We lopen dóór Een voetstap op de Afsluitdijk

De mooiste natuurtochten: Trouw brengt ze alweer vijftien jaar. Geen zandweg, bos of dorp blijft onbelicht. Zelfs onopvallende paden blijken mooie wandel- en fietsroutes op te leveren.

Als een groene liniaal loopt de dijk voor mij uit. Elke voetstap op het bonkige tapijt van gras en klei brengt je dichter bij het vasteland, iedere nieuwe hectometerpaal bewijst dat de overkant nadert. Het gaat op de grens van Waddenzee en IJsselmeer alleen af en toe zo verdraaid langzaam.

Je moet onder het lopen echt je nieuwsgierigheid bedwingen om niet naar de nummerpaaltjes te kijken. Zou Friesland al weer wat naderbij gekomen zijn? Is Breezand al te zien?

Maar wat is nou één voetstap op een Afsluitdijk? Of één hectometerpaaltje op 32 kilometer? In mijn omgeving was vooral sceptisch gereageerd op de aankondiging dat ik voor de jubileumwandeling de Afsluitdijk had uitgekozen. Of er niet iets leukers te bedenken was voor de wandel- en fietsrubriek die toch vijftien jaar lang probeert mooie en interessante routes aan de lezer te presenteren, werd gevraagd.

Zeker, er zijn veel interessante tochten te verzinnen. Er komen bijna wekelijks nieuwe uit. En in vijftien jaar zijn we nog lang niet overal in Nederland geweest, te voet of met de fiets.

Maar waarom dan toch die Afsluitdijk? In de eerste plaats omdat dit jaar, deze maand herdacht wordt dat die dam 75 jaar geleden is aangelegd.

Nou en?

Misschien moet je Chinees zijn om de grootsheid van dit waterstaatswerk op z’n waarde te schatten. Of astronaut. Ruimtevaarders hebben meermalen aangegeven dat ze de Afsluitdijk vanuit het heelal zagen liggen, de Afsluitdijk en de Chinese Muur – in die volgorde. En iedereen uit het land van Mao die Nederland bezoekt, wil toch een glimp opvangen van het 32 kilometer lange kunstwerk dat zout en zoet water van elkaar gescheiden houdt. Tot en met de vice-premier van China aan toe: één week in Europa, een halve dag in Nederland, een half uurtje op de dijk.

De Amerikaanse historica Barbara Tuchman, onder meer winnares van de prestigieuze Pulitzer Prize, noemde de aanleg van de Afsluitdijk eens – naast de stichting van Amerika en de bouw van middeleeuwse kathedralen – een van die ’fenomenen in de wereldgeschiedenis waarin de mensheid zich waarachtig groots heeft betoond’. „Nu is de Afsluitdijk een normale hoofdweg. Het rijden over deze weg is een ervaring die optimistisch doet stemmen over het menselijke ras.”

Buitenlanders vragen ook waarom de Afsluitdijk nog niet op de Werelderfgoedlijst van Unesco staat, en geef ze eens ongelijk. Als je weet dat de plannen van Cornelis Lely al dateren uit de negentiende eeuw. Als je leest wat voor ellende dijkdoorbraken in de geschiedenis hebben aangericht. En als je maar een fractie snapt van de krachten van de zee die bestreden moesten worden bij de aanleg van de dijk. Dan besef je wat een machtig werk het is geweest, de sluiting van de Zuiderzee. We vinden het misschien wat bombastisch klinken – ’in vijf jaren, door het vernuft en den arbeid van Nederlandse ingenieurs, aannemers en werklieden’, – maar het was wel de realiteit.

Waar nu het monument staat, werd op 28 mei 1932 het laatste gat gedicht. En waar de mannen van de EH 22 nu in een lieflijk voorjaarszonnetje hun palingfuiken legen, verzette een machtige stroom zich met alle kracht tegen de sluiting van de Vlieter. Voor wie daar geen oog voor heeft, is lopen over de Afsluitdijk een saaie bedoening. De verhalen over zware arbeid en misstanden bij de aanleg liggen voor het oprapen. Alcoholgebruik liep geregeld de spuigaten uit. Polderjongens werden gemakkelijk ontslagen. Wie pijp rookte onder het werk, kreeg ervan langs. In de sluitgaten werden oorlogen uitgevochten tegen de natuur, soms nog met blote handen. Onlangs verscheen ’De Dijk’, een boek met tekeningen van industrieel schilder J.H. van Mastenbroek (1875-1945), die jarenlang verslag deed van dit soort worstelingen bij de aanleg.

Ook in ’Het schrale eind’ waarin schrijver Bas Sleeuwenhoek een reis maakte langs de kust van de bedwongen Zuiderzee, blijkt hoe zwaar dijkwerkers en scheepslieden het hadden. Sleeuwenhoek telde minstens acht mensen die bij de aanleg zijn omgekomen, en enkele tientallen die gewond raakten. In de gegevens van Rijkswaterstaat komen die getallen niet voor. Hoog tijd, vindt Sleeuwenhoek, dat de ’helden’ die het werk aan de Afsluitdijk met hun leven moesten bekopen, worden geëerd met een plaquette.

Saai is het dus niet op de Afsluitdijk. In de lucht en op het water evenmin – vanaf de grasdijk neem je voortdurend kleurveranderingen waar. Ook de Friese oever houdt je aandacht continu gevangen. De kerktorens van Cornjum en Zurich, de contouren van Harlingen, de oude werf van Amels in Makkum – je zou ze wel naar je toe willen trekken. Je fantaseert over Kornwerderzand, de enige plek in Nederland die de Duitsers in de meidagen van 1940 wist te weerstaan en wier heldenrol in het Kazemattenmuseum wordt gekoesterd. Wat dat betreft kun je de Afsluitdijk maar in één richting lopen: van Holland naar Friesland, en niet andersom. De kust van de Wieringermeer is monotoon en trekt voor geen meter.

Het loopt niet overal even lekker op de dijk. Het gras is hier en daar hoog en alleen waar schapen de vloerbedekking kort houden en de grond aanstampen (in de laatste kilometers), is de ondergrond vlak en prettig. Maar alles is beter dan het fietspad langs de snelweg. Je loopt over asfalt maar ziet niks; je wordt alleen doof van het razende autoverkeer. Bovenop de dijk hoor je dat ook, maar daar speelt de wind om je oren en wordt je hoofd leeggeblazen. En wat je in je stoutste dromen niet verwacht: languit in het zonnetje kun je zomaar in slaap vallen op de dijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden