'We houden dieren graag een beetje op afstand'

Het bewijs van intelligentie bij dieren stapelt zich op. Maar de mens blijft zichzelf graag zien als de slimste, als uniek. Frans de Waal wil er niets van weten.

Een nieuw boek van Frans de Waal - 'Zijn we slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn' - betekent dat de bekendste apendeskundige ter wereld het druk heeft. Hij is een week in Nederland (De Waal woont en werkt in de Verenigde Staten) om lezingen, televisieoptredens en interviews, heel veel interviews, te geven. Zijn boeken zijn bestsellers en vergelijkingen tussen mensen en dieren trekken altijd veel aandacht.

Chimpansees waren toch al in het nieuws. Een week voordat De Waals nieuwe boek verscheen, overleed in Burgers' Zoo in Arnhem de chimpansee Mama. Ze was de matriarch van de groep en figureerde prominent in het werk van De Waal. Hij kreeg een mailtje toen de aap was overleden.

"Ik wist al dat het een aflopende zaak was", zegt hij. "Ze was 59, dat is stokoud voor een chimpansee. Ik had een nauwe band met haar. Ze riep me iedere keer als ik de dierentuin bezocht. Ze had een heel sterke persoonlijkheid. Haar steun was onontbeerlijk voor elke man die probeerde de baas van de groep te worden." De Waal documenteerde zo'n machtsstrijd in zijn boek Chimpanseepolitiek (1982), waarmee hij zijn carrière lanceerde en bekend werd bij het grote publiek. Mama was echter meer dan een machtsfactor. "Ze was de grote verzoener na ruzies, ze troostte de betrokkenen. Dat is een belangrijke rol, van zowel hooggeplaatste vrouwtjes als mannetjes. Leiders die daar niet goed in zijn, baseren hun macht vaak op angst bij hun ondergeschikten." En zo ligt de eerste parallel met mensengedrag al binnen vijf minuten op tafel.

Op YouTube is te zien hoe de chimpansees reageren op het levenloze lichaam van Mama. Je kunt het 'afscheid nemen' noemen. Dat de apen geëmotioneerd zijn, wordt tegenwoordig niet meer serieus bestreden, maar we moesten van ver komen. De boeken van De Waal dragen in hoge mate bij aan ons kantelende beeld van dieren. Hij schreef eerder over moraal, empathie en cultuur bij dieren en dit keer is intelligentie aan de beurt.

Heeft u, met al uw eerdere boeken, de intelligentie van dieren niet al genoegzaam aangetoond?

"Nou, ergens wel, maar ik wilde dit keer ook de onderzoeksresultaten bij andere soorten dan apen delen. Kraaien, papegaaien, zelfs vissen en wespen. En laten zien dat het een onzinnige exercitie is om te bepalen welk dier uiteindelijk nu het slimste is en telkens maar tevreden vast te stellen dat wij mensen dat zijn."

Uw belangrijkste punt is: elk dier heeft de intelligentie die het nodig heeft om te overleven.

"Niet meer en niet minder. En wat het nodig heeft, wordt bepaald door zijn ecologie, zijn leefwijze. Neem een vleermuis. Die neemt de wereld waar via echolocatie. Dat vereist bepaalde calculaties, daar heb je gespecialiseerde hersendelen voor nodig. De cognitie van een vleermuis is dus heel anders dan die van ons. Maar ook dichter bij huis: een kat en een hond zullen heel verschillend reageren op de tests waar we ze aan onderwerpen. De een is visueel ingesteld, de ander verlaat zich op zijn reuk. Lange tijd werd er gewerkt vanuit de gedachte dat er één test zou moeten zijn waarmee we alle dieren kunnen scoren. Waarbij de mens natuurlijk altijd het beste presteert. Wij denken telkens: waarin verschillen we van de andere dieren. Maar je kunt je net zo goed afvragen wat de vleermuis apart maakt, of de kikker."

Zijn we dan slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn?

"Ja, want met ons inbeeldingsvermogen kunnen we ons verplaatsen in die vleermuis. Maar wat hebben we daar de afgelopen eeuw weinig mee gedaan! In de tijd van Darwin was het geen probleem om te praten over de emoties en intelligentie van dieren. Maar in de 20ste eeuw is dat doodgebloed. Toen ontstonden heel minimale assumpties van de vermogens van dieren en hebben we niet ons best gedaan om te begrijpen hoe slim ze zijn."

Waar kwam dat schrale dierbeeld vandaan?

"Er waren twee scholen. In Amerika had je de psychologische stroming van de behavioristen, die meenden dat je alles wat je moest weten over dieren, kon afleiden uit hun experimenten met ratten en duiven. Dieren waren stimulus-responsmachines die hoogstens tot eenvoudige leerprocessen in staat waren. In Europa had je de ethologen die spraken over instincten en aangeboren neigingen. De twee scholen hadden ruzie maar gingen allebei uit van een vrij mechanistisch beeld van dieren. Iedereen die meer zag in dieren, en opperde dat ze wel konden denken, werd belachelijk gemaakt."

En het mensbeeld?

"De behavioristen zagen de mens aanvankelijk ook als een 'leermachine', maar dat was niet vol te houden, dus die werd er maar een beetje buiten gelaten. Mensen werden een categorie apart. Het was bijna een hobby van veel wetenschappers: vind het grote verschil tussen mens en dier. En als dat niet werkt, verander je gewoon de spelregels. Zo werd taal altijd gedefinieerd als symbolische communicatie. Totdat chimpansees daartoe ook in staat bleken. Toen gingen we de syntaxis belangrijk vinden. We houden de dieren graag een beetje op afstand."

Waarom willen we zo graag anders zijn dan de dieren?

"Dat is een kwestie van identiteit, van ons zelfbeeld. De oude Grieken en ook de Bijbel plaatsten de mens bovenaan de schepping, boven de dieren en onder de engelen. Volgens mij hebben we dit bedacht toen we van jagers boeren werden. De jager is in competitie met de dieren, hij moet slimmer zijn en ontdekt dat hij dat vaak niet is. Hij respecteert het dier, ook al eet hij het uiteindelijk op. De boer daarentegen is dominant over de dieren, hij organiseert alles voor ze, hij controleert ze. Hij gaat op de dieren neerkijken, ze voor dom verslijten. En dat idee is in onze cultuur gaan zitten."

De mens ontkent zijn afkomst en familie en u bent de therapeut die ons daaroverheen helpt.

"We zijn dieren. Maar als je de menselijke geest als uniek beschouwt, vanwege onze taal of bewustzijn of wat dan ook, dan snijd je ons af van het dierenrijk. Het jammere daarvan is dat we nooit een evolutionaire theorie hebben ontwikkeld voor de menselijke geest. Dan kun je niet meer op een biologische manier verklaren waarom de mens zo geworden is. We hebben evolutionaire verklaringen voor het gedrag van dieren, voor ons lichaam, maar niet voor onze geest. Alsof die door de evolutie is overgeslagen. Dat is bijna een creationistische positie. En het klopt gewoon niet. Als er zo'n absoluut verschil zou zijn tussen mensen en dieren, dan zou je dat toch moeten terugzien in onze hersenen. Die zijn misschien groter, maar niet fundamenteel anders. Neurotransmitters, de structuren, alles is hetzelfde."

U vindt ook dat we de neiging hebben ons verstand te overschatten?

"We zijn vaak veel te cerebraal over bijvoorbeeld onze moraal. We benaderen die alsof die een uitkomst is van diepgaande verstandelijke overwegingen, van begrip en inzicht. Maar de kern ervan heeft met emotie, gevoel te maken: met empathie voor anderen. Of neem taal. Wij doen alsof die essentieel is voor ons denken, maar daar ben ik helemaal niet van overtuigd."

Uit uw boek spreekt ook enige frustratie over de beweringen van uw tegenstanders.

"Klopt. Ik heb altijd wel een hekel gehad aan behavioristen. Het idee dat je alleen maar ratten en duiven hoeft te kennen en dan alles weet wat er te weten is over alle dieren. Of neem de kritiek op de bekende zelfherkenningstest met spiegel. Chimpansees worden daarbij onder narcose gebracht, krijgen een stip op hun hoofd geverfd en als ze na het wakker worden een spiegel krijgen, gaan ze die vreemde nieuwe stip meteen bekijken en betasten. Dan wordt er doodleuk beweerd dat dit geen zelfherkenning is, maar willekeurige aanrakingen als bijwerking van de narcose. Dat komt dan van mensen die niets weten van apen. Het is zo onbescheiden. Als je een chimpansee een iPhone geeft op de selfie-stand, gaat hij er spontaan mee in zijn mond en oren kijken."

U bent soft, naïef, anekdotisch, antropomorf en onwetenschappelijk genoemd. Welke kritiek steekt het meest?

"Dat anekdotische stoort me. In mijn boeken beschrijf ik anekdotes omdat dit boeiend is voor de lezer. Maar daarachter gaan duizenden uren observaties, vele experimenten en harde data schuil. Het verbaast me dat mensen daar niet doorheen kijken. Maar ach, je moet een dikke huid hebben in de wetenschap."

Boek na boek laat u zien hoe bijzonder en interessant de dieren zijn. Maar ondertussen roeien we ze uit en behandelen we ze heel slecht. Speelt dat een rol in uw werk?

"Mijn onderzoeken hebben zeker morele implicaties. We gebruiken onze kijk op dieren om te rechtvaardigen hoe we ze behandelen. Ze zijn dom en ongevoelig, dus stop ze maar in kleine hokken. En dan komen ik en anderen vertellen dat ze helemaal niet zo dom en ongevoelig zijn. Kijk, ik vind een koe in de wei die na verloop van tijd geslacht wordt geen probleem. Ik ben ook niet tegen - goede - dierentuinen. Maar ik vind wel dat we met de bio-industrie een grens zijn overgegaan. Ik sta aan de kant van hen die vinden dat we dieren beter moeten behandelen. Ik heb er niets op tegen om in die discussies betrokken te worden."

Het Octonet

Frans de Waal heeft niet veel op met dieren vergelijken om te zeggen welke het meest bijzonder is. Maar als hij een prijs zou moeten uitreiken voor uniciteit, zou die naar de octopus gaan.

"Dat is een heel vreemd beest. Hij heeft ongewoon grote centrale hersenen, zeker voor een weekdier. Maar hij heeft ook nog eens zenuwknopen in al zijn acht armen en elk van zijn tweeduizend zuignappen. Die zijn allemaal verbonden, als een soort servers, waardoor hij op het internet lijkt. De octopus denkt met zijn hele lichaam, en dan kan hij ook nog licht waarnemen met zijn huid en communiceren door van kleur te veranderen."

De mens zou de prijs zeker niet winnen. "Wij lijken qua lichaamsbouw en hersenen op een heleboel andere landzoogdieren."

Antropomorfisme is niet altijd fout

'Gij zult geen dieren met mensen vergelijken.' Wetenschappers als Frans de Waal die op zoek gaan naar de mentale vermogens van dieren, krijgen snel het verwijt 'antropomorfistisch' bezig te zijn: het op dieren projecteren van menselijke kenmerken.

De Waal schrijft dat de term ontstond bij de oude Grieken, toen Xenophanes de poëzie van Homerus bekritiseerde omdat hij zo 'arrogant was' de goden er als mensen uit te laten zien. Waar mensen niet op goden mochten lijken, mogen dieren nu niet op mensen lijken.

De Waal bepleit een kritisch antropomorfisme, dat een middel is om dieren beter te begrijpen, en geen doel op zich. "Bij mensapen is het zelfs vrij logisch hun gedrag 'antropomorfistisch' te duiden, omdat we zo op elkaar lijken. Je kunt spreken van een 'mond-op-mondbegroeting na een conflict', maar als je gewoon 'kus' zegt, weet iedereen meteen wat je bedoelt. Maar als twee mieren elkaar met de mond aanraken om voedsel door te geven, moet je dat natuurlijk geen kussen noemen."

Om tegenwicht te bieden aan de vrees voor antropomorfisme bedacht De Waal de term 'antroponegatie': het op voorhand afwijzen van menselijke trekjes bij dieren of dierlijke trekjes bij mensen.

Zie YouTube.com voor een filmpje van Ayumu's vaardigheden. Zoek op: Are You smarter than a chimp?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden