We joegen allemaal op geld

'Aan de oever' geldt als dé Spaanse roman over de crisis. Maar het boek gaat ook over het falende individu - en over een falende generatie

Op de economische crisis is in de literatuur nog weinig gereflecteerd - voor een verwerking lijkt het nog te vroeg. De Spaanse schrijver Rafael Chirbes (1949), die in eigen land geldt als een belangrijk chroniqueur van de recente geschiedenis, waagde zich er toch aan. Zijn vuistdikke roman 'Aan de oever' schetst de psychologische gevolgen van de ingestorte bouwwereld aan de Costa Blanca. Het boek werd dit jaar in Spanje bekroond met grote prijzen: de Premio Nacional de la Critica en de staatsprijs Premio Nacional de Narrativa. In Duitsland, waar het werk van Chirbes al langer vertaald wordt, kreeg de roman een juichend onthaal.

'Aan de oever' bevat het indringende relaas van de zeventigjarige meubelmaker Esteban, die in de gouden jaren voorafgaand aan de crisis in zee is gegaan met een megalomane projectontwikkelaar. Als de bouwmarkt instort, wordt zijn bedrijfje meegezogen in de afgrond. Esteban heeft niet alleen zijn werknemers moeten ontslaan, maar ook de Colombiaanse verpleeghulp Liliana. Nu moet hij zelf voor zijn dementerende vader zorgen. De rest van de tijd brengt hij door in de kroeg, waar hij kaart en ouwehoert met andere mannen uit het dorp, zijn faillissement overpeinst en terugblikt op een leven dat hem niet gebracht heeft waar hij op gehoopt had. "Als je niet weet waar je naar toe wilt, is geen enkele weg de goede."

Esteban is een bittere man die van al zijn illusies is beroofd. In zijn lange, bij vlagen oeverloze monoloog - een combinatie van litanie en tirade - windt hij er geen doekjes om: het leven is een smeerboel. Van dichtbij heeft hij ze meegemaakt, de meedogenloze bouwondernemers met hun maffiose contacten, die met list en bedrog hun rijkdom hebben vergaard, een rijkdom die ze schaamteloos vierden met drank, drugs en lekkere wijven. Esteban portretteert ze genadeloos.

Zijn relaas is doorsneden met de al even ontgoochelde monologen van andere verliezers: ontslagen werknemers van de meubelmakerij, hun vrouwen, de Colombiaanse Liliana, die haar droom van een gelukkige toekomst in Spanje in duigen heeft zien vallen. Hun verhalen laten de lezer voelen hoe diep de economische crisis, vooral de werkloosheid, ingrijpt. In plastische scènes, die hard aankomen, zet Chirbes de gevolgen neer: vernedering en schaamte, stress en isolement ('de melaatsheid van de armoede'), drankzucht en huiselijk geweld.

Dat de schrijver een meubelwerkplaats heeft gekozen als decor voor het verhaal, lijkt intussen geen toeval. De werkplaats fungeert als symbool voor bedreigde waarden als liefde voor het materiaal en toewijding aan het ambacht, waarden die heilig waren voor de generaties van Estebans vader en grootvader, maar die zeldzaam zijn in de tegenwoordige jacht op het grote geld. Zo laat de roman zich ook lezen als een commentaar op het ongebreidelde neoliberalisme met zijn ontspoorde hebzucht, zijn decadentie en verloedering.

Toch is 'Aan de oever' méér dan 'de beste Spaanse roman over de crisis', zoals de Spaanse krant El País het boek noemde. Het is ook een roman over ouder worden en de rekening opmaken. Dat gebeurt hier door een gewone man uit de generatie van Chirbes zelf, een oudere Spanjaard uit een geslacht van meubelmakers. Als adolescent liet hij zich op sleeptouw nemen door een jeugdvriend uit een veel kansrijker milieu. Zo proefde hij iets van de wilde, veelbelovende jaren zestig elders in Europa, tot hij onder druk van zijn autoritaire vader terugkeerde in het familiebedrijf.

De portretten van die ambitieuze vriend, die furore maakte in de glamourwereld van de culinaire journalistiek, en van zijn vader wiens artistieke aspiraties gesmoord werden in de Spaanse burgeroorlog, behoren tot de hoogtepunten van de roman. Chibes weet de dubbelzinnigheid in de verhoudingen subtiel te schetsen: Estebans bewondering en wrevel tegenover zijn succesvolle (opportunistische) jeugdvriend, en zijn haat-liefdeverhouding met zijn vader.

Inmiddels is Esteban wel zo wijs om de ontgoocheling over zijn gefnuikte levensloop allereerst aan zichzelf te wijten. "Dit alles vaarwel zeggen was de droom van een hersenloze jongeman, die uiteindelijk hier is blijven hangen en intussen een afgetakelde oude kerel is geworden die nooit de volwassenheid heeft doorlopen, omdat ik het idee had dat ik die tijd kon omzeilen door gewoon alles maar te laten gaan, niet te veel na te denken, de dingen op hun beloop te laten, in de hoop dat ze zich vanzelf oplossen."

Dergelijke gelouterde existentiële bespiegelingen lopen als een rode draad door de roman, en geven er een diepere betekenis aan. "We streven niet altijd het meest raadzame na. Er is ook een negatief soort egoïsme, verlangen naar dat wat ons kapotmaakt. Misschien zit 'm daarin wel het mooiste van ons. In die verwarring. Onze breekbaarheid. Wij mensen zijn vreemde dieren, we denken met een andere logica dan we voelen, en maar al te vaak botst wat we voelen met wat we nodig hebben. Liefde, hartstocht - dat zijn de gevoelens - of waarom ook niet, haat, kunnen uiteindelijk onze ondergang worden, en toch stevenen we daar willens en wetens op af, we kunnen gewoon niet anders, en geen mens kan uitleggen waarom dat zo is."

'Aan de oever' is een doorwrochte roman, des te indringender door het vertelprocedé met al die stemmen, al die mensen die tegen je praten alsof ze tegenover je zitten in de kroeg. Al met al een hele kluif voor de lezer, maar dan heb je ook iets bijzonders.

Rafael Chirbes: Aan de oever. Vertaald door Eugenie Schoolderman en Arie van der Wal. Meridiaan; 432 blz. euro 24,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden