'We hebben twee leraren nodig: Socrates en Christus'

Goed onderwijs helpt bij het verwezenlijken van een betekenisvol leven, stelt dichteres en filosofe Renée van Riessen. Die socratische insteek alleen is echter niet toereikend. Ook het innerlijk moet worden gevoed.

Het is een drama, zo lijkt het. Het onderwijs is constant in het nieuws. Een greep: de minister van onderwijs wil 300 miljoen euro bezuinigen. Tegelijkertijd gaat het aantal lesuren omhoog, net als de taken van de docenten. Studenten moeten diploma's inleveren omdat er gesjoemeld is met hun opleiding.

In haar oratie 'Verder gaan dan Socrates? Over onderwijs, bezieling en innerlijkheid bij Kierkegaard en Levinas' gaat de dichter en filosoof Renée van Riessen vandaag in op de inhoudelijke kant van onderwijs, op aandacht voor het vermogen zelfstandig te denken, en de noodzaak van levensbeschouwelijk onderwijs. En zij komt daarbij uit op twee voorbeeldige leraren: Socrates en Christus. "De éne leraar, Socrates, leert ons hoe we mens kunnen worden. De ander, Christus, leert ons dat menselijkheid het meer-dan-menselijke nodig heeft."

Wat is er mis met het onderwijs?
"Heel veel. In dat opzicht ben ik het roerend eens met de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum, die in haar recente boek 'Niet voor de winst' constateert dat vooral het hoger onderwijs tegenwoordig wereldwijd tekort schiet, waar het zich blindelings uitlevert aan het economische groeimodel en de prestatiecultuur. En, zoals de Amerikaanse filosoof John Dewey al zei, in dat tumult gaat het belangrijkste resultaat van onderwijs verloren."

Wat is dat resultaat dan?
"Het verwezenlijken van een leven dat betekenisvol is; een onderzocht leven, zoals Socrates voor ogen stond. In het hedendaagse hoger onderwijs komt steeds minder ruimte voor dit type algemene vorming. Enerzijds doordat er nu meer waardering is voor vakken met een direct maatschappelijk nut, zoals bètavakken of bestuurskunde. Anderzijds wordt het studenten door de langstudeerboete moeilijker gemaakt algemeen vormende vakken te volgen. Ik heb de afgelopen jaren gedoceerd op een kunstacademie in Zwolle , die de algemene vorming wél hoog in het vaandel heeft staan. Studenten krijgen daar in hun opleiding drie jaar filosofie. Ze genieten ervan, omdat ze hier over zichzelf en over hun eigen keuzes leren nadenken. Martha Nussbaum laat zien dat je voor dit type onderwijs aansluiting moet zoeken bij Socrates."

Bij een filosoof van 2500 jaar geleden?
"Ja. Socrates is een belangrijke inspiratiebron, omdat hij een methode had die op vertrouwen gebaseerd is. Hij ging ervan uit dat iedereen alles wat echt belangrijk is, allang weet. Het is kennis die in ons opgesloten ligt, en erop wacht om wakker geroepen te worden. Dat kan, als je de juiste vragen stelt. Onderwijs was voor Socrates daarom niet het erin stampen van bestaande kennis, maar vragen stellen en gesprekken voeren. Gesprekken die best pijnlijk kunnen zijn, omdat reflectie soms betekent dat je zekerheden moet opgeven."

Toch ga je in je oratie beweren dat je verder wilt komen dan Socrates.
"Dat heeft met de Deense filosoof Kierkegaard te maken. Hij was een groot bewonderaar van Socrates. En tegelijk een christelijk filosoof, die zich zijn leven lang heeft afgevraagd of je wel christen kunt zijn. Dat laatste is erg socratisch. Je zou dus kunnen zeggen dat Kierkegaard tegelijkertijd probeerde een leerling van Socrates én een leerling van Christus te zijn. Het één ging volgens hem niet zonder het ander.

De mooiste voorbeelden van dit dubbele leerlingschap vind je in zijn boek 'Wijsgerige Kruimels' uit 1844. Kierkegaard stelt daar heel lastige vragen aan de orde, maar hij doet er alles aan om te voorkomen dat je het als een zwaarwichtig werk opvat. Nee, nee, dit is een verzameling brokstukken, roept hij aan het begin, op papier gezet door iemand die toevallig niets beters te doen had! Intussen stelt hij in dit boek een lastig probleem aan de orde, want hij vraagt zich in alle eerlijkheid af of je het leerling-zijn van Socrates wel kunt combineren met de navolging van Christus."

Twee mannen met leerlingen, die zelf niets hebben geschreven en die ter dood veroordeeld zijn. Ze zijn zeer verwant. Hebben we aan één van die leraren niet genoeg, bijvoorbeeld Socrates?
"Precies dat punt stelt Kierkegaard ook aan de orde. Daarom gaat hij heel zorgvuldig na waar Socrates ons als leraar brengt. Hij komt dan aardig dicht bij Martha Nussbaum: Socrates is nodig voor de cultivering van de menselijkheid in ons. Hij leert ons dat we denkende en kiezende personen zijn, met een innerlijk waarin we ons met waarden verbonden weten. Maar Kierkegaard mist iets in het onderwijs van Socrates, en dat is verrassend genoeg de tijd: de beleving van echte, onomkeerbare tijd, waarin werkelijke beslissingen kunnen vallen. Het nadeel van het socratisch onderwijs is, dat het abstract kan blijven. Dat komt doordat het ervan uitgaat dat we met ons innerlijk een soort spiegel van de eeuwigheid zijn. Eeuwige waarden liggen diep in onszelf verankerd. Volgens Kierkegaard is dat een misvatting, die ons als mens tekortdoet. Wij zijn eindig, zegt hij. We zijn niet met een geheime verbinding op de eeuwigheid aangesloten, we zijn overgeleverd aan de tijd en het hier-en-nu."

Er is dus een andere leraar nodig.
"Volgens Kierkegaard wel. Hij herhaalt daarom telkens weer dat we verder moeten komen dan Socrates, om echt te weten wie we zijn. De socratische zelfkennis is niet de laatste vorm van zelfkennis. Er is een leraar nodig die vertelt dat we niet 'God zijn in het diepst van onze gedachten', om met de romantische dichter Kloos te spreken. Zo komt Kierkegaard terug bij een thema dat hem altijd heeft beziggehouden: de vergelijking tussen Socrates en Christus. De eerste leert ons hoe we de humaniteit kunnen vinden en ons innerlijk cultiveren. De ander leert ons dat dit innerlijk niet linea recta op 'God' aangesloten is. Om God te ervaren is er een schok nodig die van buiten ons komt. Die schok sluit niet aan op wie we nu zijn, maar zet het leven op zijn kop."

Merkwaardig onderwijs is dat.
"Het is geen onderwijs in de gebruikelijke zin. Toen ik hierover nadacht, vond ik een oplossing via een centraal inzicht van de Frans-Joodse filosoof Emmanuel Levinas (1906-1995). Hij heeft me geleerd om de gedachte dat de juiste ideeën over God en het goede uit het innerlijk opkomen wat te wantrouwen. Levinas wijst op de schok die nodig is om het woord God betekenis te geven. Dat kan een schok van verbijstering zijn of een grote vraag die bij je opkomt. Maar de overgang van innerlijk naar 'God' gaat niet vanzelf. Levinas maakte mij zo iets duidelijk dat van groot belang is voor het hedendaagse denken over innerlijkheid en onderwijs - een inzicht dat door Kierkegaard al werd voorbereid.

Eigenlijk draait mijn oratie rond die dubbele gedachte. Eén: het onderwijs moet aandacht schenken aan innerlijkheid en het vermogen om een refelxief leven te leiden. Daarom Socrates. Maar - twee: tegelijkertijd moet het onderwijs die innerlijkheid ondersteunen en voeden met andere bronnen. 'Wat we horen als de stem van ons hart moet ook in steen gegrift staan', zegt Levinas. Hij doelt daarmee op de leefregels uit de tien geboden. Kierkegaard zegt over de boodschap van het evangelie (God is ons in een mens nabij gekomen) dat we die niet zelf kunnen verzinnen. Het innerlijk alleen is dus niet genoeg: het moet op gezette tijden herinnerd worden, soms met een schok, aan wat het uit zichzelf nog niet wist."

De oratie vindt vandaag plaats in het Groot Auditorium van het Academiegebouw in Leiden, Rapenburg 73, en begint om 16.15. Belangstellenden wordt verzocht om 16.00 aanwezig te zijn.

Bijbels licht op wetenschappelijke vraagstukken
Bijzondere leerstoelen aan openbare universiteiten, bekostigd door stichtingen, verenigingen of bedrijven, zijn mogelijk gemaakt door de Hoger onderwijswet van 1905. Het idee kwam van Alexander de Savornin Lohman. Hij vond dat er ruimte moest zijn om ook aan gewone universiteiten mensen aan te stellen die in hun colleges bijbels licht laten schijnen op de vraagstukken waarmee de wetenschap zich bezighoudt. De eerste bijzondere leerstoelen werden ingesteld door de rooms-katholieke Radboudstichting, voorloper van de huidige Stichting Thomas More. De eerste leerstoelen voor wat toen nog Calvinistische Wijsbegeerte heette, dateren van 1947. Renée van Riessen is in Leiden benoemd door de Stichting Christelijke Filosofie. Ze is de eerste vrouw op zo'n positie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden