'We kunnen het, we hebben al zoveel bereikt'

Zelfs in de chaos van Caïro wijzen demonstranten elkaar terecht. „Moebarak wíl dat we zijn bescherming nodig hebben”, schreeuwt een jonge vrouw tot een menigte, in een poging die van plunderen af te houden.

De onzekerheid is voelbaar in de gehavende straten van down town Caïro, waar op elke hoek gewapende mannen het heft in handen nemen. Sommige groepen beschermen hun huizen of winkel, van andere groepen is het minder duidelijk bij wie ze horen. Uit de verte klinken schoten. Het is overal onrustig en niemand heeft overzicht.

Burgers lopen in shock rond, nemen foto’s met hun telefoon en wisselen het laatste nieuws uit. Rond krantenkiosken is het dringen, want doordat de overheid de communicatienetwerken heeft platgelegd, weet niemand precies wat er gebeurt. Het regime legde vrijdag het netwerk plat om te voorkomen dat het protest via Facebook en Twitter gecoördineerd zou worden. Ook de telefoonlijnen zijn dood.

De demonstraties lijden er nauwelijks onder, maar voor journalisten is het een nachtmerrie. Alleen de correspondenten van de grote media kunnen via satelliettelefoons hun verhaal kwijt. De rest, onder wie ikzelf, is voortdurend op zoek naar een werkende lijn. Op straat wordt elk nieuwtje opgevreten en gerucht en feit zijn niet te onderscheiden.

„Het is onvoorstelbaar wat er is gebeurd”, vertelt krantenverkoper Ali verbouwereerd. Hoewel hij trots is op de daadkracht van zijn volk en het lesje dat ze de politie hebben geleerd, weet hij niet wat de toekomst zal brengen. Ook de kranten in zijn kiosk brengen weinig nieuws.

Sommige dingen kunnen echter niemand ontgaan. Het leger heeft tanks en zwaarbewapende militairen neergezet op de belangrijkste strategische plekken in de binnenstad, met name voor enkele ministeries. Helikopters vliegen laag over.

De politie heeft zich massaal teruggetrokken en bezet alleen nog het gebied rond het ministerie van binnenlandse zaken, op geen honderd meter afstand van mijn huis. Er wordt met scherp geschoten op de demonstranten die het ministerie belagen.

De sociale discipline van Egyptische burgers is groot. Ook tijdens de demonstraties wijzen mensen elkaar terecht als iemand het ongeschreven mandaat van het protest te buiten dreigde te gaan. De winkels en woonhuizen in de binnenstad kwamen dan ook ongeschonden uit de ’Avond van de Wraak’ (vrijdag).

Maar voor alles wat met het gehate regime te maken heeft, geldt die terughoudendheid niet. De hele nacht door plunderden groepen jonge mannen naar hartelust de grote winkelcentra langs de Nijlboulevard. Ook een grote nachtclub die populair zou zijn bij de zonen van Moebarak werd geplunderd en afgebrand.

In de buurten waar de elite woont, is ook uitgebreid geplunderd en geroofd. „We hebben niet geslapen”, vertelt een buurtbewoner. „De hele nacht door werd er geschoten door politie, buurtbewoners en de plunderende groepen.” De buurtbewoners richtten eigen knokploegen op.

Voor de grote hotels staan werknemers opgesteld met stalen buizen en machetes. De manager van het belegerde Fairmont Hotel aan de Nijl legt uit dat hij het leger tevergeefs om hulp heeft gevraagd.

Bij de demonstraties dragen betogers spandoeken met teksten als ’Voor verandering, tegen diefstal’. Het gerucht gaat dat de politie, toen duidelijk werd dat ze de slag zou verliezen, de gevangenissen heeft geopend en ploegen op straat heeft gestuurd om onrust te zaaien.

Voor veel Egyptenaren komen dergelijke maatregelen nauwelijks meer als een verrassing. „Moebarak wil dat we zijn bescherming nodig hebben”, vertelt een woedende jonge vrouw aan een menigte op straat in een poging hen van plunderen af te houden. „We kunnen het zelf, we hebben al zoveel bereikt.”

Zaterdagavond stroomt het Tahrir-plein, de symbolische plek waarheen alle groepen demonstranten zich vechtend met de politie een weg baanden gedurende de Dag van de Wraak, weer vol met demonstranten. Uitgebrande karkassen van politiek-trucks en graffiti tegen Moebarak vormen in het daglicht het bewijs van de opstand die nog lang niet lijkt te zijn afgelopen.

Het geplunderde hoofdkwartier van het regime smeult nog na. De vlammen slaan na een windstoot nog af en toe uit het dak. Het Egyptisch Museum dat naast het hoofdkwartier ligt, is op een van de vleugels en de tuinen erom heen na, gespaard gebleven. Mensen staan in groepen te verhalen over de nacht ervoor, toen de stad veranderde in een slagveld waarbij duizenden gewonden en tientallen, misschien wel honderden doden vielen. De chaos was compleet, de scenes leken rechtstreeks uit een film te komen.

Honderdduizenden jongeren vechten de hele dag met de politie. Vanaf het Tahrir-plein, waar ik me bevind, vormen de zwarte rookpluimen van de brandende barricades en de doffe knallen van de traangasgranaten de enige indicatie van de opmars van de demonstranten. Zonder telefoon en internet is het voor mensen onmogelijk om te weten hoe de situatie is in andere delen van de stad. Iedere groep vecht zijn eigen veldslag.

Vanuit mijn positie kan ik de slag bij Ramled Boelak, een arme wijk aan de rand van het centrum, goed waarnemen. Vanuit de Aboe Aila-moskee stoot een groep van enkele honderden jongeren na het ochtendgebed door naar de hoofdstraat, waar zij op hevig verzet van een veel grotere politiemacht stuiten. Zes uur lang worden zij met traangas en rubberen kogels bestookt. Elke keer als de politie een grote charge uitvoert, trekken zij zich terug in de steegjes van hun buurt. Als de nevels van het traangas optrekken, heroveren zij keer op keer de barricades.

Eén van de jongens legt uit dat hij en zijn buurtgenoten zich de avond tevoren hebben voorbereid door hun sjaals en mondkapjes te weken in azijn of cola. „Dat hebben we van de Tunesiërs geleerd”, zegt hij met een brede lach, voor hij zich weer in het gewoel stort.

Het succes van de demonstranten ligt in hun volharding. Bij het vallen van de schemer bereiken de groepen demonstranten uit andere delen van de stad het plein. Tienduizenden mensen vechten voor elke meter van een van de grote bruggen over de Nijl. De oproerpolitie kan hen zelfs met waterkannonen niet afslaan. De traangasgranaten die te midden van de menigte terechtkomen, worden door dappere demonstranten teruggegooid.

Als deze groepen het Tahrir-plein bereikten, is de chaos compleet. De politie en veiligheidsdiensten trekken zich terug in hun laatste bastion: het ministerie van binnenlandse zaken. Tot diep in de nacht wordt er gevochten, terwijl honderdduizenden demonstranten feestvieren op het overwonnen Tahrir-plein. De leus van de opstand klinkt overal: ’Het volk wil af van dit systeem’.

Tegen buitenlandse journalisten, die soms door de politie maar niet door de betogers worden belaagd, roepen de demonstranten steevast hetzelfde: freedom!

Het protest wordt niet gedomineerd door een groep, of een politieke of religieuze overtuiging, maar wordt ingegeven door frustratie. Het enige waar iedereen het over eens is, is dat president Moebarak weg moet. De repressie door de overheid, sinds dertig onder leiding van Moebarak, is een belangrijk aspect. Maar net zo belangrijk zijn de armoede, de stijgende voedselprijzen en de slechte kwaliteit van het onderwijs.

„Het is vooral een gebrek aan kansen”, aldus Karim el-Bena, een van de demonstranten in de luwte van de lobby van het Hilton in het centrum van Caïro. „Er zijn geen mogelijkheden om iets van je leven te maken.” 60 procent van de tachtig miljoen Egyptenaren is onder de vijfentwintig jaar. Zelfs volgens de geflatteerde officiële cijfers is de werkloosheid torenhoog.

Eén van de weinige uitlaatkleppen voor de frustratie is religie: ook tijdens de rellen worden pauzes ingelast om te bidden. Het is een indrukwekkend gezicht om honderden mannen in de nevel van traangas op de knieën te zien gaan en synchroon te zien bidden.

Toch heeft de opstand nauwelijks een religieus karakter, ondanks dat de Moslimbroederschap op vrijdag besloot zich achter de demonstranten te scharen. De Broederschap is de enige oppositie van formaat, maar mist de ervaring – en steun onder grote delen van de bevolking – om te regeren.

Het ontbreken van oppositieleiders wordt een groot probleem in de nasleep van het protest. Nobelprijswinnaar Mohamed ElBaradei mist de steun van de bevolking , die hem als een ’halve buitenlander’ ziet. „Hij is geen man van het volk”, luidt steevast het bezwaar tegen de in Wenen wonende technocraat die na de demonstraties onder huisarrest werd geplaatst.

De komende dagen moeten duidelijk maken wat voor toekomst Egypte te wachten staat. Vooralsnog weigert Moebarak af te treden. De rol van het leger, dat in de Nacht van de Wraak als held werd onthaald, is nog onduidelijk. Moebarak is zelf een voormalig luchtmachtofficier en het regime leunt zwaar op het leger. De belangrijkste posten in het land worden vaak aan generaals toebedeeld, net als zakendeals en begeerde stukken land.

De demonstranten realiseren zich nu dat ze de politie en veiligheidsdiensten kunnen verslaan. Maar het leger, met zijn tanks en mitrailleurs in plaats van wapenstokken en traangas, is een ander verhaal. Een stoere, gesluierde vrouw, die gewapend met een stuk hout een groep mannen aanvoert, formuleert het recht voor zijn raap: „Het leger is met ons, dat moet. Anders zijn we verloren. En dat kan niet.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden