'We hebben klanten verspeeld aan de synodalen'

Wat rest er na het afbrokkelen van de zuil van het het gereformeerd gedachtegoed? Nu kerk, school, partij en reisvereniging veel van hun bindende krant hebben verloren hangt het van grootouders, ouders en kinderen af hoe het gedachtegoed evolueert. Die ontwikkeling is het onderwerp van een reeks interviews met drie generaties gereformeerden. Over wat men dacht over te brengen op de nakomelingen, en wat ervan overbleef. Deel 5: de familie Veenstra.

Jacob Jan Veenstra (Houwerzijl, 24 april 1942) was de derde van vier kinderen. Mulo volgde hij in Ulrum en Zuidhorn, HBS in Groningen. Na militaire dienst bij het korps mariniers, ging Jaap Veenstra bij de politie. In 1991 werd hij korpschef in Groningen. Hij trad af in januari 1998 na het uitlekken van het rapport-Bakkenist over de slechte verhoudingen binnen de Groningse politie en het disfunctioneren van de politie bij de rellen in de Oosterparkbuurt. Als adviseur werkt hij nog vier dagen in de week voor de politie. Hij is getrouwd met Ima de Vries en heeft drie kinderen. De vierde werd levenloos geboren.

Anita Veenstra (Alkmaar, 1972) groeide op in Zuidhorn en Meliskerke. Behaalde haar VWO-diploma aan het Gomarus College in Groningen en studeerde daarna rechten. Sinds 1996 is ze beslismedewerker bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in Zwolle. Ze is getrouwd met Marco Kamminga en verwacht in juni haar eerste kind.

Jaap

Houwerzijl, een dorp onder Zoutkamp.

Een paar straten met lage huizen van rode baksteen en verder veel lucht en leegte. Houwerzijl was de wereld. Als Jaap Veenstra erover vertelt, gaat er een jongensboek open. Soldaatje spelen, slootje springen, eieren zoeken - achterna gezeten worden door de veldwachter.

,,De vrije natuur in, zwerven door de velden, dat deden we eindeloos. En zwemmen! Vanaf 15 mei zwommen we elke dag in het Reitdiep, bij de Waterwolf. Jij kende iedereen en iedereen kende jou. Ik was, denk ik, een beetje een rebel. De appeltjes uit de boomgaard van de buren waren het lekkerst. De voetbal in de hoogspanningsleiding . . .''

,,Mijn vader stond erop dat je eerlijk was. Als je iets had uitgehaald moest je het rechtuit opbiechten, geen smoesjes. Als je op school ondeugend was geweest, kreeg je thuis nog eens een reprimande: de meester was de baas. Maar als de bal over de heg van de buurman was geschoten en die haalde er de politie bij, dan liet mijn vader wel merken dat die buurman dat probleem zelf wel had kunnen oplossen.''

Anna

,,Je went eraan, aan Houwerzijl'', zegt Anna de Vries-Stulp op z'n Gronings. Voor haar was het in 1937 een stapje terug, van Grootegast in het Westerkwartier naar het Hoge Land. ,,Mijn man wou graag een eigen zaak beginnen. Eigenlijk waren er al te veel winkels. Maar hij hield van dat werk. Was meer maatschappelijk werker dan kruidenier.'' Als nummer acht in een groot gezin werd Anna al jong van school gehaald om in betrekking te gaan. Ze praat er liever niet over; het spijt haar nog altijd dat ze niet heeft doorgeleerd. Wel spreekt ze met veel liefde over haar ouderlijk huis: ,,Moeke was altijd bezig. Handwerken of naaien; ze naaide alle kleren voor ons. Als je in slaap viel hoorde je de naaimachine en als je wakker werd hoorde je hem weer. M'n oudste zus las 's avonds voor en breide tegelijkertijd. Op zondagavond zongen we met pappa en moeke bij het orgel.''

Anna was 21 toen ze trouwde met onderwijzerszoon Renzo Veenstra. Ze moest wennen aan alles: ,,Je moest winkeltje leren - winkeltje spelen, zo noemde ik dat. We waren altijd open, tot 's avonds laat. Je moest leren dat je een kind verwachtte. Je kookte op petroleum - och, wat vond je het verschrikkelijk als het eten dan niet op tijd klaar was.''

Anita

Anita Veenstra woont met haar man in een mooi, zelf opgeknapt pand in de binnenstad van Groningen, de stad waar ze schoolging en studeerde. Ze is zwanger van haar eerste kind. Als de baby er straks is, blijft ze vier dagen werken. Beide oma's hebben hun oppasdiensten aangeboden.

Bij de IND in Zwolle beoordeelt ze immigratie-aanvragen. Moeilijk werk, dat je niet altijd om vijf uur van je af kunt zetten: ,,Je houdt je voornamelijk bezig met procedures, maar je weet dat het om mensen gaat. Mensen die allemaal graag in Nederland willen blijven. Maar alleen als je de regels goed toepast, kun je ervoor zorgen dat het ook in de toekomst mogelijk blijft dat mensen die het echt nodig hebben, asiel kunnen krijgen. Dat moet je wel beseffen als je dit werk wilt volhouden.''

Van Houwerzijl naar Stad in drie generaties. Toch is de afstand minder groot dan hij lijkt; hoeveel er op het oog ook veranderd is, over de basisvragen van het leven staat Anita op één lijn met haar voorgeslacht. ,,Het geloof is de grond van mijn bestaan. God heeft ons gemaakt en wij zijn op aarde om het beeld van Christus zoveel mogelijk uit te dragen in ons leven'', zegt ze. ,,We doen ons werk om onze Schepper te dienen'', zegt vader Jaap. Oma Anna: ,,Je kunt op God vertrouwen; als je geen geloof had, dan kwam je er niet.''

Net als haar vader en haar grootmoeder is Anita belijdend lid van de Gereformeerde kerk vrijgemaakt, de kerk die tegen wil en dank ontstond door een scheuring in de gereformeerde kerken in 1944. Een kerk met een eigen zuil die nog altijd intact is, met het GPV als bekendste exponent.

Anna

Het verhaal van de Vrijmaking is al vaak verteld - over felle gereformeerden die wisten waar het over ging en die met overtuiging kozen. Er waren ook anderen; hen overkwamen de gebeurtenissen eenvoudigweg.

Anna: ,,In Houwerzijl had je alleen gereformeerden. Er was één kerk en één school. In Grootegast had je ook hervormden. Die zaten op de openbare school, en daar moesten wij langs. 'Cocksianen koffiekranen', riepen ze ons na.''

,,Op een zondag in november 1944 kondigde dominee Holwerda vanaf de preekstoel de Vrijmaking af. Er liepen er verschillenden de kerk uit. Ik wist van niks, had er ook niet eerder van gehoord. Wat ik wel weet is dat we klanten verspeeld hebben aan de synodalen. En je kon eigenlijk geen klanten missen. Na 1944 kreeg je twee groepen, en dan trek je toch het meest op met de mensen van je eigen kerk.''

Jaap

,,Je ging zondags twee keer naar de kerk. Dat deed iedereen. Bidden en danken voor en na het eten, bijbellezen, jeugdvereniging, catechisatie, het hoorde er allemaal bij. Vrijgemaakt of synodaal, dat maakte niet uit. Van twee groepen heb ik nooit iets gemerkt; je zat allemaal bij elkaar op school. Er was wel eens mot, maar zeker niet over de kerk.''

,,Op zondag deed mijn vader de gordijnen voor de etalage, want dat was de rustdag. Wie dan z'n auto waste of in de tuin spitte, kreeg al gauw te horen: dat doen wij hier niet. Dat had meer met de dorpscultuur te maken dan met de inhoud van het geloof. Iedereen die zich in dat cultuurpatroon schikte werd geaccepteerd. Toen wij met ons gezin later een tijd in Zeeland woonden hielden wij ook rekening met onze omgeving. In Meliskerke was dat de gereformeerde gemeente.''

Anita

,,In Middelburg heb ik op een gewone christelijke scholengemeenschap gezeten. Daar begon ik me voor het eerst te realiseren dat we vrijgemaakt waren, hoorde ik ook voor het eerst over artikel 31. Als ze je op zondag mee uit vroegen, moest je telkens uitleggen waarom je niet meeging. Je was op je hoede. Maar voor de vrijgemaakte middelbare school moest je helemaal naar Rotterdam en dat vonden mijn ouders te ver. Het VWO heb ik afgemaakt op het Gomarus in Groningen. Daar wist je in grote lijnen waar iedereen voor stond. Het was er veiliger. Al bestaat natuurlijk het gevaar dat je wegdut in de behoudendheid van je eigen kring. Je kunt bijvoorbeeld ook vrijgemaakt volleyballen. Dat gaat wel ver.''

,,Mijn ouders waren niet rigide, er was veel bespreekbaar. Zeker als ik het vergelijk met sommige klasgenoten. Van de lagere school herinner ik me hoe kinderen dingen die ze niet mochten toch deden, achter de rug van hun ouders om. Dat kwam bij ons niet eens op. Bijvoorbeeld, over de zondagsheiliging stelden mijn vader en moeder zich soepel op. De zondag is een vrije dag; je mag ervan genieten. In Zeeland gingen we weleens naar het strand, al kochten we geen ijsjes. Niemand voor je aan het werk zetten, was het uitgangspunt.''

,,Je had in die tijd een discussie of meisjes wel in een broek naar de kerk mochten. Ook daar maakten mijn ouders zich niet druk over; om zulke vragen draait het uiteindelijk niet in het leven. Als mijn vader niet zo blij was met onze kledingkeuze, was dat een kwestie van smaak. We waren niet punk of zo, maar groen en oranje, met oranje oogschaduw, daar hied hij gewoon niet van! Verder bemoeide hij zich trouwens heel weinig met ons. Altijd was hij druk met zijn werk - mijn moeder heeft de opvoeding voor haar rekening genomen.''

Anna

In Houwerzijl ontbrandde na de Vrijmaking een strijd om het kerkgebouw. De 350 vrijgemaakten zaten aanvankelijk op strobalen bij landbouwer Jan de Boer, maar bouwden spoedig een eigen onderkomen ('Ons Gebouw'). De 180 synodalen kerkten tijdelijk in een pakhuis. De rechter wees het kerkgebouw uiteindelijk toe aan de vrijgemaakten. De synodalen stichtten ze op steenworp afstand een eigen godshuisje. Jaren leefden beide groepen vervolgens vreedzaam naast en met elkaar. In 1964 laaide de strijd echter op, toen om de school.

Anna: ,,Er waren drie leerkrachten; twee vrijgemaakten en het hoofd was gereformeerd. Toen die meester wegging, wilde dominee Ophof er een vrijgemaakte school van maken. Daar was Renzo, die toen voorzitter van het schoolbestuur was, het niet mee eens. Dat vond hij gans verkeerd, in zo'n klein dorp. Dat het toch gebeurd is heeft een heleboel harten zeer gedaan. Synodale kinderen moesten toen naar Ulrum. Uiteindelijk zijn veel mensen weggetrokken, want die wilden dichter bij school wonen.''

Rond 1970 vertrokken Anna en haar man uit Houwerzijl. Het voortzetten van de winkel was steeds moeilijker geworden, hoe groot ze het assortiment ook maakten. En ook de gezondheid van haar man werd slechter. Terugkijkend op haar leven schudt ze het hoofd om alle veranderingen. ,,Het geslacht na ons komt niet meer in de kerk. De verleidingen van de wereld zijn te groot, denk ik wel eens. Maar als ze nooit meer een preek horen, missen ze dat dan niet?''

Over het geloof praten met de kleinkinderen, daar komt het niet echt van. ,,Daarvoor ben je niet intiem genoeg met ze.'' Anita is kerkelijk meelevend, dat weet ze. Over haar geloof kan en wil oma niet oordelen. Maar Anita en haar man werken beiden. Wie kookt er het eten?, vraagt ze zich af. Hoe moet het straks als de baby er is? ,,Ieder moet het zelf weten, maar het is toch het allermooiste om als moeke bij je kind te zijn. Ik geloof dat de babietjes vroeger een beter leven hadden.''

Anita

,,Ik vind dat ik het nodig heb om één keer naar de kerk te gaan. Op mijn negentiende heb ik belijdenis gedaan. Dat sprak vanzelf, maar het was ook een bewuste keuze; het oppakken van je eigen verantwoordelijkheid. Er zijn zeker dingen die ik nu anders doe dan ze vroeger bij ons thuis gingen, maar daar ben ik niet altijd gelukkig mee. Doordat we allebei zo'n hectisch leven leiden is er nauwelijks tijd om rustig aan tafel te eten, met bidden en bijbellezen. Mijn ouders kerkten altijd in de eigen gemeente. Wij hebben meer neiging tot shoppen - zij het niet eens buiten de vrijgemaakte kerk. Voor ons vind ik dat nu het beste alternatief. Wij moeten het helemaal van de zondag hebben, dan wil je ook graag een goeie preek horen, waarmee je er weer even tegenaan kunt.''

,,In de toekomst wil ik meer regelmaat. Ik vind mijn werk erg leuk, maar je leeft niet alleen om te werken. Wat er met mijn vader is gebeurd, is voor ons allemaal een les geweest. Je denkt dat je iets hebt opgebouwd, maar het kan zomaar worden afgebroken. Mijn vader wist dat ook wel, maar toch was hij een workaholic.''

Jaap

,,Als de kinderen vroeger op schoot wilden kruipen, had ik iets van 'nu even niet'. Mijn werk was nummer 1 en bleef nummer 1. Gelukkig zijn ze er niet gefrustreerd van geworden. Verleden jaar liep ik eerder achter de kinderwagen van onze kleinzoon dan mijn vrouw.''

,,Ik was een workaholic, dat klopt. Of dat door mijn gereformeerde achtergrond komt, de plicht om te woekeren met je talenten? Natuurlijk ben ik opgevoed met de gedachte dat tijd kostbaar is en nuttig gebruikt moet worden, maar ik hield van mijn werk. Dan zie je altijd dingen die voor verbetering vatbaar zijn en daar werk je aan. Je moet als leidinggevende van je mensen geen prestaties vragen die je ook zelf niet neerzet. Dat zit in me, als je iets doet, moet je het goed doen.''

,,Ik kan in wat ons is overkomen de hand van de Here wel zien, maar niet altijd even helder. Je krijgt niet altijd op alle vragen antwoord. Toen dat verdraaide rapport van Bakkenist naar buiten kwam, lazen wij in het bijbels dagboek aan tafel over Spreuken 16 vers 9: Het hart des mensen overdenkt zijn weg, maar de Here bestiert zijn gang. De mens wikt maar God beschikt. Toen hebben we ons hardop afgevraagd: geldt dat nou ook voor het uitlekken van zo'n rapport?''

,,Ik zeg nog niet: het is maar goed dat het zo gegaan is. Daarvoor is de manier waarop ik weg moest te hard aangekomen. Aan de andere kant accepteer ik het wel. Enerzijds doordat ik geloof dat ons leven geleid wordt, anderzijds ook omdat ik pragmatisch in elkaar zit. We waren drie volstrekt verschillende figuren, dat ging niet met elkaar. Daar kun je beter niet te lang over kniezen.''

In Houwerzijl, het dorp onder Zoutkamp, is de vrijgemaakte kerk op 31 oktober 1987 opgeheven. Op 1 januari 1975 was de synodale kerk al dichtgegaan, gevolgd door de school in 1979. In de Afscheidingskerk uit 1862 is nu een theemuseum gevestigd. De zaken gaan goed - in de tuin worden van rode baksteen indrukwekkende muren gebouwd om groepen toeristen uit de wind te houden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden