We gaan van trauma naar kunst

Over de Tweede Wereldoorlog wordt nog altijd geschreven, maar op een andere manier. Het tijd perk van goed/fout en van trauma's lijkt voorbij. De oorlog wordt decor en onderwerp van humor en spot, zegt literatuur weten schapper prof. dr. Dick Schram.

Een getraumatiseerd individu heeft de mogelijkheid naar een psycho-analyticus te stappen, die hem helpt bij zijn confrontatie met het verleden. Een getraumatiseerde samenleving kan niet op de sofa gaan liggen. Maar die heeft zijn kunstenaars.

,,Je ziet dat taboes eerder in de literatuur aan bod komen dan in de maatschappij'', zegt literatuurwetenschapper prof.dr. Dick Schram. Schram, verbonden aan de Vrije Universiteit en aan de Universiteit Utrecht, onderzocht de de sporen die de Tweede Wereldoorlog heeft nagelaten -en nog nalaat- in de Nederlandse literatuur, in het kader van een project waaraan wetenschappers uit vijf Europese landen deelnamen.

De aandacht voor de Tweede Wereldoorlog in de Nederlandse literatuur is nooit verdwenen. Maar de manier waarop er over de oorlog wordt geschreven is in de afgelopen vijftig jaar sterk veranderd. In die veranderingen schuilen veel overeenkomsten tussen de Nederlandse en de Franse literatuur, zegt Schram: ,,Er heeft zich in beide landen eenzelfde omslag voorgedaan, in de jaren zestig. Tot die tijd dacht men sterk in goed/fout: wij waren slachtoffer van de Duitsers. Voor de holocaust was geen ruimte. Toen verscheen Pressers Ondergang (van de historicus Jacques Presser, over de vervolging van de Joden in de Tweede Wereldoorlog, SB), dat een heel ander licht op die periode wierp. Studenten kwamen in opstand en verweten hun ouders in de oorlog geen verzet te hebben geboden. De holocaust verschoof naar het centrum van de aandacht. Als je het nu over de oorlog hebt, heb je het over de holocaust. In de literatuur over ons verleden in Nederlands-Indië zie je momenteel overigens eenzelfde verschuiving.''

,,In Frankrijk was tot de jaren zestig de collaboratie van de regering Vichy met de Duitsers taboe. Er was alleen ruimte voor het Frankrijk van De Gaulle. En de Fransen zitten nog altijd, net als wij, met hun koloniale verleden.'' In Oostenrijk komt nu pas een omslag in het denken over de Tweede Wereldoorlog, zegt Schram. ,,Daar is de collaboratie heel erg weggemoffeld achter het beeld van de mooie Alpenrepubliek die door de Duitsers onder de voet was gelopen. De schrijver Thomas Bernhard schreef al in de jaren zestig dat het imago van Oostenrijk niet zuiver was. Ze hebben hem uitgespuugd.''

,,Literatuurwetenschapper Elrud Ibsch heeft onderzocht in hoeverre jongere Duitsers informatie over de oorlog krijgen via de literatuur en andere kunstvormen. Twee producties blijken veel te hebben losgemaakt: de televisiereeks Holocaust en de film Schindler's List. Jongeren gaan vragen stellen, wíllen ermee te maken hebben. Zij willen een analyse maken van de schuldvraag. Een kunstenaar als Kiefer was daar al veel eerder mee bezig. Die liet zichzelf fotograferen met de Hitler-groet. Wat wil hij daarmee zeggen, vraag je je af.''

In Nederland is schrijver en beeldend kunstenaar Armando voortdurend in de weer met het thema schuld en onschuld. Armando was een van de mensen die het denken in termen van goed en fout doorbrak, zegt Schram: ,,Na de Tweede Wereldoorlog droeg de literatuur uit dat we als één man achter het koningshuis stonden. Het verzet werd bejubeld.'' Theun de Vries' Het meisje met het rode haar uit 1956 over Hannie Schaft staat symbool voor de periode, vindt Schram: ,,Dat is eendimensionaal, zonder ondertoon dat het verzet ook minder mooie kanten had. Kort na de oorlog had je een stortvloed aan dergelijke boeken. Daarna viel het een beetje stil. Pas in 1967 verscheen De SS'ers, een reeks interviews van Hans Sleutelaar en Armando met Nederlandse vrijwilligers in de Tweede Wereldoorlog, waarin hun verhalen, zonder oordeel, waren opgenomen.'' De geïnterviewden toonden zich weinig berouwvol. Nederland reageerde geschokt.

Volgens Schram viel het boek uiteindelijk in vruchtbare aarde: ,,Halverwege de jaren zestig was het positief-ideologische denken verdwenen. Het was de tijd van het anarchisme en nihilisme. Begrippen als vaderlandsliefde hadden hun geldigheid verloren. Het was een heel onzekere periode. Nu zie je dat werk van de schilder Ophuis, waarin slachtoffers daders worden, door recensenten niet om ethische redenen wordt afgekeurd maar om esthetische.''

,,Wat mij intrigeert is de vraag: hoe vrij is de kunst? Leon de Winter legt de grens bij 'juiste' fictie in de holocaust. Fictie kan, maar moet wel binnen de historische context vallen. Je mag geen totaal verzonnen elementen toevoegen. Marcel Möring vindt juist dat je nu met iets spannends moet komen, omdat alle 'realistische' verhalen al geschreven zijn.''

,,Arjan Peeters van de Volkskrant reageerde op Marga Minco's Nagelaten dagen met: nou weten we het wel. Ik had het zelf toen ik Het geheim van Anna Enquist las, waarin haar vader als pianist blijkt te zijn weggevoerd. Is dat nou het geheim? Ik vond het een beetje goedkoop.''

,,Ik geloof dat het een nieuwe fase in de verwerking is. Is de oorlog nog wel een thema? Sommigen zeggen over Armando: Die heeft lekker zijn themaatje. Maar ook jonge schrijvers als H.M. van den Brink gebruiken de oorlog. Zijn roman Over het water heeft hij in oorlogstijd gesitueerd, als een spannend decor. Erwin Mortier heeft in 1999 een prachtige roman, Marcel, gepubliceerd over het onthullend besef dat iemand fout was. Het boek is mooi van taal en gaat over identiteitsontwikkeling. Het thema oorlog is daaraan ondergeschikt. Mijn stelling is: we gaan van trauma naar kunst.''

Een ander signaal dat we in een nieuwe fase zijn beland, ziet Schram in de ridiculisering van de manier waarop we met ons verleden omgaan; er wordt de spot gedreven met de beeldvorming. ,,Een voorbeeld is Eindelijk oorlog (1996) als parodie op 'nooit meer oorlog', en Red ons Maria Montanelli van Herman Koch, waarin de hoofdpersoon verzucht of de Beethovenbuurt alsjeblieft nóg een keer gebombardeerd kan worden om af te komen van al die vreselijke Zuid-typetjes.''

,,De Joodse kunstenaar Harry Visser zegt dat je overal je vraagtekens bij moet zetten. Dat Giphart het Achterhuis van Anne Frank belachelijk heeft gemaakt, vindt hij prima. Anne Frank is ook een bedrijf geworden. Bovendien is door de nadruk op het Achterhuis, haar dood in het kamp op de achtergrond geraakt. Laatst zag ik Paul de Leeuw in een van zijn films rondtollen op de boekenkastdeur van het Anne-Frankhuis. 'Jij durft', dacht ik nog, maar ik heb er niemand meer over gehoord.''

,,Oudere mensen vinden het vrije gebruik van de oorlog als thema vreselijk. Jongere generaties moeten hun eigen plaats opeisen. Als wetenschapper vind ik het interessant om te kijken waar de grens ligt. Persoonlijk vind ik dat de kunstenaar die zich zelf 'Willem' noemt te ver gaat met zijn seksueel geperverteerde fantasieën in concentratiekampen, maar ik zou het niet willen verbieden.''

Elf wetenschappers uit vijf Europese landen (Duitsland, Polen, Oostenrijk, Frankrijk en Nederland) hebben zich de afgelopen jaren gebogen over de verwerking van de Tweede Wereldoorlog in literatuur en beeldende kunst. De resultaten van het project werden vorig jaar gepresenteerd op een symposium van de stichting Kunst en Samenleving en zijn nu gebundeld in 'Die Verarbeitung des Zweiten Weltkriegs in der zeitgenössischen Literatur und Kunst: fünf Europüische Perspektiven' (in het Duits en het Engels) is uitgebracht door uitgeverij Silke Schreiber in München.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden