop Marja Wagenaar, docent bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit in Leiden en voormalige parlementair journaliste, gisteren is gepromoveerd.

Van Agt wilde, kort na zijn aantreden in december 1977, de wekelijkse persconferentie van de minister-president na het kabinetsberaad om zeep helpen. Persoonlijk weerzin speelde daarbij een belangrijke rol. Op de meeste journalisten had van Agt het niet begrepen. Hij vond dat ze op de hand van Den Uyl waren en het op hem verhaalden dat diens tweede kabinet er niet was gekomen. “Toen ons kabinet er kwam, werd dat op mij gewroken. Dat werd mij kwalijk genomen, ik werd gedwarsboomd, ik was een rotjongen. Ze probeerden mij de benen te breken.”

Gijs van der Wiel, de toenmalige hoofddirecteur van de RVD, vertelt in het boek hoeveel moeite hij telkens had om Van Agt naar het perscentrum Nieuwspoort mee te tronen. “We moesten altijd eerst een tosti eten. Dan zei ik: je hebt toch zoveel meer informatie dan die jongens en je bent zoveel beter geprepareerd. Hij zat het altijd erg op te blazen. Je moest hem echt de bühne op trappen, dan was het al laat en dan moest hij eerst nog die verdomde tosti opvreten... Als hij er eenmaal zat was het dan vaak nog niet eens zijn slechtste persconferentie.” Maar Van der Wiel was er niet blind voor dat de communicatie tussen de premier en de pers te wensen overliet. “Als je hem zag communiceren met het volk onder de grote rivieren, dan was iedere zet raak. Maar als hij op de persconferentie begon met zijn barokke taal bij die jongens, die toch al een paar uur hadden zitten wachten, dan raakten ze geïrriteerd. De pers wilde gewoon kort en goed weten wat er aan de hand was.”

Met het afschaffen van de persconferentie zou Van Agt zich heel wat op de hals hebben gehaald. Het zou in die dagen zijn uitgelegd als het terugdraaien van de klok en beslist niet zijn begrepen. De wekelijkse ontmoeting van de premier met de pers was zeven jaar eerder in het leven geroepen door Van Agts voorganger en partijgenoot Piet de Jong, die daarmee uitdrukking gaf aan de tijdgeest die grotere openbaarheid over het regeringsbeleid verlangde. Het kwam de praktisch ingestelde De Jong ook wel goed uit, dat hij voortaan in één keer de pers kon bijpraten. Voordien werd hij vrijdagavond vaak thuis onder eten door journalisten gebeld en dat vond hij vervelend. Met een vaste persconferentie wist zijn vrouw 'hoe laat ze de piepers op kon zetten'. Doorslaggevend was echter de drang naar openheid en openbaarheid in die dagen van ontzuiling en opstand tegen het regentendom.

Persoonlijk weerzin was voor Van Agt niet de enige reden om de persconferentie af te schaffen. Hij vond het ook niet nodig elke week openbaar te maken wat er in de ministerraad was gebeurd. Dat kon ook via een communiqué. In haar boek vermeldt Wagenaar slechts dat Van der Wiel de premier ervan weerhield zijn voornemen door te zetten. Van Agt bevestigt dat in zijn terugblik. “Oom Gijs had zulk een overtuigingskracht. Gewoon luisteren naar oom Gijs, dat was al voldoende reden.” Maar het was niet alleen het gewicht van de RVD-man, ook speelde mee dat Van Agt elders op het ministerie van Algemene zaken geen steun ondervond en zelf besefte dat hij de indruk zou kunnen wekken voor de pers te vluchten en dat wilde hij niet.

De RVD lijkt uit deze geschiedenis tevoorschijn te komen als de kampioen van de openbaarheid, maar de regel is dat de dienst zich maar heeft te schikken naar de grillen gewoonten van politici en niet te vergeten het hof. In de formatie van 1982 moet zij toestaan hoe de christen-democraat Scholten, vice-voorzitter van de Raad van State, als informateur alle deuren sluit. Van der Wiels opvolger Van der Voet, die toen als secretaris aan de informateur werd toegevoegd: “Er mocht niets worden voorgelicht. Wij zaten ook op een geheime plek. Van der Wiel heeft toen een vrij lastige periode gehad, want de pers wil toch wat weten. Het was de stilste formatie ooit, nog stiller dan bij Beel.” In augustus 1987, als koningin Beatrix tijdens haar zomervakantie aan boord van het jacht Something cool van bierbrouwer Heineken in het Zuid-Franse Antibes een hersenvliesenontsteking krijgt, is de pers zelfs eerder op de hoogte dan de RVD, die aanvankelijk van niets weet en ook in de navolgende dagen summier blijft in de mededelingen.

Van der Voets plaatsvervanger Lörtzer: “Ik wist het echt niet. We zijn toen als een gek gaan bellen. Uiteindelijk hebben we vrij moeizaam contact gekregen met Zuid-Frankrijk en hebben we met de nodige vertraging het bericht uitgegeven dat de koningin inderdaad ziek was. Het was hier een gekkenhuis. Ik herinner me nog de absolute stilte, toen ik een Engelse journalist aan de lijn kreeg, die mij vroeg wie de lijfarts van de koningin was, die haar op haar vakantie begeleidde. Toen zei ik: de koningin heeft geen lijfarts. Ze heeft een gewone huisarts in Den Haag met andere patiënten. Die gaat niet eens mee op staatsbezoek, want die man heeft zijn patiënten die iedere ochtend om half acht op de stoep staan.” Volgens Lörtzer is echter wel met het hof besproken dat het niet goed was gegaan. “Echte excuses hebben we nooit gehad.” Van het voornemen van koningin Juliana in 1980 om troonsafstand te doen was de RVD tot een paar uur voor de aankondiging niet op de hoogte.

Soms is de RVD zelfs niet bij machte invloed uit te oefenen. Lörtzer over de liberaal De Korte, die als vice-premier in het tweede kabinet-Lubbers een enkele keer Lubbers verving op de persconferentie: “Bij De Korte heb ik vaak met kromme tenen gezeten. De enkele keer dat hij in die functie moest optreden, kakelde hij maar door. Hij had niet de handigheid om de feiten zo te brengen dat ze vanzelfsprekend leken. Iedere keer als hij iets zei, was er wel een journalist die hem afbrak. Dan houdt het op.”

Soms is er wel invloed. Van der Voet over zijn geslaagde poging Lubbers uit het maandblad Opzij te houden, dat ministers langs de 'feministische maatlat' pleegt te leggen. “Ik weet zeker dat hij binnen twee minuten door alle manden was gevallen. Hij had geen -2 gekregen, maar een -20. Lubbers begreep niet veel van emancipatie.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden