We hebben palmboter op ons hoofd

Niet alleen houtkap, ook de productie van palmolie bedreigt de oerbossen van Borneo. En Nederland speelt een sleutelrol.

Vandaag begint in Leiden een internationale conferentie over Borneo. Inzet: meer bescherming en duurzame ontwikkeling in dit door houtkap geteisterde natuurparadijs.

Nederland is een belangrijke afnemer van hout en palmolie uit twee landen die het eiland besturen: Indonesië en Maleisië. Op Borneo wordt zelfs gekapt in beschermde gebieden. Bedrijven en consumenten in Nederland helpen door hun koopgedrag ongewild mee aan het verdwijnen van oerbos ver weg op Borneo, een van de vijf meest bedreigde natuurgebieden op aarde. Als we niets doen, kan het regenwoud van Borneo, dat vele bedreigde en unieke diersoorten als orang-oetan en de Borneo-dwergolifant herbergt, al binnen 15 jaar verdwenen zijn.

Maar dat wisten we toch al lang, dat van die kap van de regenwouden? Is er dan helemaal niets gebeurd? Gelukkig wel. Hout heeft inmiddels een FSC-keurmerk, dat garandeert dat klushout of parketvloer verantwoord is geproduceerd. Maar voor palmolie zijn we nog lang zo ver niet. Oliepalmen worden op enorme plantages geoogst. Met het product is op zich niks mis. Alleen, op dit moment gaat er in Indonesië en Maleisië voor de aanleg van plantages vaak regenwoud tegen de vlakte. Op Borneo is het areaal aan plantages al bijna 3 miljoen hectare. Bij ongeremde expansie kan dat uitgroeien tot 10 miljoen (tweeënhalf keer Nederland). De aanleg van plantages gaat vaak gepaard met schendingen van mensenrechten en landconflicten.

Het is bijna niet te vermijden dat we palmolie consumeren. Het zit in onder andere margarine, chocola, chips, shampoo, wasmiddelen. Ook in veevoer, en daarmee indirect weer in vlees- en melkproducten. Zelfs de meest bewuste consument doet mee met deze tragedie.

Het Nederlandse bedrijfsleven speelt een sleutelrol in de palmolie-industrie. In de jaren negentig stonden Nederlandse banken nummer twee op de lijst van investeerders in Indonesische plantages. De Europese Unie is na India de grootste afnemer van palmolie uit Indonesië en het merendeel komt binnen via de Rotterdamse haven.

Een boycot van palmolie is niet realistisch. Een alternatief, olie uit sojabonen, lijdt aan dezelfde kwaal van onverantwoorde productie. Wat dan wel? Nederlandse bedrijven moeten concrete maatregelen nemen om duurzame herkomst van hun producten te garanderen. Deelname aan de Roundtable on Sustainable Palm Oil, een internationaal bedrijvenoverleg dat criteria voor duurzaamheid heeft ontwikkeld, is voor bedrijven een goede eerste stap. Openheid over de productketen is belangrijk zodat men kan kiezen voor duurzame palmolie uit plantages die niet ten koste van oerbossen zijn aangelegd. Overheid en consumenten moeten die openheid van zaken simpelweg eisen: goede bedrijven hebben niets te verbergen.

De auteurs zijn directeur van resp. het Wereld Natuur Fonds (Niek van Heijst), Novib (Sylvia Borren), Greenpeace (Liesbeth van Tongeren), Milieudefensie (Vera Dalm), IUCN Nederlands Comité (Willem Ferwerda) en Both ENDS (Sjef Langeveld).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden