We kunnen van Balten heel wat leren

De auteur is ambtenaar buitenlandse zaken, belast met de contacten met het Balticum.

IR. R. BOSCH

Als iemand die na de oorlog geboren is, wil ik me geen oordeel aanmatigen over de rechtvaardiging van een dergelijke voortdurende wrok jegens onze grote oosterbuur. Wat echter wel duidelijk blijkt, is dat het tijdens de bezetting aangedane leed bij velen diepe littekens geslagen heeft.

Juist in een land als het onze zou daarom veel begrip moeten bestaan voor landen die nog meer dan wij geleden hebben onder vreemde bezettingen. Voorbeelden daarvan zijn er te over, maar ik wil speciaal aandacht vragen voor de Baltische landen, Estland, Letland en Litouwen.

Eind jaren '80 hebben deze kleine landen (tezamen ca. 8 miljoen inwoners) een moedige strijd gestreden voor het herwinnen van hun in 1940 verloren onafhankelijkheid, toen zij tegen hun wil bij de toenmalige Sovjet-Unie werden ingelijfd, een annexatie die overigens door Nederland als een van de weinige westerse landen (impliciet) werd erkend. Mede door met name de Litouwse hardnekkigheid en moed gedurende hun vrijheidsstrijd werd de ineenstorting van de Sovjet-Unie bespoedigd.

Toen de landen in september 1991 weer, internationaal erkend, onafhankelijk werden, heerste er in het Westen euforie; vooral het publiek had erg meegeleefd met de heroïsche strijd van de Baltische volken. De Tweede Kamer nam najaar 1991 een motie aan waarin de regering werd gevraagd een missie in Riga, het centrum van de drie landen, te openen. Toen echter in januari 1992 de Sovjet-Unie geheel uit elkaar viel, verdween de belangstelling en werden de landen pionnen in de relaties tussen het Westen en de Russische Federatie.

Door de actieve russificatie-politiek van Stalin nam na de Tweede Wereldoorlog het aantal etnische Russen in met name Estland en Letland, de meest ontwikkelde van de drie landen, toe. Duizenden Balten werden naar Siberië verbannen en Russisch sprekenden werden binnen gebracht. In Letland liep het aandeel Russisch sprekenden op van minder dan 10 procent in 1940 tot bijna 50 procent in 1991. De Esten en Letten werden in eigen land als Sovjets behandeld, dat wil zeggen dat hun eigen taal en cultuur ondergeschikt werd gemaakt aan de Sovjet- (in de perceptie van de Balten, de Russische) taal c.q. cultuur.

Toen de landen hun onafhankelijkheid herwonnen, bestond er vanzelfsprekend een drang om hun nationale identiteit verder te herwinnen en hadden grote groepen van de bevolking moeite met het voortgezette verblijf van vele, in hun ogen, arrogante Russisch sprekenden. Toch hebben ze daarna nationaliteitswetgevingen aangenomen die, hun geschiedenis in aanmerking genomen, ongekend liberaal zijn. Onder relatief strenge voorwaarden - o.a. actieve kennis van Ests c.q. Lets en een eed van trouw - mogen de Russisch sprekenden die dat willen, staatsburger worden, zij het dat hier een wachttijd voor staat.

Onder druk van het Westen hebben de beide landen zelfs een verdrag over de terugtrekking van de Russische troepen gesloten waarin o.m. werd overeengekomen dat de, vaak vroeg gepensioneerde officieren desgewenst in Estland en Letland mogen blijven wonen. Onder hen bevinden zich KGB-officieren, die in de ogen van de Balten hetzelfde representeren als bij ons Gestapo-officieren.

De regeringen van beide landen namen met deze zeer impopulaire maatregelen een buitengewoon groot politiek risico, een risico dat politici in het Westen nauwelijks zouden durven nemen. Toch zitten beide landen in het beklaagdenbankje. Zij staan onder curatele: er wordt streng op toegezien of de 'minderheden' wel goed behandeld worden. 'Minderheden' die overigens geheel illegaal, volgens de internationale wetgeving terzake van buitenlandse bezettingen, in de landen terecht zijn gekomen.

Ook in Nederland is onder andere vanwege deze zgn. minderhedenkwestie, de liefde voor de Baltische landen bekoeld. Na de discussies over Duitsland en de herdenkingen van onze bevrijding en de relatie tot de Duitsers in het algemeen, lijkt echter zeker bij ons een zekere mate van bescheidenheid op zijn plaats. Het lijkt er veeleer op dat men op het gebied van tolerantie nog heel wat van betrokken landen kan leren.

Het zou dan ook goed zijn de relaties met deze landen, die vele historische banden met ons land hebben en waarmee we een protestant-christelijk cultuurerfgoed delen, aan te halen. We zouden hen kunnen helpen om de levensomstandigheden in brede zin voor hun etnisch gemêleerde bevolkingen zo goed mogelijk te maken. Juist een goede economische ontwikkeling (die overigens nu reeds bemoedigend is) zal een verbroedering in Estland en Letland verder bevorderen.

Wij zouden meer actief aan dat proces kunnen bijdragen; daarbij kunnen we onze ereschuld aflossen (ontstaan door de erkenning van de annexatie door de Sovjet-Unie) en kunnen we er en passant wellicht nog wat bij leren over het omgaan met het verleden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden