'We hebben het maximale gedaan'

Bijna twee maanden lang was Eric van Overdam (40) bezig om zekerheid te krijgen over de dood van zijn zus Brigit, vermist na de tsunami van 26 december. Wekelijks sprak hij met Trouw. Verslag van een zoektocht.

Na een duikvakantie stonden Brigit van Overdam (37) en haar man Albert Fröling op het punt om te vertrekken van het Thaise eiland Koh Phi Phi. De vloedgolf sleurde Brigit mee en ook de vrouw van een bevriend stel waarmee samen gereisd werd. Albert belandde in een gebouw en kon zich ternauwernood redden. Het relaas van Eric van Overdam, Brigits broer:

Dinsdag 4 januari:

,,Nee, helaas hebben we nog niets gehoord. Mijn zwager is met een vlucht uit Thailand naar het Calamiteitenhospitaal gebracht. Ik heb met hem besproken wat er nu echt gebeurd is. Het is onbegrijpelijk: de één wordt meegesleurd, de ander niet.

Het contact met lotgenoten is soms erg heftig. Je eigen probleem wordt alleen maar groter als je hoort dat een andere vermiste overleden is. Ik ben gestopt met zoeken en bekijken van foto's van overledenen op internet. We worden steeds meer bevestigd dat de situatie hopeloos en uitzichtloos is. Onze contactpersoon van het RIT (Rampenidentificatieteam; red.) belde vandaag. 'Schrik niet, ik heb geen nieuws', zei hij. Het is zelfs de vraag óf ze haar nog vinden. Langzamerhand raken we het stadium van de hoop voorbij. Hoewel het nog altijd kan dat ze bewusteloos is geraakt en aan geheugenverlies lijdt.''

Donderdag 13 januari:

,,Dinsdagochtend ging ik voor het eerst sinds de ramp naar m'n werk in Breda. Ineens kreeg ik via de gsm allerlei bevestigingen en ben ik bij Moerdijk maar omgedraaid.

Mijn zus is onofficieel gevonden. Via internet hebben we foto's gekregen die op 29 december zijn genomen in Krabi. Daar moet ze vanaf Koh Phi Phi naartoe zijn gebracht. Op de foto's staat een T-shirt van een duikschool uit Egypte, sieraden, kledingstukken, een duikhorloge. Ik kan niet anders concluderen dan dat het mijn zus is.

De Thaise overheid heeft aanvankelijk alle fotomateriaal via internet verspreid. De foto's van de spullen van mijn zus zijn waarschijnlijk genomen door personeel van Krabi Hospital. De informatie hebben we doorgestuurd naar het RIT. Ik ben er inmiddels van doordrongen dat ik die mensen hun werk moet laten doen. Ik heb schromelijk onderschat hoe lang het duurt om alles te matchen.

De identificatie is onofficieel. We zullen toch echt moeten wachten tot de DNA-test is gedaan.

VERVOLG OP PAGINA 2

'We hebben het maximale gedaan' Lichaam 'Krabi 261'

VERVOLG VAN PAGINA 1

Dat kan nog heel lang gaan duren. Ik raak nu geïrriteerd, kan niks meer doen. We zitten met gekromde tenen te wachten tot er wat gebeurt. We zijn nu toch overgeleverd aan de politiek van een internationaal project.

Op hetzelfde moment kregen we een telefoontje met de vraag 'Waar moet de brief van de koningin naar toe en wie wil je erbij hebben?' Ik sta een beetje sceptisch tegenover die officiële herdenking, maar misschien ga ik er toch wel naartoe.

De postmortem-foto van mijn zus is opvraagbaar, maar ik heb geen behoefte om 'm te zien. Volgens collega's van mijn zus bij het Internationaal Strafhof in Den Haag is er minder dan 10 procent kans dat ik mijn zus op die foto herken. De natuur heeft verwoestend werk gedaan.

Op een bizarre manier zijn we heel dichtbij de volgende fase, maar in feite zijn we net zo ver als twee weken geleden. Wat moet ik als familie nog meer doen? Een paar maanden wachten op een DNA-match? Ik accepteer niet dat bij wijze van spreken over een maand container 16 opengaat en mijn zus daarin blijkt te liggen.

Na het herkennen van die spullen waren we opgelucht, maar nu voel ik me ineens weer klein dat er vandaag niets mee gedaan wordt.''

Dinsdag 18 januari:

,,We hebben nog geen bevestiging van het RIT, maar er zijn wel vorderingen. Vrijwilligers hebben naar het ziekenhuis in Krabi gebeld. Zij hebben de bevestiging gekregen dat het lichaam van mijn zus (dat konden ze zien aan het nummer) in Krabi is. Daar is ze naartoe gebracht. Ik heb direct de ambassade en Buitenlandse Zaken ingeschakeld met de vraag: wie doet het speurwerk?

Het RIT heeft gisteren gebeld dat er op Krabi RIT'ers actief zijn. Ik heb gebeld met het RIT-hoofdkantoor en gevraagd of ze het lichaam van mijn zus willen identificeren. We hebben toch veel informatie aangeleverd.

Wat is hier nu zo moeilijk aan? Het schijnt dat door de Thaise overheid zaken stagneren. Dan is een lichaam geïdentificeerd en duurt het nog drie dagen voordat ze de benodigde stempels hebben gezet.

Mijn moeder vraagt zich nu af of we naar Thailand moeten. Ik heb nee gezegd. Je kunt daar toch niets doen, of je moet de wet willen overtreden. Logischerwijs zijn de lichamen in Krabi restricted area.

De uitnodiging voor de herdenkingsbijeenkomst hebben we inmiddels binnen. Ik waardeer dat gebaar. Afhankelijk van of mijn zus dan geidentificeerd is, lijkt het me prettig om met lotgenoten samen te zijn.

Op een beleefde manier probeer ik de druk erop te houden. Het is continue stress. Ik ben twee keer naar kantoor geweest. Daar zeggen ze 'Do what you have to do'. Ik krijg alle ruimte. Van alle zaken raak ik redelijk vermoeid. En ook mijn zoontje van vijf is ermee bezig. Die zag de kop in Trouw 'Van Brigit is niets meer vernomen' en vroeg wat dat betekende.

We hebben het maximale kunnen doen. Het geeft geen voldoening, maar wel een goed gevoel. Voor mensen die erheen zijn geweest, is het veel traumatischer en intenser geweest. Het is goed dat we niet zijn gegaan. Nu begin ik al over mijn woordkeuze na te denken: werkte of werkt Brigit bij het Strafhof?''

Vrijdag 21 januari:

,,We hebben nu wel door dat we van het RIT geen enkele tussenstand krijgen. Ze willen geen valse hoop wekken en dat begrijp ik wel. De contactpersoon van het RIT toonde wel begrip. 'In jouw situatie zou ik hetzelfde doen', zei hij nadat ik weer eens vertwijfeld en tegen beter weten in om een update had gevraagd.

Vanochtend hebben we een verzoek gekregen van de recherche voor een vingerafdruk van Brigit. Een rechercheur is nu met mijn zwager naar huis om een afdruk te zoeken.

Ik denk daaruit te kunnen concluderen dat er iemand van het RIT bij het lichaam is geweest en nu op verzoek van de Thaise autoriteiten extra bewijs moet verzamelen dat het inderdaad mijn zus is.

De vermiste vriendin van Brigit en Albert is als tiende slachtoffer geidentificeerd. Ze is naar hetzelfde ziekenhuis gebracht als Brigit, dus het RIT is er dichtbij. Eigenlijk wel heel wrang. Woensdagavond zijn we nog bij haar man en zijn familie op bezoek geweest om elkaar wat beter te leren kennen. Vijftien uur later hadden ze de bevestiging dat ze was overleden.

Als het RIT een match heeft, dan moeten de Thaise autoriteiten nog akkoord gaan met het vrijgeven van het lichaam. Dat kan nog wel een aantal dagen duren. Ik hoop dat we dit weekend uitsluitsel krijgen.''

Dinsdag 25 januari:

,,We weten nog steeds niets meer. Ik heb het idee dat er wel aan gewerkt wordt, maar dat er additioneel bewijs nodig is. Mijn zus heeft geen tatoeages of piercings en maar twee vullingen in haar gebit. Zonder specifieke kenmerken is het niet mogelijk om iemand te identificeren. Een vingerafdruk hebben ze bij mijn zus thuis waarschijnlijk niet kunnen vinden. Er is in het huis te veel schoongemaakt, zeiden ze. De recherche heeft wel spullen meegenomen om in het laboratorium op vingerafdrukken te onderzoeken.

Ik heb gehoord dat in het begin blunders met de identificatie zijn gemaakt en dat de Thaise autoriteiten daarom extra voorzichtig zijn. DNA is het laatste middel dat uitsluitsel kan geven. Als ze eenmaal geïdentificeerd is, kan het snel gaan.

We gaan vanmiddag naar de herdenking in de Ridderzaal, in totaal met elf familieleden. Het gaat me er puur om, andere families te ontmoeten. Het is wel een onwezenlijke toestand: dertig families weten nog niet waar ze aan toe zijn. Op de uitnodiging stond een kledingadvies, stemmige kleding, heren in pak. Dat komt een beetje tuttig over.''

Maandag 31 januari:

,,Vorige week naar de herdenking in de Ridderzaal geweest. Ik had geen hoge verwachtingen vooraf; keek vooral uit naar contact met andere families van vermisten. Maar ik was onder de indruk van de manier waarop we werden opgevangen. Er waren oprechte woorden, zowel van de minister-president als van de koningin (informeel). Eerlijk gezegd heb ik niet zo'n band met de leden van het koninklijk huis, maar ze waren oprecht geïnteresseerd in ons, benaderbaar ook en zelfs aangedaan. Het lost weliswaar niks op, maar het heeft 't er zeker niet slechter op gemaakt.

Ik heb even met de koningin kunnen praten, net als met Pieter van Vollenhoven en prinses Margriet. Ik kon dat wel waarderen. We waren met velen bijeen. Tachtig procent weet nog niet waar ze aan toe zijn. Dat onwezenlijke gevoel deel je.

Je steekt ook wat op van mensen die daarnaartoe geweest zijn en onverrichterzake zijn teruggekeerd. Wij wilden aanvankelijk ook naar Thailand afreizen. Maar ik had al vrij snel door dat we daar toch niets konden doen. Dat wordt dan min of meer bevestigd door mensen die er wel geweest zijn. Bovendien liep daar in het begin de echtgenoot van Brigits vriendin nog rond. Die was niet alleen naar zijn vrouw op zoek, maar ook naar mijn zus. We zijn hem daar heel dankbaar voor.

Inmiddels is hun vriendin geïdentificeerd, naar Nederland overgevlogen en hier gecremeerd. Daar waren we bij, afgelopen vrijdag. Het klinkt gek, maar die crematie ervoer ik als een soort generale repetitie: straks is Brigit aan de beurt. Je bent heel erg begaan met die mensen, maar voortdurend spookt die gedachte door je hoofd. Hun vakantie in Thailand kwam ook nog ter sprake. Samen daarnaartoe en zonder de vrouwen terugkomen. Op zo'n moment besef je dat je straks zelf zo'n rede in elkaar moet steken. Dat is heel dubbel.

Ik heb steeds meer respect gekregen voor de manier waarop het RIT zijn werk doet, of moet doen. Het feit dat ze geen informatie geven, is nu eenmaal hun manier van werken. Ze willen geen valse hoop wekken. Je krijgt ook niets te horen over waar ze op welk moment mee bezig zijn. Soms denk ik: geef me die valse hoop toch maar, dan weet ik tenminste wat meer. Maar ze geven pas updates wanneer de informatie honderd procent gecheckt is.

Ik heb de indruk dat het RIT weer een stapje verder is. Anders vragen ze niet om een vingerafdruk of specifieke informatie over de inscriptie in haar trouwring. Uiteindelijk zal haar identificatie toch aankomen op DNA-onderzoek. En dat kan nog enige tijd in beslag nemen. Daar moeten we nog op wachten. Nu, na vijf weken, is alle hoop dat Brigit nog leeft wel vervlogen.

Mijn moeder woont nog steeds bij ons. Al sinds de tsunami op tweede kerstdag. Ze is nog steeds sterk, al leunt ze heel erg op ons. Ze is moeder van twee kinderen. Eentje is ze kwijt en de ander houdt haar op de been. Dat geeft haar een beetje een ongemakkelijk gevoel.

Ze is ook mee geweest naar de crematie van de vriendin van Brigit en Albert. Daar werden foto's getoond van haar. Haar familie vroeg ons vooraf of we daar problemen mee hadden. Want op één van de foto's stond ook Brigit. Eerst hadden we zoiets van: die hoeven we niet te zien. Aan de andere kant: het is wel de realiteit. Dus waarom ook niet?

Het moet wel heel raar lopen als degene die we denken dat mijn zus is, het niet blijkt te zijn. Off the record kregen we te horen dat het RIT in Nederland zal proberen wat meer druk uit te oefenen op hun mensen daar.

Op 11 januari dacht ik: dit wordt appeltje, eitje. We hadden al zoveel informatie. Maar het loopt toch weer anders dan je verwacht. Misschien kan het RIT met alle bewijs toch wat extra's doen. Ik verwacht niet dat het nog langer dan een week duurt. Alleen, die garantie heb je niet.''

Maandag 7 februari:

,,De laatste fase van het proces is nu ingegaan. We kregen bevestigd dat er nu daadwerkelijk DNA-onderzoek verricht wordt. De resultaten daarvan moeten we maar afwachten.

Via de Britse ambassade hebben we vernomen dat er bagage is gevonden van Brigit en Albert. Er is een tas met duikuitrusting gevonden die van mijn zus en zwager is. Eigenlijk een rare melding: je krijgt wat materiële spullen terug, maar niet je zus.

Het wordt steeds lastiger om dit vol te houden. Als je, zoals ik, van nature nogal ongeduldig bent, is dat moeilijk te accepteren. We hebben alleen nog wat afleiding aan elkaar. Je schrijft nog wat mensen aan, puur om het proces te versnellen. Dat is het enige wat je zelf in de hand hebt. ''

Vrijdag 18 februari:

,,Dinsdag 15 februari kreeg ik het bericht van het RIT dat de gevonden persoon in Krabi inderdaad mijn zus is. Ze is het negentiende geïdentificeerde Nederlandse slachtoffer. Lichaam nummer 261. Uiteindelijk is ze toch niet via haar DNA, maar via gebitskenmerken geïdentificeerd. Sinds 11 januari wisten we het eigenlijk al. Toch duurde het nog ruim een maand voordat we zekerheid kregen.

Toen het RIT mij belde zat ik helaas in Athene. Voor mijn werk bij een Amerikaans bio-techbedrijf zit ik regelmatig in het buitenland. Nu ook. Wel vreemd om het uitgerekend daar te horen. Een uur later ben ik nog op bezoek bij een klant geweest, ik kon die dag niet meer naar huis en heb een vroege vlucht op woensdag kunnen nemen.

Mijn zwager is zelf door het RIT gebeld. Vanuit Athene heb ik mijn moeder op de hoogte gesteld. Zij is nog wonderbaarlijk sterk en wil allerlei dingen gaan regelen voor de begrafenis van Brigit. Ze wil dat mijn zus een mooi afscheid krijgt.

Ik had een dubbel gevoel toen ik het bericht vernam. Rationeel weet je dat het een keer komt, emotioneel hoop je dat het nooit gebeurt. Enerzijds was ik opgelucht, dat er aan een periode van onzekerheid een einde is gekomen. Tegelijkertijd besef je dat de dood van je zus op dat moment onomkeerbaar wordt. Ergens in je achterhoofd hield je onbewust toch nog iets van misplaatste hoop dat het niet waar is.

Zondag 20 februari komt Brigit. Dan zullen we ook haar begrafenis gaan regelen, dat wil zeggen mijn moeder en m'n zwager dan. Ik houd me liever op de achtergrond. Brigit was de vrouw van mijn zwager, en de dochter van mijn moeder. Als zij op één lijn zitten, vind ik het goed.

Nee, we hebben tot dusver niets voorbereid. Je gaat niets regelen zolang niet zeker is dat je zus dood is. Alvast een kist uitzoeken, dat doe je niet.

Ik verwacht dat Brigit donderdag of vrijdag begraven zal worden, in Den Haag. Of ik een toespraak zal houden tijdens de begrafenis, weet ik nog niet. Denk dat ik wel iets met muziek ga doen. Mijn zus heeft zelf ooit twee nummers opgeschreven. Die zullen straks wel te horen zijn, naast een door mij gekozen nummer.''

Dinsdag 1 maart:

,,Gisteren hebben we Brigit begraven, op begraafplaats Westduin in Den Haag. Ik schat dat er 225 mensen zijn geweest. Er waren acht sprekers die mooie dingen over mijn zus hebben gezegd. Zelf heb ik niet gesproken. Hoe ik mijn zus zie, dat is van mij. Ik heb wel een mooi stuk muziek uitgezocht, Have a little faith in me van John Hiatt. Brigit heeft zelf ooit eens twee nummers uitgezocht, die zijn ook gedraaid: Tears in heaven van Eric Clapton en Love is all around van Wet, wet, wet. Haar man Albert had een nummer van De Dijk uitgekozen, Als ze er niet is. Heel toepasselijk.

Vanochtend was ik nog even met mijn moeder op de begraafplaats. Als je bij het graf staat, realiseer je je dat je twee maanden van hectiek afsluit. Ik was met een soort project bezig, Krabi 261.

Mijn moeder is nog bij ons in huis, maar ze heeft het er wel over om weer naar huis te gaan. Dat samen wonen is op een heel natuurlijke wijze gegaan. Het wederzijds respect is wel gegroeid. In mei gaan we met zijn allen een weekje naar Texel. Daar kijkt mijn moeder naar uit.

Ik weet nu pas echt wat stress is. In je werk maak je je druk over presentaties of opdrachten, maar wat ik de afgelopen twee maanden heb meegemaakt, was echte stress. Je leert er extra door te relativeren.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden