'We hadden onze topattractie goed verstopt'

Kunstmusea worden steeds inventiever in het trekken van nieuw publiek. Een van de voortrekkers is het Centraal Museum in Utrecht. De nieuwe directeur Pauline Terreehorst legt uit waarom ze de komende jaren zonder een cent extra subsidie 60000 extra bezoekers wil verwelkomen.

Altijd maar dat gepraat over geld als het het om kunst gaat, verzucht Pauline Terreehorst, de nieuwe directeur van het Centraal Museum in Utrecht. Natuurlijk moet kunst 'tot op de laatste euro' worden verantwoord. ,,En ik vind ook dat musea niet meteen om meer geld moeten vragen, maar er eerst alles aan moeten doen om het optimale rendement te halen uit hun gebouwen, collecties en medewerkers.“ Al dat gepraat over geld -of het nu gaat over de kosten van gebouwen, de waarde van kunstvoorwerpen of de inkomsten uit bezoekersaantallen- heeft de positie van de kunsten ook verzwakt. ,,We zouden daardoor haast vergeten dat het bij kunst om méér gaat dan alleen om geld.“

Terreehorst (1952), die op 1 augustus de naar museum Boijmans Van Beuningen vertrokken Sjarel Ex opvolgde als directeur, wil het daarom niet hebben over budgetten, of bezuinigingen, maar over ideeën. Ze barst van de voornemens en wordt daarin gesteund door haar medewerkers en het college van b. en w. Zo wil ze de komende vijf jaar het bezoekersaantal opvoeren van 100000 naar 160000 door nieuwe publieksgroepen aan te boren. Peuters, studenten, drukke dertigers, internationale bezoekers en inwoners van Utrecht krijgen daarbij speciale aandacht. Het museum gaat zich vooral richten op de eigen collectie met internationale toppers als de ontwerpen van Gerrit Rietveld, de schilderkunst van de Caravaggisten, de tekeningen van Dick Bruna, de kostuumcollectie, de verzameling hedendaags design en de meubels uit de 17de en 18de eeuw. Er komen speciale juniorexposities. Verder gaat het museum op zoek naar beschermheren en -vrouwen die een onderdeel langdurig willen steunen. Ook wil Terreehorst intensief gaan samenwerken met de universiteit.

Maar ook wil ze 1500 kunstwerken verkopen. Het AD/ Utrechts Nieuwsblad kopte de ochtend na haar presentatie: 'Centraal Museum houdt uitverkoop'. Terreehorst: ,,Zo ongenuanceerd! We zijn van plan om 1500 stukken af te stoten omdat die niet meer passen in onze collectie van in totaal 47000 stuks. Dat kun je toch geen uitverkoop noemen?“ Het is weer die focus op geld, als het om kunst gaat.

Terreehorst heeft na drie maanden haar draai al gevonden in het Centraal Museum, dat bekendstaat om zijn uiteenlopende collecties: oude kunst, moderne kunst, vormgeving en toegepaste kunst, stadsgeschiedenis en mode en kostuums. Die veelzijdigheid past wel bij een duizendpoot als zij is.

Pauline Terreehorst studeerde Neerlandistiek, met bijvakken kunstgeschiedenis en filosofie. Ze richtte het feministische filmcollectief Cinemien op en werd op haar 23ste hoofdredacteur van het filmblad Skrien. Ze werkte als universitair docent filmtheorie en opvoeringskunsten, schreef boeken over film, fotografie en de gevolgen van het informatietijdperk voor het dagelijkse leven en het gebruik van huizen. Daarnaast was ze jarenlang modejournalist voor de Volkskrant. Ook maakte ze tentoonstellingen over mode, fotografie en beeldende kunst en was ze adviseur bij grote bouwprojecten als de Zuidas in Amsterdam. Tussen de bedrijven door voedde ze ook nog vier kinderen op.

De afgelopen drie jaar was ze directeur van het Fashion Institute van de Hogeschool Amsterdam, een opleiding met 1300 studenten. Een paar jaar eerder was ze gestopt als modejournalist: ,,Ik had er geen zin meer in om een pr-medewerkster van Prada en Gucci te zijn. Maar het onderwijs is me niet goed bevallen. Ik vond dat geen ideale wereld. Toen mij werd gevraagd om te solliciteren op deze functie, hoefde ik niet lang na te denken.“

De baan kwam voor haar ook op een gunstig moment. ,,Ik ben nu 53, het opvoeden van mijn kinderen heb ik achter de rug.“ Tien jaar geleden had ze deze functie niet kunnen combineren met haar gezin, ,,Voor pubers moet je er gewoon zijn.“ Mede op grond van haar eigen ervaringen adviseert ze om jonge vrouwen zo snel mogelijk te laten doorstromen naar hoge posities. ..Als je op je 30ste al een bepaalde positie hebt, kun je er gemakkelijker tussenuit om kinderen te krijgen. Ik realiseer me dat het niet gebruikelijk is om jonge vrouwen snel promotie te laten maken. Het onderwijs is er ook niet op ingericht. Maar mijn generatie geeft ze ook de kans niet; we blijven hen als kinderen zien.“ Zelf wil ze als museumdirecteur jonge vrouwen die goed zijn, snel laten doorstromen.

Ze heeft meer voornemens die niet gebruikelijk zijn in de museumwereld. Terreehorst ziet veel dingen die slimmer en beter kunnen. ,,Ik vraag ook de hele dag: Waarom doen we dit zo?“ Een simpel voorbeeld: het wereldberoemde Rietveld Schröderhuis, dat deel uitmaakt van het Centraal Museum, is slecht bereikbaar. Met ingang van november gaat er een pendelbus rijden tussen het museum en het huis, en mensen hoeven niet meer te reserveren voor een bezoek. Terreehorst: ,,Ik verwacht dat dat op jaarbasis minstens 5000 extra bezoekers oplevert, en veel extra aandacht, ook in het buitenland.“

Door beschermheren en -vrouwen te zoeken (die bijvoorbeeld de Rietveld-collectie steunen) en 'bedrijfsvrienden' en bemiddelde particulieren te werven, wil de directeur het museum steviger verankeren in de Utrechtse gemeenschap. Deze constructie is geen alternatief voor de gemeentelijke ondersteuning, benadrukt Terreehorst. Maar het geeft wel meer rust, soliditeit en continuïteit voor de organisatie.

Van het Dick Brunahuis dat in februari wordt geopend, heeft Terreehorst hoge verwachtingen. Ze mikt op 30000 bezoekers per jaar, genoeg om de kosten te dekken. Niet alleen peuters en hun ouders worden daarmee een nieuwe doelgroep, het museum verwacht ook veel jonge Japanse vrouwelijke toeristen, op zoek naar de oorspronkelijke tekeningen van de in Japan razend populaire Nijntje.

Terreehorst wil zich vooral richten op de eigen collectie, maar dan wel getoond in een bredere maatschappelijke context. ,,In de modewereld heb ik geleerd dat er over de spijkerbroek wel vijftig verhalen te vertellen zijn voor een verschillend publiek. Dat wil ik ook in dit museum gaan doen. Bij het laten zien van wat we in huis hebben, zullen we steeds een relatie leggen met de wereld buiten het museum: de politiek, de wetenschap, zodat je ook duidelijk kunt maken waarom juist deze kunstwerken het waard zijn om te bewaren en te laten zien. We zijn per slot van rekening geen pretpark, maar een maatschappelijke instelling.“

Mensen moeten zich vooral kunnen verwonderen in het museum. In haar beleidsplan schrijft ze: ,,Het museum is geen school. Je komt er niet om te leren, je komt er om antwoorden te krijgen op vragen die je niet eens had gesteld. Je komt er om je te verwonderen over de mensen en de dingen, om nieuw inzicht te krijgen in het Ware, Goede en het Schone. In zoverre kan een museum van beeldende kunst zelfs zin geven aan het bestaan, doordat het nieuwe verbanden legt.“

Dat klinkt redelijk hoogdravend, maar in de praktijk komt het er simpel gezegd op neer dat Terreehorst wat vrijer en speelser met de gevestigde waarden in de kunstwereld wil omgaan. ,,Het verschil tussen hoge en lage kunst, waarover het zo dikwijls gaat in de kunstwereld, bestaat voor mij niet, waarschijnlijk omdat ik altijd te maken had met kunstdisciplines die zich moesten legitimeren, zoals film, mode, fotografie en nieuwe media.“

In het voorjaar komt er een expositie van foto's verzameld door Erik Kessels, wiens werk ze zeer bewondert. Een van haar favorieten is een foto van twee herten bij nacht in een bos. Hij siert de cover van haar beleidsplan. ,,Je ziet twee herten, maar als je weet dat dit een jachtgebied is waar de bewegingen van de dieren permanent worden gevolgd door camera's, ga je heel anders kijken naar deze foto. Kessels kijkt heel scherp en daardoor gaan wij ook anders, scherper kijken. Is dat kunst, deze foto? Die vraag zal ongetwijfeld aan de orde komen. Laat die discussie maar gevoerd worden. Daar zijn we voor.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden