We kunnen veilig de conclusie trekken dat kunstijs in de dichtkunst taboe is.

Ook in de Nederlandse poëzie is voetbal volkssport nummer één, met op een goede tweede plaats het wielrennen en brons is er voor... inderdaad: het schaatsen. Nogal wat grote dichters hebben, allicht uit eigen ervaring, hun inspiratie uit de smalle ijzers geput. Het beroemdste gedicht is wel dat van Gerrit Achterberg, waar de schaatsenrijder “over zijn strenge cirkels heengebogen' rondrijdt. Clara Eggink zag zichzelf ooit langssuizen over “het ijs / in een veeg wit en grijs' en Leo Vroman deed het in “Nachtschaatsen' in het duister “op een paginadun dak, / tussen hemelhel en peilloos paradijs.' En dan zijn er nog de talrijke gedichten over onze Elfstedentochten, terwijl zelfs de Vlamingen zich niet onbetuigd laten bij monde van bijvoorbeeld Anton van Wilderode en Willy Spillebeen.

Wat bij al die dichterlijke schaatsers uit de Lage Landen aan de Noordzee opvalt, is dat ze het hardnekkig in de natuur doen, tussen de rietkragen, op dichtgevroren sloten en plassen, in Hollandse of Belgische winters. We kunnen veilig de conclusie trekken dat kunstijs in de Nederlandstalige dichtkunst taboe is. Heus, er wordt her en der wel gestreden, in de Elfstedengedichten vooral, maar het is toch in de eerste plaats een natuurgebeuren, in een mystieke wereld van spiegelend ijs en witgesneeuwde landschappen. Wat de poëzie betreft bestaan de Europese kampioenschappen of de olympische medailles op de vijfhonderd of de tienduizend meter niet. Ook het marathonschaatsen, immers tegenwoordig ook flink overdekt, krijgt de zegen van onze dichters niet.

Afgelopen weekeinde begrepen we waarom. In die vreemde wereld van gestroomlijnde pakken, startpistolen en ijsmachines voelt de poëzie zich in het geheel niet thuis. Het zou me zelfs niet verbazen dat in het wonderlijk verlopen toernooi, waarin de pakken niet deugden, de pistolen haperden en de machines dienstweigerden, de hand van de muzen zichtbaar was, die hun spaken in het wiel staken. Om ons terug te fluiten tot de schaatsorde: die onder een loodgrijze sneeuwhemel, scherend langs wakken, met bevroren vingers.

We moeten vrezen dat het te laat is, dat de schema's het gewonnen hebben, de gootjes op de ijsmutsen en de luchtdrukken in de stadions, maar de goddelijke vinger was onmiskenbaar: keert terug tot de ware religie!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden