’We hebben de naam, dus hebben we het gedaan’

Naziha Aloued, moeder van tien kinderen: ¿Niemand die besefte dat ik door te scheiden mijn leven had geriskeerd, dat ik met hart en ziel voor mijn kinderen wilde vechten.¿ (Patrick Post) Beeld Patrick Post
Naziha Aloued, moeder van tien kinderen: ¿Niemand die besefte dat ik door te scheiden mijn leven had geriskeerd, dat ik met hart en ziel voor mijn kinderen wilde vechten.¿ (Patrick Post)Beeld Patrick Post

Verslaggever Rob Pietersen ging twee maanden op pad met hulpverleenster Fatimazohra Hadjar om te zien wat er mis gaat in én rond multiprobleemgezinnen in Amsterdam-Slotervaart. Hij stuitte op huiselijk geweld, criminaliteit, falende ouders en stuntelende hulpverleners. Vandaag: Naziha Aloued, multi-probleem-mama.

Rob Pietersen

Het is half twee. Ilyasse zit nog in zijn pyjama achter de computer. Anderhalf uur later staat hij voor de zoveelste keer voor de spiegel in de huiskamer: „Ik ga effe buiten chillen”, zegt hij tegen zijn moeder, als hij de gelpot er nog maar eens bij pakt.

„We zijn weer terug bij af”, verzucht Naziha Aloued, moeder van de negentienjarige Ilyasse. „Alles is voor niets geweest.”

In november 2008 was Ilyasse Chaara op tv, bij ’Premtime’. Hij was bezig aan zijn laatste weken bij Glen Mills in Wezep, een opvoedingsinstituut waar criminele jongeren aan een streng regime worden onderworpen. „Ik ben niet bang terug te vallen”, zei hij voor de camera. „Nee, ik heb voor mezelf de keuzes gemaakt. Als ik straks terugkom in de maatschappij heb ik een strak dagprogramma, een strakke invulling, heb ik structuur voor mezelf. Ik heb school, werk, de sport die ik ga beoefenen. Dan heb ik geen tijd meer voor die vrienden.”

Sinds 18 december is de jongen die zo’n zelfverzekerde indruk maakte in het tv-programma, die besefte wat hij fout had gedaan maar ook wist hoe het beter moest, terug in Slotervaart, in het huis van zijn moeder, bij acht broertjes en een zusje. „Hij is de hele week stoned. Wat wil je? Hij is twee jaar lang opgeloten. Nu heeft hij alle vrijheid. En niets te doen.”

Haar tweede zoon Houde wordt in november achttien jaar. Hij zit momenteel in jeugdinrichting Den Engh, in Den Dolder. „Ik wil hem niet hier thuis”, stelt Aloued keihard. „We gaan niet dezelfde fouten nog een keer maken. Ilyasse staat nu al zes maanden op de wachtlijst voor begeleid wonen. En je ziet: hij keert terug naar zijn oude omgeving en vervalt in zijn oude gedrag. Ik wil dat Houde pas wordt vrijgelaten als alle voorwaarden zijn ingevuld. Als er ergens een plek bij begeleid wonen voor hem is, als hij meteen met een opleiding of baantje kan beginnen. Zodat hij een goede start kan maken. Je kunt deze jongens niet opsluiten en vervolgens gewoon dumpen.”

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) waarschuwde vorig jaar dat heropvoedingskampen als Glen Mills en Den Engh niet werken. Zo’n 78 procent van de pupillen in Wezep en Den Dolder bleek vier jaar na vrijlating één of meer misdrijven te hebben gepleegd. Aloued: „Ze waren lovend over Ilyasse op Glen Mills. Maar ze vallen terug, in het oude patroon. Zo waren het twee weggegooide jaren. Al die pijn... Al die tranen...”

Sinds haar scheiding in 2005 staan Naziha Aloued (40) en haar tien kinderen te boek als multiprobleemgezin. „We staan volgens het stadsdeel in de topvijf. Dat is in dit geval niet iets om trots op te zijn”, zegt ze.

Aloued werkte mee aan tv-programma’s om een beetje begrip te krijgen voor de problemen. En om goede hulp te krijgen. „Ik ben afgeschilderd als een soort als Ma Flodder, wij waren de Marokkaanse Tokkies. Maar ook in de eigen gemeenschap werd ik met de nek aangekeken omdat ik de vuile was buiten hing. Het liefst sluiten we in de Marokkaanse gemeenschap de ogen. Maar die verhalen over probleemjongens, over probleemgezinnen: het gaat over ons. Om onze kinderen. Als je iets te vertellen hebt, moet je geen verstoppertje spelen.”

Sinds de scheiding van haar dertig jaar oudere echtgenoot, kreeg Aloued een hele rits hulpverlening over de vloer. „Ze komen allemaal even kijken en weten dan genoeg: ’Het is vijf voor twaalf, we gaan een paar kinderen weghalen, dan gaat het vanzelf beter’. Niemand die zich afvraagt wat er gebeurt als je zo’n groot gat in een gezin slaat. Of hoe een moeder op een groot gat in haar hart reageert. Niemand die besefte dat ik door te scheiden van die ouwe tiran mijn leven had geriskeerd, dat ik met hart en ziel voor mijn kinderen wilde vechten. Nee... Lekker uit huis plaatsen... Dat is het makkelijkst.”

We zijn op de trap omhoog, zegt ze. Maar het gaat met vallen en opstaan. „We knokken vanaf 2005 voor een betere toekomst. Maar ik heb geen toverstokje, het is niet ’simsalabim we gaan opnieuw beginnen’. Deze kinderen dragen de ballast van een autoritaire, slechte vader die rijk wilde worden van de kinderbijslag, die ze ’s nachts wakker maakte om te bidden, maar die ze ook gewoon op pad stuurde om te gaan stelen.”

Haar jongste dochter (Rahma, vier jaar) is vandaag ziek thuis en speelt met een bal in de gang. Aloued heeft voor aanvang van het interview nog snel even een rondje gestofzuigd. De huiskamer is opgeruimd, op één bank na. Een grand foulard onttrekt een stapel was aan het oog. „Soms lijkt het hier de kledingmarkt van het Waterlooplein wel.”

Een buurvrouw komt binnenlopen, een zoon zet gastvrij koffie, een andere zoon bekommert zich over de koekjes. „Deze jongens zijn het waard om voor te knokken”, zegt ze, liefdevol. „Ze halen rottigheid uit, het zijn geen lieverdjes. Oké. Daar worden ze voor gestraft. Prima. Maar laten we ook kijken waar hun gedrag vandaan komt. Deze jongens moeten leren praten. Ze zitten vol van binnen, van de ellende die ze thuis zien. Ik zie hier in de buurt de hele dag hordes straatcoaches fietsen. Laten we de kosten daarvoor nu eens benutten om die jongens wat te leren, vaardigheden bij te brengen, te helpen bij solliciteren. Deze jongens zijn helemaal niet zo slecht. Ze zijn alleen nog niet de juiste persoon tegengekomen die ze weet te raken.”

En dat ondanks de stoet aan hulpverlening die langskwam. Ondanks de schreeuw om hulp. Om goede hulp. Vergeefs, beseft ze inmiddels. Uiteindelijk moet je het allemaal toch vooral zelf doen, is haar ervaring. „Ik krijg steeds vaker het verwijt te horen dat er zoveel geld aan mijn gezin is uitgegeven. Wat kan ik eraan doen? Ik heb nergens om gevraagd. Er worden vergaderingen over de Chaara’s gehouden. De woningbouwvereniging, politie, stadsdeel, voogden: de hele mikmak zit aan tafel. Ik mag er niet eens bij zijn.

„Pas kwam Jeugdzorg met het idee dat ze me toch beter willen helpen. Ik dacht: dan zullen we wel met z’n allen om tafel gaan zitten. Dan gaan ze wat beter naar mij luisteren: ik ben toch dé ervaringsdeskundige, ik zit 24 uur op dit gezin. Maar nee hoor. Dan komen ze met één of ander psychologisch onderzoek dat ik moet doen.”

Als Rahma wat ouder is, wil ze zelf als hulpverleenster aan de slag. „Ik kan de hulpeloosheid van anderen niet aanzien. Als de kinderen naar school zijn, ga ik de problemen van anderen oplossen. Ik kan niet stilzitten. Ik ga verder. Ooit zal ik zelf de hel die mijn huwelijk was, moeten gaan verwerken. Maar die beerput kan nog niet open. Aan een jankende moeder hebben mijn kinderen niets.”

Later deze week staan er twee rechtszittingen op het programma. Het gaat om afpersing en beroving. „Ik doe mijn best. Maar ik kan niet overal zijn. Als de deurbel hier ’s avonds gaat, kort en schel, dan ben ik altijd weer bang dat er politie staat.”

Onlangs maakten stadsdeel en politie trots bekend dat er van de acht overlastgevende jeugdgroepen nog maar vier over waren. Nu wordt geconstateerd dat de Sierpleingroep (met als delicten: openlijke geweldpleging en diefstallen) terug is, „zij het eenderde deel ervan: de broertjes Chaara (van het probleemgezin Chaara)”, liet een woordvoerder weten. „Ja, zo gaat het altijd”, zegt de moeder. „Wij hebben de naam, dus wij hebben het gedaan. Als er een buurvrouw wil verhuizen, hebben wij haar weggepest, vorig jaar zomer werd een andere buurvrouw neergeschoten. Iedereen wees naar ons. Het viel ze een beetje tegen dat wij toen toevallig met z’n allen een maand in Marokko zaten...

„Ik hou van Ilyasse, maar dat hij nu terug is, is niet goed voor ons. Zijn kleine broertjes kijken toch tegen hem op. Die moet ik duidelijk maken dat Ilyasse geen goed voorbeeld is. Ik praat hier 24 uur per dag op de kinderen in, in de hoop dat ze op het rechte pad blijven.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden