'We hebben nooit iets gratis gegeven'

Ben en Tanja Kruk werden verliefd op Nepal en besloten al hun tijd te besteden aan de ontwikkeling van de regio Timal. Ze hebben veel bereikt met hun

'Ik ben wel een beetje moe van al dat vragen, vragen, vragen - het is nooit genoeg; altijd meer, meer, meer'

'Timal wordt op een feestelijke bijeenkomst uitgeroepen tot Poepvrij Gebied. Leuk toch?'

stichting Sathsathai

en vinden dat de bevolking het nu zelf kan.

Usha Ghising is niet het type dat het hoofd in de schoot laat zakken nu volgend jaar de Nederlandse financier van haar Nepalese vrouwenprojecten de geldkraan . "Onze projecten moeten doorgaan en daar gaan we nu zelf aan werken", zegt ze strijdbaar in de gemeenschapsruimte van het splinternieuwe vrouwenhuis in het bergdorpje Narayanthan. Haar ogen fonkelen van energie.

Om haar heen zitten twintig andere vrouwen uit Narayanthan en uit de omliggende dorpen. Sommigen hebben uren door de heuvels gelopen om naar het vrouwenhuis te komen. Ze willen laten zien wat een kleine Nederlandse hulporganisatie voor hen heeft bereikt. Enkelen hebben een blauwgele badge met de naam Sathsathai op hun sari gespeld.

Zevenduizend vliegtuigmijlen verderop, in Doesburg, maken Ben en Tanja Kruk zich intussen op voor hun zoveelste reis naar Timal, naar het gebied in het Nepalese district Kavre Palanchowk, dat hun hart stal. Twee keer per jaar gaan ze kijken hoe het met hun projecten gaat. "Praten, veel praten", zegt Tanja Kruk. "Nepalezen praten vooral. En veel."

Ondanks die praatcultuur eisen ze van de mensen in het veld, de tientallen vrijwilligers en enkele betaalde krachten, dat ze veelvuldig schriftelijk verslag uitbrengen van hun vorderingen. Die verslagen worden onverkort doorgegeven aan de donateurs van hun goede doelenstichting. Ook de mislukkingen worden uitgebreid beschreven. "Wij vinden dat we over alles transparant moeten zijn, daar hebben onze financiers recht op. Dat versterkt ook onze geloofwaardigheid. Want natuurlijk gaan er ook wel dingen mis."

Het begon destijds met een zekere verliefdheid op de kleurrijke, authentieke buitenkant van Nepal. Dat gevoel sloeg om in compassie toen Ben en Tanja Kruk in 2003 het bergdorpje Thulo Parsel bezochten, 75 kilometer zuidoostelijk van de hoofdstad Kathmandu. Wat hen raakte was de armoede, het totale gebrek aan basisvoorzieningen in huizen: geen toilet, geen elektriciteit, geen stromend water, geen voorziening om rookvrij te kunnen koken.

Terug in Nederland richtten Ben en Tanja Kruk de stichting Sathsathai op. De naam betekent 'samen' in het Nepalees. Ze zegden hun banen bij de provincie Gelderland op en besloten al hun tijd te steken in hun goede doel. Ze zamelden geld in bij het regionale bedrijfsleven en bij filantropen en ze zetten, met vallen en opstaan, een groot aantal projecten op. Zo is er in al die jaren zo'n 8 à 9 ton aan euro's richting Nepal gegaan.

Intussen is er veel veranderd in de dorpen van Timal. Oké, in Narayanthan is er nog altijd geen stromend water. Voor het koken moet het 9-jarig zoontje van Usha Ghising een uur lopen om water te halen. Maar er is wél elektriciteit, onder meer dank zij Sathsathai. Nog altijd is er armoede en achterstand. Maar de bewoners hebben ook iets meer toekomst.

In de dorpen van Timal, waar 40.000 mensen wonen, hebben bijna 4100 van de 5000 huizen nu een wc. Het is een enorm project, dat mede wordt gefinancierd door Impulsis, het steunfonds van Edukans, ICCO en Kerk in Actie. Bewoners kregen materiaal om een hokje achter de woning te bouwen, op voorwaarde dat ze zelf een diep gat groeven voor de beerput. Zonder gat geen materiaal. Tanja Kruk: "We hebben nooit iets gratis gegeven. Daar geloven we niet in. Ze moeten het vooral zelf doen."

Het lijkt zo'n bescheiden project: wc's bouwen. Maar voor de gezondheidszorg in het gebied is het van levensbelang. Diarree is een belangrijke oorzaak van kindersterfte in Nepal. Bewoners deden hun behoefte in het bos. "Je liep met dichtgeknepen neus door het gebied", zeggen Palsang Tamang en Sangram Jit Lama, beiden geboren en getogen in Timal en als vrijwilligers werkzaam voor Sathsathai.

Juist deze maand heeft het district Palanchowk, waarin Timal ligt, een vijfjarenplan opgezet om alle huizen in de 78 gemeenten te voorzien van toiletten. Over vijf jaar moet het poepen in de openlucht voorbij zijn in het gebied. Het project van Sathsathai diende als voorbeeld voor het overheidsproject. "Timal wordt straks op een feestelijke bijeenkomst uitgeroepen tot Poepvrij Gebied", mailt Tanja Kruk uit Kathmandu. "Leuk toch?" Sathsathai heeft inmiddels besloten de helft van de kosten te betalen voor het project van het districtsbestuur.

Sathsathai hielp de bewoners ook bij het aanleggen van rookafvoerkanalen in de woningen. Voorheen werd de traditionele dal bhat (rijst, met groenten in kerrie en stukjes kip) binnen in huis bereid op houtvuurtjes. De rook bleef in de leefruimte hangen. Het pikzwarte, beteerde balkenplafond in het huis van Usha Ghising herinnert aan de tijd dat de rook in het huis bleef staan. Wereldwijd koken nog zeker 3 miljard mensen op deze manier.

Vorige maand publiceerde het wetenschappelijke blad Science een studie waaruit bleek dat er jaarlijks 2 miljoen mensen overlijden als gevolg van longaandoeningen door de houtvuurtjes in woningen.

Tanja Kruk trok zich de positie van de vrouwen in Timal aan. Ze ontdekte dat het investeren in vrouwen veel meer opleverde dan investeren in Nepalese mannen. "Vrouwen doen het werk in Nepal. Mannen zitten de hele dag bij elkaar te lullen. Het is een praatcultuur." In de afgelopen vier jaar heeft ze zich bewust toegelegd op de stimulering van economische activiteiten door vrouwen en op het bouwen aan een sterke vrouwenbeweging in Timal.

De stichting stelde in Timal een programmanager aan voor de vrouwenprojecten, Sangram Jit Lama. In de zeven dorpen wees ze een vrouw aan die de projecten ging trekken. Er werd een vrouwenadviescommissie opgezet met vertegenwoordigers uit alle dorpen, die trainingen opzette voor onder meer microfinanciering, boekhouden, projectmanagement en fondsenwerving.

Sathsathai zette 116 alfabetiseringsklasjes op en stichtte vijftig bibliotheekjes in Timal. In schoollokaaltjes staan nu kasten waaruit vrouwen uit de regio boeken lenen, boeken over eerste hulp, over het verbouwen van landbouwgewassen, over gezondheidszorg en ook romans. Er werden ook 63 microfinancieringsgroepjes opgezet waar vrouwen geld kunnen lenen en sparen. "We hebben een paar honderd vrouwen met microkredieten op weg geholpen met economische activiteiten. Ze maken kaarsen, wierook, zeep, ze breien, ze knopen tapijten en halen inkomsten uit die economische activiteiten. Dat hebben we toch maar bereikt."

Tanja Kruk wordt 'moeder' genoemd door de vrouwen in Timal. Ze is de eerste om die eretitel te relativeren. "Ik denk dat heel wat van die zogenaamde liefde voorkomt uit het materiële. Ik heb longkanker gehad en toen ik na een operatie terugkeerde in Nepal waren er vrouwen die vijf uur hadden gelopen, alleen maar om mij te kunnen aanraken. Het is lief en ontroerend, maar misschien waren ze alleen maar bang dat ik niet terug zou komen en dat daarmee hun steun zou wegvallen. Ik ben ook wel een beetje moe van al dat vragen, vragen, vragen. Het is nooit genoeg. Altijd meer, meer. Dan komt er een moment dat het niet leuk meer is. Wij hebben geen geldboompje in de tuin."

De exitstrategie van Sathsathai
Ben en Tanja Kruk vinden dat goede doelen niet tot in het oneindige door moeten gaan. Uiteindelijk moet de eigen bevolking hun project overnemen. Die datum komt snel dichterbij. In het beleidsplan 2006-2012 van de stichting is het voornemen om in 2012 te stoppen, omschreven: "Het bestuur is zich zeer bewust van het gevaar van hulpverslaving en van het feit dat duurzaamheid van gerealiseerde projecten alleen mogelijk is als de bewoners in staat zijn zelfstandig door te gaan met de in gang gezette ontwikkelingen."

Ook wordt de situatie beschreven waarin Nepal zich bevindt: "Door tientallen jaren buitenlandse steun heeft het deel van de Nepalese bevolking dat wordt bereikt door buitenlandse organisaties al te veel een houding ontwikkeld van vragen en bedelen om hulp: ze stellen zich zielig en afhankelijk op en zeggen 'ja' tegen alles wat buitenlanders voor hen in de aanbieding hebben - en dat zijn lang niet altijd de oplossingen die hen structureel verder helpen op hun pad naar ontwikkeling. Soms lijkt het erop dat niet de inhoud van een project hun interesse heeft, maar vooral de kans op een baantje, of op de mogelijkheid de hand te leggen op projectgeld voor eigen gewin. Ook in de regio Timal, waar Sathsathai werkt, herkennen we deze houding. Veel bewoners klagen over hun problemen, zonder oplossingen aan te dragen en zonder - zoals ook vooraanstaande Nepalese deskundigen bepleiten - trots te zijn op de kwaliteiten van Nepal en zonder geloof in eigen kracht om Nepalese problemen met Nepalese middelen op te lossen."

"De eindigheid van onze activiteiten in Timal dwingt ook na te denken over het versterken van de kennis en het gevoel van eigenwaarde van de inwoners - vooral de vrouwen, zodat ze in de toekomst in hun eigen regio het stuur steviger zelf in handen hebben."

Het ideaalbeeld is, zeggen Tanja en Ben Kruk, dat de bevolking van Timal niet langer overgeleverd is aan de liefdadigheid van ontwikkelingsorganisaties, maar dat bewoners als een partner van die organisaties samen op zoek gaan naar oplossingen voor de meest urgente maatschappelijke problemen. "Dat is wat we hopen te hebben bereikt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden