We hebben al die jaren naar onszelf gekeken

Wat is er geworden van de ambities op de allereerste televisieavond, morgen precies zestig jaar geleden? Mediahistoricus Henri Beunders bekijkt de canon: geen 'venster op de wereld', maar het 'bewegende zelfbeeld van een natie in een goed humeur'.

Op de eerste televisieavond, 2 oktober 1951, konden die schaarse mensen die een ontvangsttoestel hadden aangeschaft, of zo iemand kenden, kijken naar het eerste 'televisiespel', dat tegenwoordig drama heet. De vraag is of televisie een drama is geworden, en zo niet, wat dan wel?

Het toneelstuk heette 'De Toverspiegel', was geregisseerd door de latere tv-beroemdheid Willy van Hemert. Albert van Dalsum speelde Professor Video, Louis Bouwmeester was zijn leermeester. Ook Hetty Blok, Johan de Meester, Ad Hooykaas en Ank van der Moer deden mee. En alleen diegenen die in 1951 gekeken hebben en het stuk hebben onthouden, zouden kunnen vertellen of het boeiend was, en wat er zoal werd besproken. Van de uitzending zijn alleen wat foto's bewaard gebleven.

Wat we weten is dat het een drieluik was, over heden, verleden en toekomst. En dat het thema het nieuwe medium televisie was. En dat die tovenaar Video de mens een spiegel voorhield: de televisiecamera. Door haar oog werd een blik op verleden en toekomst geworpen. En wat betreft die toekomst, een van de zinnen in de dialogen zou zijn geweest: "Wie zal de waarde peilen van dit, Uw instrument dat over duizend mijlen de wereld tot u brengt."

Tegen het einde van het toverspel stapten ¿Tadaa! ¿, de tovenaar en een kind door de deur van de televisiestudio en verschenen op het scherm de woorden 'Heden Geopend'. In de tekst die ik hierover vond stond U met een hoofdletter.

Dat waren nog eens Andere Tijden!

Blijkbaar was 'De Toverspiegel' een soort moralistisch sprookje over verleden en heden, maar ging het ook over de ongewisse toekomst. Al zal het allemaal iets luchthartiger zijn uitgedrukt dan die ronduit zorgelijke en vermanende woorden waarmee staatssecretaris Cals van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen om acht uur die eerste uitzending had geopend, zittend aan een laag tafeltje, lezend van een stapeltje papieren. Dat moet geen gezicht zijn geweest, maar zijn woorden waren helder.

"Wij leven in een nieuwe overwinning des geestes. Wij leven in een mechanische tijd. Bij de revoluties op technisch en economisch gebied, is er nu evenzo een omwenteling op het culturele en morele, op het ideologische terrein gekomen. Het leven wordt meer en meer beheerst door de techniek, niet alleen tijdens het arbeidsproces, doch ook en zélfs in de recreatie. Wij hebben thans massa-arbeid en massarecreatie en moeten er voor zorgen dat de techniek een middel blijft en niet een doel op zichzelf, anders zou het automatisch de dood van de cultuur kunnen betekenen.

De regering is zich ten hoogste bewust van haar verantwoordelijkheid in deze en heeft slechts in déze concessie verleend aan de Nederlandse Televisie Stichting."

Vooral die laatste zin moet onheilspellend dan wel geruststellend hebben geklonken: de regering waakt over de cultuur, en over de menselijke waardigheid te midden van deze revolutionaire, mechanische tijd. De angst voor de massa, en de massacultuur is in Nederland werkelijk vanaf de komst van de massamedia - tot de komst van internet - de belangrijkste angst geweest, groter dan de angst voor, om maar wat te noemen, Hitler Duitsland. Ik mag graag vertellen dat we de reactie van de Nederlandse overheden sinds 1895 - de komst van de film in Nederland - het beste kunnen verbeelden door het schilderij te laten zien dat de Noorse schilder Edvard Munch in datzelfde jaar maakte: 'De schreeuw'. En dat is existentiële angst, voor alles wat er gebeurt, buiten en in onszelf.

Dat we 'De Toverspiegel' niet meer kunnen zien is, is wel ironisch. Je hebt het over een instrument waarmee je over duizend mijlen kunt kijken, en je verdwijnt zelf direct na afloop in de vergetelheid. Geen beter bewijs dat Marshall McLuhan gelijk had in zijn befaamde boek uit 1964, 'Media Begrijpen', waarin hij zegt dat de inhoud van het nieuwe medium de inhoud van het oude medium is, in dit geval het toneel in het theater. Tot het nieuwe medium zijn eigen ik, zijn eigen functie, zijn eigen mogelijkheden, ontdekt en een nieuwe inhoud creëert.

Dat is ook de betekenis van 'medialogica'. In tegenstelling tot wat politici en wetenschappers beweren. Die bedoelen iets verderfelijks, namelijk iets met commercieel en politiek en entertainment. De werkelijke betekenis van 'medialogica' is dat elk medium zijn eigen logica, zijn eigen (on-)mogelijkheden heeft. Als je radio luistert, kun je niets zien, als je de krant leest, lees je letters en kun je foto's bekijken, je kunt het papier voelen, maar er beweegt niets.

Wat is dus de 'medialogica' van televisie? Dat is dat je hier kunt zien wat er tegelijkertijd elders in de wereld gebeurt. Dat gold destijds, en nu nog natuurlijk - ook voor 'De Toverspiegel' in de 'Prinses Irene studio' in Bussum, en die mensen in het land konden gewoon thuis blijven, of ergens heengaan - meestal café ¿ waar zo'n toestel stond, om het te zien.

Wat is het eigen 'ik' geworden van de televisie in Nederland? Dit: Nederlandse televisie. Laten we, om deze stelling te bewijzen, beginnen met de visioenen van de Amerikaanse televisiepioniers David Sarnoff, William S. Paley en Charles Jenkins. Sarnoff schreef in 1926 over televisie: "Het hele land zal deelnemen aan elke nationale processie. De houtvester zal het spel van expressie op het gezicht van een toonaangevend artiest kunnen volgen. Moeders zullen thuis lessen in kindverzorging kunnen volgen. Arbeiders zouden 's avonds op dezelfde wijze naar school kunnen gaan. Een wetenschapper kan zijn laatste uitvindingen demonstreren aan zijn collega's."

Zijn concurrent Paley zag tv louter als vermaaksmachine: "Visualiseer wereldkampioenschappen baseball, voetbal, auto- en paardenraces, verzonden op het moment dat ze plaats hebben op supersized, natural color, stereoscopische (theater)schermen." En Jenkins voorspelde: "Al in 1932 zullen de kiezers van Maine tot Californië de nieuwe president kunnen zien bij het uitspreken van zijn inaugurele rede."

Wat kunnen we hier, bijna een eeuw later, nog aan toevoegen? Niets.

Televisie is dit alles geworden. Maar niet in Nederland, dat wil zeggen niet als je Nederlanders vraagt wat zij nou leuk vonden in de afgelopen zestig jaar televisie. En dat heeft een of ander digitaal tv-kanaal dat 'Best24' heet gedaan, via sites als 'tvcanon' of 'tv60'. Blijkbaar voelen ze daar de bezuinigingen al aankomen en dachten ze dat ze 'iets' moesten doen. Tien jaar geleden, oktober 2001, was er geen 'tvcacon' of 'tv50'. Waarom niet? Omdat toen de werkelijkheid van 9/11 er tussen kwam, die we live konden volgen, via diezelfde televisie. Dat was zoals tv bedoeld was: spannend, rechtstreeks, en niet iets om in je kast te zetten zoals een boek, of een tv-canon.

Maar goed, nu is het zestig jaar, en de mensen hebben hun voorkeuren bekend gemaakt. En die zijn onthullend. Waarom? Omdat er nauwelijks verschil blijkt te bestaan tussen 60 jaar Nederlandse televisie en Madurodam dat op 2 juli volgend jaar zestig jaar bestaat. De kern: alles miniatuur, alles leuk en nostalgisch. Ofwel: televisie is, in de herinnering van de Nederlanders, helemaal geen 'venster op de wereld' maar een verzameling genoeglijke herinneringen aan de tijd 'toen alles nog leuk was', in Nederland dan.

Ik heb de lijst van zestig 'beste' programma's bekeken. En raakte in verwarring. Is dit mijn herinnering aan de afgelopen zestig jaar? No way.

Wat deze lijst bewijst is dat 'de Nederlander' de afgelopen zestig jaar thuis heeft gezeten, en de tv zag in de functie die deze, in Nederland, bleek te hebben: 'huiskamerkunst'. Nou ja kunst, huiskamervertier, of nog beter een bewegend zelfbeeld van de Nederlandse natie in een goed humeur. Ofwel: 'Pipo de Clown', 'Swiebertje', 'Voor de Vuist weg', 'Farce Majeure', 'De stille kracht' en 'Gooische Vrouwen', het Journaal - natuurlijk - en 'De Wereld Draait Door'.

Het opvallendste aan deze canon is dat het merendeel van de favoriete programma's niets, maar dan ook niets, met de werkelijkheid hebben te maken. Het is allemaal fictie of het zijn speciaal voor de tv opgevoerde toneelstukjes zoals een talkshow als 'Barend & Van Dorp'. Er is in deze 60 favorieten geen enkel live-programma te vinden - uitgezonderd sport ¿ waar die televisie dus voor was bedoeld. Bijna alle best of hadden we ook in het theater voor de oorlog kunnen bekijken, of op de radio kunnen beluisteren. Dat is onthullend over de betekenis van televisie in Nederland: geen toverspiegel maar een lachspiegel, of een spiegel zoals het spreekwoord zegt: iemand een spiegel voorhouden. We hebben blijkbaar al die jaren naar onszelf gekeken, in een flatterende spiegel, waarin we onszelf zagen, in onze beste verschijning, leuk, gezellig, beetje betrokken, en voetbalminnend.

Naast de oorlog en de Deltawerken heeft televisie onze natie één gemaakt, ook als het daarna - Hoepla! - weer verdeelde. Nederland werd door televisie één praatgemeenschap. Het omgekeerde van wat die tv ons beloofde ('venster op de wereld') is gebeurd: ook al zijn die slagbomen intussen verdwenen, televisie heeft de nationale grenzen hoger opgetrokken dan ooit ervoor. Het percentage Nederlanders dat kijkt naar BBC, ARD of Arte is verwaarloosbaar, alleen de Vlamingen, daar wordt nog wel eens naar gekeken. Ook door mij: lekker rustig beeld, geen geschreeuw, geen reclame. We kijken naar onszelf.

In 2003 bestond de Belgische tv 50 jaar, daar maakte men ook een canon. Wat staat daar op? 'Klein, Klein Kleuterke', 'Suske en Wiske', 'Kapitein Zeppos', 'Tienerklanken', 'Wij, Heren van Zichem', enzovoorts. Geen enkele overeenkomende titel met onze canon. Maar, één titel zag ik er tussen die in onze tv-canon nu wordt gemist: 'Spel zonder Grenzen'. Zelfs dit destijds razend populaire, pan-Europese programma komt in Nederland niet meer voor in de huidige TVCanon. Dit is internationaal, dus dat willen wij niet meer.

Ik moest, bij het doornemen van die canon, denken aan twee mensen, Nam June Paik en Hans Magnus Enzensberger.

Paik (1932-2006), Amerikaanse kunstenaar van Zuidkoreaanse afkomst, geldt als de uitvinder van de videokunst. Zijn misschien wel bekendste video - 'TV Buddha' - maakte hij bij toeval, om een lege ruimte te vullen in zijn galerie, begin jaren zeventig in New York. Hij pakte een Boeddhabeeld, zette er een videocamera tegenover, zodat Boeddha permanent keek naar zijn 'gevideoteepte' gelijkenis op het schermpje tegenover zich. Het werd direct een hit, misschien wel omdat hier de oosterse goddelijkheid oog in oog stond met de westerse media. Tijdens de kunsttentoonstelling 'Projekt '74' in Keulen, in 1974, nam Paik zelf de plaats in van dat Boeddhabeeld. Hiermee suggereerde hij dat de tegenstelling tussen die oosterse meditatieve wijsheid en de westerse technologie ook in zijn eigen persoon aanwezig was. Ik heb die installatie in het Stedelijk wel eens bekeken, toen het nog open was, dat zal net zo lang geleden zijn als 'De Toverspiegel' op tv was.

We kijken dus naar onszelf, niet naar de werkelijkheid, ook niet naar de werkelijkheid van ons leven. Want iedereen die die tv-canon bekijkt kan nostalgisch glimlachen: tja, was aardig, genoeglijk, maar wij zien, denk ik, ons eigen leven helemaal niet in die termen. Ja, het was een leuk decor, fijn behang, erg grappig zelfs, soms zelfs ontroerend, het is ons collectieve geheugen enzomeer. Maar als wij zelf aan de afgelopen zestig jaar denken, zien wij iets veel persoonlijkers, en iets wereldlijkers.

We zien, in het persoonlijke, jeugd, liefdes, verdriet, kinderen, werk, de eerste auto, de eerste skivakantie. We zien, ik althans, als het om Nederland & tv gaat, de watersnoodramp - ik was toen twintig dagen oud maar daarom juist - de moord op Kennedy, de landing op de maan, de autoloze zondag, de val van de Muur, de eerste Golfoorlog, en wat voetbal. De rest in die canon is genoeglijke bijzaak, ook al betekenden sommige programma's natuurlijk een blijvende schok. Maar typerend voor de nostalgie die uit de huidige tv-canon spreekt is dat niet alleen al deze wereldgebeurtenissen er niet in voorkomen, maar ook geen reconstructies ervan zoals 'De Bezetting' (1960-1965).

En dus sloeg Hans Magnus Enzensberger in de jaren tachtig al de spijker op zijn kop toen hij in een essay, in vertaling getiteld: 'Het Nulmedium of waarom alle geklaag over de tv zonder onderwerp is', schreef: we schakelen in om onszelf uit te schakelen. Al die theorieën over tv slaan nergens op, gaan namelijk allemaal uit van dader versus slachtoffer. Het omgekeerde is, zeker sinds de komst van de afstandsbediening, het geval: de kijker regeert. En wat regeert hij? Zijn eigen bewusteloosheid.

En tegen al die intellectuele klagers over de verderfelijkheid van televisie, zei hij: nou, het is een goedkope en elegante oplossing, vergeleken met alcohol en drugs.

Sterker: Enzensberger concludeerde dat televisie hypnotiseert en dus meditatie nadert, en dat de quasi-religieuze verering van het medium televisie zich gemakkelijk laat verklaren: 'De televisie is de boeddhistische machine'.

Laten we dit iets ruimer interpreteren. Televisie was, ook, een venster op de wereld, maar vooral een medium dat de groep het gevoel gaf een groep te zijn, en was, ook, een medium om zichzelf 'uit te schakelen'. Cultuurpessimist Daniel Boorstin schreef in 'The Image' (1962) dat de massacultuur vooral 'pseudo-events' creëerde, en dat 'de technologie dient om de werkelijkheid niet aan den lijve te ervaren'. Ik geloof hier niets van, we hebben nog steeds de werkelijkheid, en we hebben de televisie, en die kunnen tamelijk goed naast elkaar bestaan.

Waar Cals in 1951 voor waarschuwde, was een dystopie. Wat die Amerikaanse pioniers zagen was een utopie.

Utopie betekent 'nergens', of 'geen-plaats'. Het woord is vaak begrepen als 'goede plek', en dat komt door de verwarring over de eerste lettergreep. Men dacht dat die 'u' kwam van het Griekse eu, wat 'goed' betekent, net als in euforisch. Terwijl het van ou komt dat 'niet' betekent. Daarom had men ook het omgekeerde van zo'n 'goede plaats' nodig, de dystopie, van het Griekse dus wat 'moeilijk' of 'slecht' betekent. Om als een utopie te gelden moet de denkbeeldige plaats een uitdrukking zijn van verlangen. Een dystopie is een plaats die angst uitdrukt.

Omdat dit soort verhalen voortkomen uit verlangen en angst, hebben ze onze sympathie en aandacht. En iedereen wil wel eens een wereld waarin de mensen niet lijden, welgemanierder zijn, of zelfs gelukkig.

In utopieën én dystopieën zit iets gewelddadigs. Voor die nieuwe wereld - droom of nachtmerrie ¿ moet immers het oude worden vernietigd. De onderwerpen die het meest voorkomen in die paar duizend jaar utopieën en dystopieën zijn misdaad, erfelijkheid, overbevolking, gelijkheid, kinderen en ouders, opvoeding, inkomen, werk, pijn, geluk. Allemaal zaken waarover in de bestaande wereld grote verdeeldheid bestaat, en vaak ook binnen onszelf.

Wat is het doel van al die utopieën en hun nachtmerrievarianten? Dit, aldus Carey: 'het elimineren van echte mensen'. Zelfs als het geen bewust doel is, is het een onvermijdelijk gevolg van hun goede bedoelingen.

Cals, en al die utopisten van de afgelopen millennia, hadden een doel voor ogen: de betere mens, de betere maatschappij. Maar de televisie heeft niets aan de wereld veranderd. Bertolt Brecht heeft eens gezegd, al kan ik niet vinden waar, Hauptsache, es bewegt sich was ('Het belangrijkste is dat er iets beweegt'). Dat is televisie. En dat betekent voor de Nederlanders en hun tv: het is beter dan naar de muur kijken, we leren iets, we vermaken ons. Daarom kunnen we dat 'Venster op de wereld' voor Nederland misschien het beste samenvatten met een gedicht van diezelfde Brecht uit de begintijd van televisie (1954), 'Vergnügungen', over kleine geluksmomenten:

Vergnügungen

Der erste Blick aus dem Fenster am Morgen

Das wiedergefundene alte Buch

Begeisterte Gesichter

Schnee, der Wechsel der Jahreszeiten

Die Zeitung

Der Hund

Die Dialektik

Duschen, Schwimmen

Alte Musik

Bequeme Schuhe

Begreifen

Neue Musik

Schreiben, Pflanzen

Reisen

Singen

Freundlich sein.

Ofwel: in onze herinnering, en dus in onze huidige zingeving van verleden en heden, is televisie, toch dat venster, op die buitenwereld. Niet ver weg, maar om de hoek, waar we in werkelijkheid willen zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden