'We kunnen alleen maar wachten, in angst'

Voor de derde keer binnen een jaar zijn de 120 Amsterdamse vluchtelingen van protestgroep 'Wij zijn hier' verhuisd. Na maanden in de Vluchtkerk verblijven ze nu in een gekraakt kantoorpand - omgedoopt tot 'Vluchtflat' - in volledige onzekerheid. Trouw volgt de komende maanden twee van hen.

SOMAJEH GHAEMINIA

De Somalische Bishaaro Hussein Mahamud (19) was met haar zieke zusje op de terugweg van een ziekenhuis in Kenia, toen ze in handen viel van de radicaal-islamitische terreurgroep Al Shabaab. Haar zus en de chauffeur lieten ze gaan. Bishaaro wist na mishandelingen in gevangenschap te ontvluchten. Via Kenia vloog ze met hulp van mensensmokkelaars naar Nederland. Ze was toen 17 jaar.

In een ruimte met vier bedden, een oude tafel en wat stoelen beantwoordt Bishaaro met zachte stem de vragen. Bishaaro, in de flat bekend als Bushra, is moe. "We voelen ons allemaal heel slecht, maar door onze illegale status en gebrekkige medische hulp kunnen we ons niet allemaal laten checken op ziektes, alleen de ernstige gevallen krijgen hulp", zegt ze in goed Engels. Twee andere vrouwen liggen nog te slapen. Een van hen is in verwachting. Voor de ramen hangen oude, gekleurde lappen stof die als gordijnen dienen. Ze weet niet of ze kan ontbijten, zegt de jongste vrouwelijke bewoner van het oude gekraakte kantorenpand in Amsterdam-West. "We zijn afhankelijk van wat mensen ons brengen. Vandaag is nog niemand geweest."

Bishaaro's asielaanvraag werd afgewezen, zo ook het beroep tegen die afwijzing. Haar advocaat tekende hoger beroep aan. De uitspraak kan in het ergste geval nog een jaar op zich laten wachten. Intussen dreigt detentie en daarna uitzetting naar Somalië, ondanks de nog lopende procedure.

"Ik droomde over een beter leven, wilde graag dokter worden", zegt de jonge vrouw bijna apathisch. "Maar ik kan geen tegenslagen meer aan. Daarom ben ik gestopt met dromen en probeer ik de situatie te accepteren door uit te gaan van het negatieve. Zo bescherm ik mezelf en blijf ik overeind. Ik heb geen keus."

Naar Somalië teruggaan lijkt onmogelijk, omdat Bishaaro geen documenten heeft. En als ze die wel zou hebben, vertelt ze, dan loopt ze gevaar. "Niemand kan me beschermen. De mensen van Al Shabaab zullen me oppakken, verkrachten en vermoorden. Mijn broertje en vader zijn omgekomen. Ik weet niet waar mijn moeder en zusje zijn. Ik heb het opsporingsteam van het internationale Rode Kruis gevraagd ze te zoeken, maar ze zijn niet te vinden."

Haar dagen vult Bishaaro met haar taak als leidster van de vrouwen in de vluchtelingengroep. Ze ontfermt zich over de zieken en is dankzij haar goede Engels de schakel in de communicatie tussen de bewoners en de vrijwilligers. Maar het grootste deel van de dag staat in het teken van wachten.

"We weten niets. Elke dag staan we op met de vraag: mogen we blijven of niet? We kunnen niets dan wachten. In angst."

Als kind werd Thomas Philip Guya (38) uit het zuiden van Soedan meegenomen door soldaten naar het noorden. Hij werd gescheiden van zijn familie, en wist tijdens de burgeroorlog op 27-jarige leeftijd te vluchten.

Tien jaar geleden arriveerde hij in Nederland. Vreselijke jaren volgden, vertelt hij in de Vluchtflat aan de Amsterdamse Jan Tooropstraat. Na drie jaar wachten kreeg hij een negatieve beslissing op zijn asielaanvraag. "De Nederlandse overheid vond destijds dat ik niet aan kon tonen dat ik uit het door oorlog geteisterde Soedan kwam, terwijl ze me - nu het in het Zuiden rustig is - nu juist uit willen zetten omdat ze overtuigd zijn dat ik uit Soedan kom." Van de Nederlandse overheid kreeg hij een reisdocument om terug te keren. Toch werd hem op Schiphol de toegang tot het vliegtuig ontzegd. "De douane accepteerde het reisdocument niet." Hij werd gevangengenomen in detentiecentra, waar hij in totaal veertien maanden zat, waarvan twee weken in een isoleercel. "Omdat ik kritiek had op het gevangenisregime."

Weer op vrije voeten kreeg hij 5 euro en zes dagen om het land te verlaten. Hij dook onder bij een Nederlandse kennis, die - tot ontsteltenis van Thomas - contact opnam met de vreemdelingenpolitie. Sindsdien zit de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) achter hem aan. "Ze willen dat ik een nieuwe, geldige laissez passer aanvraag bij de Zuid-Soedanese ambassade in Brussel (Zuid-Soedan scheidde zich in 2011 af van het noorden, red.). Geloof me, ik ben een bekende bij het Soedanese consulaat", zegt hij met een bewijsstuk uit 2011 in de hand. "Maar ze geven mij die papieren niet, omdat ik geen originele documenten meer heb."

Hij rolt een sigaret, geteisterd door stress probeert hij kalm te blijven. Thomas wil meewerken aan terugkeer naar het land dat hij ooit is ontvlucht, naar een gebied dat hij slechts kent uit zijn vroegste kinderjaren. Als bewijs laat hij formulieren zien van de Internationale Organisatie voor Migratie, die hij twee jaar geleden al ondertekende.

Hij vroeg hulp bij VluchtelingenWerk, die informeerde drie weken geleden bij DT&V. "Ze zouden vervoer regelen voor een nieuw gesprek bij de ambassade, maar ik heb nog steeds niets gehoord." Hij slaakt een zucht. "Ik wil gaan, ook al ken ik niemand in Zuid-Soedan. Maar om tien jaar in Nederland zo te moeten leven... ik heb erg geleden."

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden