'We hebben het gevoel van uitsluiting onderschat'

Niet de jongeren die uitreizen naar Syrië, degenen die zullen terugkeren, die baren het kabinet zorgen. Na terugkeer zullen het mannen zijn met de bereidheid tot doden. Maar hoe te voorkomen dat tientallen jongeren afreizen naar IS-strijdgebied? Het kabinet kiest voorlopig voor een repressieve koers: paspoorten inhouden, uitkeringen intrekken. Verstandig? "Natuurlijk. Dat is noodzakelijk. Maar het moet niet het enige zijn."

We spreken Peter Knoope, tot twee weken geleden nog directeur van het Internationaal Centrum voor Contra-Terrorisme (ICCT). Toevallig is het 11 september. Knoope zegt het nog vóór hij zijn jas uitheeft: nine eleven - hij weet vaak eerder het Engelse woord dan het Nederlandse. "We zijn dertien jaar verder en er is nog steeds geen antwoord. Het probleem Al Kaida en djihadisme is alleen maar groter geworden."

Wat vindt u van het actieplan van het kabinet?

"We hebben de afgelopen maanden afschuwelijke beelden gezien. Ik begrijp wel dat het kabinet dan spierballen wil laten zien. Je moet ook je boosheid laten gelden. Maar het vereist niet heel veel reflectie om te zien dat je ook naar de oorzaken moet kijken.

"Men zal zich ergens het komende jaar weer moeten richten op de vraag waar het vandaan komt, hoe je de aanwas vermindert en wat je kunt doen om mensen uit die groep te krijgen. We moeten niet opnieuw de fout maken, zoals de Amerikanen de eerste jaren na 9/11, dat we de fenomenen bestrijden en niet kijken waar het vandaan komt."

Moet er meer gebeuren?

"Het kabinet staat nogal op zenden, weinig op ontvangen. De neiging is: als we jongeren maar het juiste verhaal vertellen, komt het wel goed. Dat die jongens het gewoon niet begrijpen. Maar de noodzaak om eens naar ze te luisteren is echt aanwezig.

"Ik mis ook aandacht voor de internationale component. In 35 pagina's actieprogramma schrijven Opstelten en Asscher één zin over internationale activiteiten buiten de Europese samenwerking. Ik denk: jongens, het is wel een béétje een Nederlands probleem, maar het echte probleem is internationaal. Als - ooit - het conflict in Syrië en Irak is opgelost, dan gaan die strijders zich verspreiden over de wereld. Dan heb je pas écht een probleem. Wat ga je dan doen? Nu, while we speak, worden tienduizenden mensen opgeleid tot terrorist."

Is het maar een beetje een Nederlands probleem?

"We moeten ons realiseren dat het hier om een heel klein groepje gaat. In Nederland heb je het over een paar honderd mensen die zo geïnspireerd zijn dat ze naar het Midden-Oosten af willen reizen. In Libië, Egypte en Indonesië gaat het over duizenden mensen.

"De aantrekkingskracht op jongeren is immens. Het is cool om onderdeel van de djihad uit te maken. Een drempel is overschreden dat er bijna massaal mensen erbij willen horen. Dat is ergens in de afgelopen twee jaar gebeurd."

Hebben we iets verkeerd gedaan?

"Dat kun je wel zeggen. Eerst was de focus gericht op de kopstukken. Decapiteren, daar was alles op gericht. Het duurde tot tien jaar na 9/11 voor er serieus aandacht kwam voor de achtergronden. Voor de vraag wat die jongens motiveert, hoe rekrutering werkt. Daar is internationaal na 2011 een klein beetje in geïnvesteerd, even. Daarna dachten we: we zijn er overheen, het is voorbij. Bin Laden was dood, de Arabische Lente brak aan. Ik dacht het zelf ook. Dat een seculiere boodschap de jeugd in Egypte op de been bracht, was mijn bewijs. Ik bleek ongelijk te hebben. Het adaptief vermogen van Al Kaida is groter gebleken dan ik toen heb ingeschat."

Wanneer zag u dat in?

"Twee jaar geleden. In landen als Libië, Tunesië en Egypte was een machtsvacuüm ontstaan. Dat heeft Al Kaida gebruikt. 'Zo', zeiden ze tegen die jongeren, 'is dit is nu democratie? Ben je er blij mee? Werkt niet voor ons, hè? Het is een westers product. Takfir. Ketters.' Dat heeft een enorm mobiliserende werking gehad. Samen met sociale media. Hoe je die moet inzetten, hadden ze bij Al Kaida van de Arabische Lente geleerd."

Is die stap naar radicalisering zo snel gemaakt?

"Er is een heel diep gevoel van vernedering en uitsluiting in de moslimgemeenschap. Een gevoel van enorme onrechtvaardigheid en slachtofferschap. Ze kijken naar de wereld en stellen vragen. 'Zit er een islamitisch land als permanent lid in de VN-Veiligheidsraad?' Nee. 'Zitten wij in de G7?' Nee. 'Hebben wij alle olie?' Ja. 'De meest historische cultuur? En mogen wij meepraten?' Nee. De reactie is er één van reciprociteit. They do it to us, so we do it to them. Als de Amerikanen gewoon naar Afghanistan kunnen gaan en mensen doden, dan doen wij dat ook.

"Persoonlijk hebben ze vaak weinig te verliezen. Als de keus is tussen schapen hoeden of een heroïsch bestaan met status en misschien het martelaarschap, is dat laatste een uiterst aantrekkelijk voorstel. Daar vallen jongens voor. Dan komt er een moment dat het aantal mensen dat dat doet heel groot is en het risico voor jou heel klein. Akelig hè?"

Wat zegt dat?

"Ik denk dat we onderschat hebben hoe groot de mobiliserende kracht van dat gevoel van uitsluiting kan zijn. We zullen op een of andere manier een antwoord moeten vinden op dat gevoel. Dat is een taak voor de wereld. Een heel moeilijke taak."

Hoe groot is die mobiliserende dreiging in Nederland?

"Het probleem in Nederland is minuscuul. Je kunt makkelijk aantonen dat je in Nederland niet wordt uitgesloten omdat je een moslim bent. Mensen als burgemeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam, Tweede Kamerleden en mensen in topfuncties bewijzen dat. We hebben een tegenverhaal. Het probleem hier is van overzichtelijke proporties."

"Wat hier nodig is, is dat de overheid een gezicht heeft. Dat mensen bij iemand van vlees en bloed terecht kunnen als ze willen zeggen: ik maak me zorgen om mijn buurman, of mijn zoon. De wijkagent moet de verbindende schakel zijn."

Dat is toch al eerder geprobeerd? Heeft niet veel geholpen. Dezelfde namen van ronselaars en extremisten duiken al tien jaar op.

"Voor mensen die de leiding hebben genomen is het moeilijk om eruit te stappen. Soldaten zijn wel terug te halen naar de maatschappij. Dat is eerder in Nederland ook gebeurd, de leiders kwamen daardoor alleen te staan. Het is uit strategische overwegingen veel beter om aan de onderkant van de piramide te proberen de massaliteit te verkleinen. Die leider, daar krijg je het toch niet uit. Die moet je gewoon even achter de tralies zetten als hij akelige dingen heeft gedaan en verder goed in de gaten houden."

En, zo lezen wij in een rapport van uw denktank, je moet het niet politiseren.

"Ja, dat is niet helemaal gelukt. Is dat erg? Ja. We weten uit het verleden dat je harde maatregelen - gezinnen arresteren, paspoorten innemen - niet al te breed moet uitmeten in de media. Je moet het zoveel als mogelijk onopgemerkt laten gebeuren. Want als het publiek er wel veel van merkt, maak je het groter. Dan maak je het aantrekkelijker voor mensen die boos zijn. Alles wat je aandacht geeft, zal groeien."

Peter Knoope (65) was tot eind augustus directeur van het Internationaal Centrum voor Contra-Terrorisme (ICCT), een Haagse denktank die zich bezighoudt met (de)radicalisering en re-integratie van gewelddadige extremisten. Eerder werkte hij als plaatsvervangend hoofd strategie bij de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) en was hij hoofd van de afdeling noodhulp bij het ministerie van buitenlandse zaken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden