'We hebben het water weggedacht'

Van een verwaarloosd goedje is water uitgegroeid tot een bedreigd en schaars element. Filosoof René ten Bos pleit voor herwaardering van de vloeistof waaraan we allemaal het leven danken.

We hadden dit interview tijdens een storm op een Waddeneiland moeten doen, denk ik wanneer ik in Nijmegen bij René ten Bos thuis op de bank zit. Dan hadden we tenminste aan den lijve ondervonden dat water meer is dan een lauwe straal uit de kraan. Ten Bos, 'van geboorte een zandjongen uit Twente' zoals hij zichzelf duidt, schreef een boek waarin hij een pleidooi houdt voor een filosofische herwaardering van water. Met dat boek, dat in oktober verschijnt, heeft hij tot zijn eigen verbazing een primeur te pakken. Meer dan genoeg biologie, ecologie en esoterie over water, maar filosofie nog niet, terwijl de geschiedenis van de westerse filosofie toch begon met water. Thales van Milete, algemeen beschouwd als de eerste filosoof, beweerde in de zesde eeuw voor Christus dat water de grond van alle zijn is.

Maar Thales werd al gauw opzijgezet. Nog geen eeuw later beweerde Herakleitos dat alleen een droge ziel kan denken en Plato, een rabiate waterhater, vertoonde alleen maar minachting voor mensen die op of aan de rand van het water hun kost verdienden. Vissers waren minderwaardige sujetten voor hem en havens vond hij gevaarlijke plaatsen waar ongewenste vreemdelingen de mogelijkheid kregen foute ideeën te verspreiden.

"Ik heb me er altijd over verbaasd hoe water als grond van alle dingen weggedacht is uit de westerse filosofie", zegt ten Bos, "zelfs in het christendom. Hoewel vissers zeker niet geminacht werden en water ook als levensbron (fons vitae) belangrijk werd gevonden, minachtten de eerste kerkvaders Thales. Clemens van Alexandrië verweet zijn verre voorganger dat de grond van de werkelijkheid natuurlijk niet water kon zijn, die grond was God zelf. Met de opkomst van het christendom wendt Europa zich lange tijd van de zee af. Bij Thales stel ik me iemand voor die dagelijks door de haven van Milete liep.

Kerkvaders verkozen een klooster op een berg. Net als Socrates en Plato. Die zaten ook hoog en droog in Athene. Als Socrates een keer naar de havenstad Piraeus loopt, dan moeten we dat begrijpen als een soort afdaling naar de hel, naar een plaats waar je niet wil zijn. Het is opvallend hoe sterk de invloed van de omgeving is op de filosofische overtuiging van mensen."

Wat zegt deze afkeer van water als filosofische categorie over ons?

"Wij hebben het abstracte idee altijd belangrijker gevonden dan het concrete object.

Dat is fundamenteel voor ons westerse denken en het heeft ons ook geen windeieren gelegd. Ideeën kunnen mensen immers tot actie aanzetten. Het is dus geen kwestie van goed en kwaad, of van voor en tegen.

Maar het kan ook anders. In de Chinese filosofie is water bijvoorbeeld een belangrijk element gebleven. Voor hen is water de weg (dao). Dat betekent ook dat in die Chinese filosofie vloeibaarheid en procesmatig denken heel belangrijk zijn. Daar bestaat niet de eigenlijk ongelooflijke gedachte dat je de werkelijkheid ondergeschikt moet maken aan je eigen idee.

Bij Plato staat het eeuwige, onveranderlijke idee wel centraal. Sterker nog, alle veranderingen die je zintuiglijk gewaarwordt, worden als fantasie bestempeld. Nog steeds merk je de invloed van Plato. Planning staat in het organisatieleven bijvoorbeeld voorop. Wat voor Plato het idee is, is voor de hedendaagse manager de blauwdruk, het protocol, de strategie of de structuur. En ze vinden die ideeën belangrijker dan de werkelijkheid zelf."

Water is toch gewoon H2O, zeggen wij nuchtere westerlingen?

"Water is inderdaad H2O, maar in het dagelijks leven duiden wij dat niet zo. Zo drink je een glas water en geen glas H2O-moleculen. H2O is bovendien - en dit vergeten mensen vaak - een heel bijzonder molecuul. Hoe meer wetenschappers er zich in verdiepen, hoe geheimzinniger het wordt. Het heeft bijvoorbeeld nauwelijks innerlijke hechting. De deeltjes van het molecuul lijken niet in elkaar geïnteresseerd te zijn. Ze willen het liefst contact met de deeltjes van andere watermoleculen. Je zou kunnen zeggen dat die deeltjes constant vreemd willen gaan. Vergelijk het met een huwelijk. Daarbij verwacht je toch dat de twee gehuwden op elkaar aangewezen zijn. Water is dan een huwelijk waarbij de twee gehuwden alleen maar op jacht zijn. Je zou het met enige goodwill een vloeibaar huwelijk kunnen noemen.

Veel ecosofen beweren dat wij het respect voor water hebben verloren sinds de ontdekking dat water geen element is, maar gewoon een molecuul dat is samengesteld uit atomen. Ik verzet ik me tegen die stelling, want water is er alleen maar mysterieuzer door geworden. En waardevoller, al is dat een recent fenomeen. Het idee dat de zee zelf waardevol zou kunnen zijn, kwam in feite pas na de Tweede Wereldoorlog op. Daarvoor was het gewoon iets waar je doorheen moest en zeker geen oord waar je wilde zijn, terwijl we nu beseffen hoe belangrijk zeewater is voor het leven op onze planeet."

Van wie is de zee?

"Pas rond 1500 begonnen mensen daarover na te denken. In 1494 verdeelde de paus de wateren op onze wereld in twee delen. Alles ten westen van de Tordesillas-lijn - die ongeveer overeenkomt met 46° westerlengte - behoorde voortaan aan Spanje toe en alles ten oosten ervan werd Portugees. Dat was de eerste eigendomsclaim op de zee. Hugo de Groot schreef begin zeventiende eeuw zijn 'Mare Liberum' ('De Vrije Zee') waarin hij stelde dat de zee vrij zou moeten zijn voor iedereen, een stelling die mede de weg bereidde voor het later kapitalisme. Een vrije zee is immers ook een wetteloze zee.

Dat reduceert de transactiekosten flink. Ook vandaag nog gaat de meeste handel over zee. Ze vindt dus plaats in een wetteloze zone. Niemand kan immers controleren wat er precies gebeurt. Het kapitalisme wil dus enerzijds wetteloosheid, maar anderzijds moet alles ook goed geregeld zijn, want anders krijg je piraterij. Die schijnbare tegenstelling raakt aan de kern van het kapitalisme."

Als de zee van niemand is, zorgt er toch ook niemand voor?

"Sterker zelfs, iedereen plundert er maar op los. Of gooit zijn rotzooi in de zee. Niet alleen de beruchte plasticberg, maar ook koffie, medicijnen, nucleair afval en noem maar op. We komen er stilaan achter dat we dit niet veel langer kunnen volhouden.

De zee is niet langer een oord dat oneindig en onuitputtelijk is, een oord dat je alles kunt aandoen. Zolang jij en ik een vis vangen is er niets aan de hand, maar vandaag wordt er wel heel veel vis gevangen natuurlijk."

Moeten we daarom het idee propageren dat de zee van iedereen is en dat we er dus allemaal zorg voor moeten dragen?

"Ja, maar wat mij daarbij tegen de borst stuit is het onwaarschijnlijke optimisme van de duurzaamheidsactivisten. Duurzame visserij is een mythe. Ga maar eens na hoe al die duurzame zalm gevoed wordt. Op zichzelf zijn de maatregelen die de duurzaamheidsactivisten eisen niet verkeerd. Wat ik hen verwijt is dat ze een rotsvast vertrouwen hebben in rationele managementstechnieken. Zij zetten de zee neer als een soort aquarium, als het getemde water

waarmee je precies kunt doen wat je wil. Ze hanteren precies dezelfde logica als de grote visconcerns. Voor hen is de zee ook een aquarium en met hun radars weten ze precies waar de vissen zwemmen. Dat beide groepen dezelfde logica hanteren, vind ik verkeerd."

Welke logica moeten we dan wel hanteren?

"Iemand moet gewoon eens de moed opbrengen om te beweren dat het kapitalisme nefast is voor de zee. Zo eenvoudig is dat. Duurzaamheid verdraagt zich niet met kapitalisme, ook al willen maar weinig duurzaamheidsjongens dat inzien. Slechts zeven procent van de visserij is momenteel duurzaam. Als je dan weet dat de visvangst alleen maar toeneemt, zie je waar de schoen wringt. En zelfs die zeven procent is niet echt duurzaam, want om die grote vissen te voeren moet je kleinere vangen. Mijn filosofische punt is dat het discours over de bescherming van de zee gepolitiseerd moet worden. Ik voer Karl Marx niet voor niks op in mijn boek."

En Michel Serres.

"Hij is het voorbeeld van een filosoof die begrijpt hoe belangrijk water is. Geen wonder, de man heeft jarenlang op zee gevaren als marinier. In zijn hele oeuvre kun je een poging zien om turbulentie, stroming en vloeibaarheid beter te begrijpen. Dat betekent ook dat er geen heldere grenzen en afbakeningen zijn. De zee is dus niet ergens anders. De zee dringt in ons aller leven door. Op allerlei mogelijk manieren. Niet alleen als regen of constante dreiging, maar ook als overgangszone. Bootvluchtelingen uit Afrika of het Midden-Oosten zien de zee als een uitweg. Daar hebben wij allen mee te maken. We moeten de zee dus niet langer zien als een onbewoonbare zone of een chaotische hel, zoals Dante nog deed. De zee, maar ook al het andere water op de wereld, maakt deel uit van wie we zijn. Ze zit in ons. Ze is door en door cultureel. Het zou wat zijn om niet alleen bepaalde stukken van de zee, zoals de Waddenzee, maar alle zeeën en oceanen op de werelderfgoedlijst van Unesco te zetten en dan ook de passende maatregelen te nemen."

Ten Bos ziet daarbij een grote rol weggelegd voor oceanografie en hydrobiologie. "De politiek zou die opkomende wetenschappen serieuzer moeten nemen. Ik beweer niet dat politici moeten gehoorzamen aan wetenschappers, maar ze moeten in ieder geval bereid zijn om te luisteren. Niet alleen naar wetenschappers, maar ook naar praktijkmensen. Mijn boek begint dan ook met een pleidooi om de kennis die er in Nederland is over water - denk aan dijkgraven en muskusrattenvangers - veel serieuzer te nemen. Ooit konden de dijkgraven nog iemand ter dood veroordelen als hij onverantwoordelijk met water omging. Nu is het aanzien van de dijkgraaf gedaald. Dat is niet goed."

Voorlopig lijkt het nog flink de verkeerde kant op te gaan met de zee. Ziet u het tij in de nabije toekomst keren?

"Als je 25 jaar geleden over duurzaamheid sprak, werd je vreemd aangekeken, terwijl vandaag bijna niemand meer durft te beweren dat hij niet duurzaam bezig is. Discoursen veranderen dus wel degelijk. Management alleen zal de zee niet redden. Wat heeft management ons opgeleverd? Dat we alle dingen van waarde zijn kwijtgeraakt. Van de patiënt hebben we een klant gemaakt, net zoals van de burger, en van verantwoordelijkheid accountability. Nee, de zee redden is een kwestie van management én politiek. En vooral van een andere manier van denken."

Wie is René ten Bos?

René ten Bos (1959) is hoogleraar filosofie aan de faculteit der managementwetenschappen van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij is ook 'honorary professor' aan de University of St. Andrews in Schotland. Hij schreef een aantal boeken over organisaties, waarin hij zijn kritiek op de rationaliteit en de resultaatgerichtheid van management niet onder stoelen of banken stak, zoals 'Merkwaardige moraal' (1998) en 'Rationele engelen' (2003).

Hij noemt zichzelf een schaamteloos eclecticus die over en in de wereld wil denken en verschillende disciplines bij elkaar wil brengen. Hij filosofeert ongedisciplineerd, zegt hij, omdat denken nu eenmaal ongedisciplineerd is. Ten Bos gooide hoge ogen met 'Het geniale dier' (2008) een proeve van wijsgerige antropologie waarin hij de grenzen van mens- en dier-zijn aftastte en tot de conclusie kwam dat het dier een hechtere band heeft met de genius dan wij. Zijn vorige boek, 'Stilte, geste, stem' (2011) vloeide voort uit de vraag of dieren kunnen spreken en werd zo een zoektocht naar de eigenschappen van niet-talige communicatie, ook bij mensen.

René ten Bos, Water. Een geofilosofische geschiedenis. Boom, 380 p., euro 39,90

FOTO'S MERLIJN DOOMERNIK

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden