WE GAAN ONS VERVELEN

De commercie heeft op tal van maatschappelijke terreinen een hoofdrol voor zichzelf opgeëist en dat ging onder meer ten koste van de inbreng van de politiek. De socioloog J. J. A. van Doorn laat zich er niet over uit of dat 'erg' is. Maar om nou te zeggen dat we er een boeiende maatschappij aan overhouden, nee. De vraaggesprekken met Van der Zwan, Donner en De Vries stonden in ZENZ van 1 en 22 maart en 12 april.

Het financieringskapitaal heeft de macht naar zich toe getrokken, wat niet verwonderlijk is in een wereld waarin de omvang van de geldhandel is uitgedijd tot het twintigvoudige van de waarde van de goederen- en dienstenproductie. De dominantie van het internationale kapitaal, dat zich aan geen grens gebonden weet en overal op de wereld de meest rendabele bestemming zoekt, heeft volgens Jacques van Doorn de invloed van de nationale staat en de politiek ondergraven. De markt, niet de politiek heeft het primaat.

De emeritus hoogleraar sociologie in Rotterdam neemt waar dat in het voetspoor van deze ontwikkeling de maatschappelijke waardering van het kapitalisme is omgeslagen. “Zo'n explosie als nu op de beurzen zou dertig jaar geleden onacceptabel zijn geweest. Men zou zoiets schandalig hebben gevonden. Ik herinner me een anekdote van topman Kuin van Unilever. Een kennis van hem moest zich destijds op feestjes excuseren dat hij een onderneming leidde. Ja, maar we maken al jaren geen winst, zei hij dan. Oh, maar dat verandert de zaak, luidde de reactie, dan is het goed.”

Volgens Van Doorn heeft de veranderde maatschappelijke omgeving waarin de commercie al het andere is gaan overheersen, haar weerslag op de rol van de politiek. De overheid, de politieke partijen en de publieke instituties lijden aan functie- en statusverlies, nu de markt zich steeds verder opdringt.

Het is daarom een illusie dat de politiek het primaat kan heroveren: “Het is de economie die de eerste plaats in ons maatschappelijk bestel bezet. De commercie en het commerciële denken dringen door in de overheidssector en in instituties en gebieden die er voorheen redelijk vrij van waren, zoals het onderwijs, de wetenschapsbeoefening, de sport en de media. Terwijl gedurende lange tijd de staat in de economische sfeer wist door te dringen, penetreert momenteel het economisch motief in het domein van de overheid.”

Van Doorn schreef dat onlangs in Liberaal Reveil, het blad van het wetenschappelijk bureau van de VVD. Van Doorn, een sympathisant van de VVD, signaleerde in dat stuk dat de overgang van de industriële naar de commerciële maatschappij een malaise in de politiek heeft veroorzaakt. Het industriële tijdperk was ook het tijdperk van de politiek. Naarmate de tegenstellingen tussen de bezittende klasse en de arbeiders door de opkomende industrie scherper werden, mobiliseerden bewegingen als het liberalisme, de christen-democratie en het socialisme meer aanhang, met hun ideologieën waarin noties als arbeid, productiviteit en zeggenschap over de onderneming een hoofdrol speelden. Ondanks hun verschillen kenden alle partijen, de een meer dan de ander, aan de overheid een sturende rol toe in de sociaal-economische orde, zeker sinds de crisis van de jaren dertig.

Dankzij de komst van de consumptiemaatschappij, waarin een brede, welvarende en tevreden middenklasse opstond, zijn de maatschappelijke tegenstellingen vervaagd, met het gevolg dat de politiek aan belang heeft ingeboet en het initiatief uit handen heeft moeten geven aan de markt. “De consumptiemaatschappij kent geen klasse-achtige, collectieve tegenstellingen en mist de maatschappelijke conflictstof die politieke partijen in beweging kan brengen en de overheid tot interventie dwingt”, schrijft Van Doorn. “Kortom, de integratie van de samenleving berust tegenwoordig op miljoenenvoudige interacties in de consumptieve sfeer die tezamen een sociaal-pacificerende capaciteit bezitten waaraan geen politiek systeem kan tippen. Daarom staat de politiek terzijde.”

In het Haagse hotel Des Indes geeft Van Doorn een toelichting op zijn betoog. “De middenklasse heeft tegenwoordig geld over. Zij laat het geld rollen. Nee, niet pronkzuchtig. Het wordt niet barok. De mensen leven er goed van en besteden hun geld aan een beter huis, een betere auto of, inderdaad, aan opties op aandelen. De situatie doet me denken aan Den Uyl. Hij zei destijds, in navolging van John Kenneth Galbraith, dat in de moderne maatschappij publieke armoede tegenover private rijkdom komt te staan. Dat is zo. De banken en bedrijven bezitten honderden miljarden, de staat dient kleiner en kleiner te worden en zoveel mogelijk taken af te stoten.”

Van Doorn heeft geen andere bedoeling dan de feitelijke stand van zaken te beschrijven. De liberale socioloog past voor ethische oordelen over zijn waarnemingen. Op de vraag of hij de machtsverplaatsing van politiek naar markt 'erg' vindt, zegt hij: “Of ik iets erg vind of niet, is irrelevant. Daar houd ik mij niet zo mee bezig. Ik meen wel dat in een samenleving altijd evenwicht moet heersen. Tussen overheid en markt, tussen publieke en private diensten.”

“Ik vind het in dat opzicht griezelig dat het grote geld greep krijgt op de cultuur, de sport, de gezondheidszorg. Kijk, in theorie is alles naar de markt over te hevelen. Honderdvijftig jaar geleden betaalden de studenten de hoogleraren nog, per college. Het andere uiterste vond je aan het begin van deze eeuw bij marxistische socialisten als Wibaut en Frank van der Goes, volgens wie het kapitalisme een vorm van verspilling was. Al in die tijd schamperden zij over de uit de hand gelopen praktijk van handelsreizigers die de meest idiote dingen over de aarde sleepten. Hun oplossing hield in, dat de overheid bepaalde wat nodig was en dit vervolgens ook leverde. In de socialistische utopieën was tot in details uitgewerkt hoe de consumenten in de staatsmagazijnen alles konden inslaan wat ze nodig hadden.”

“De socialisten gingen destijds heel ver in hun idee dat alles wat op de wereld gebeurde, beheersbaar en voorspelbaar was. Ze hadden daartoe een heel stelsel van criteria aan de hand waarvan ze de gebeurtenissen beoordeelden. Om een gek voorbeeld te noemen: de Duitse socialisten kozen in de Boerenoorlog in Zuid-Afrika uiteindelijk partij voor de Britten. Waarom? De Britten, redeneerden ze, zouden in Zuid-Afrika het kapitalisme introduceren. Dat betekende volgens de socialistische logica over de loop der geschiedenis dat daar uiteindelijk het socialisme zou zegevieren.”

“Een door de overheid geleide economie werkt eenvormigheid in de hand. Vroeger waren alle telefoons van het staatsbedrijf PTT van die zwarte, lompe dingen. Nu kun je de meest idiote telefoons kopen. Ik weet niet of dat goed of slecht is. De mensen kopen ze toch? De politiek kan moeilijk bezwaar maken. Het schijnt dat tegenwoordig jaarlijks zo'n 10 000 mensen de Kilimanjaro beklimmen. Die berg mag naar de donder gaan, de mensen in Afrika varen er dankzij al dat geld van de toeristen wel bij.”

“We hebben het geld, de techniek en de tijd om allerlei activiteiten te ontplooien. We zijn initiatiefrijk. Dat is allemaal prachtig. Het resultaat is dat we na de Ardennen en Florence nu naar Kenia reizen en wellicht over enige tijd naar de maan. Heeft dat zin? Ik kan het u niet zeggen. Inderdaad, het is een hedonistische maatschappij. De mensen besteden veel geld aan rotzooi. Toch kan ik daar moeilijk iets tegenin brengen. Moreel gezien is het een stap vooruit noch achteruit. Je kunt er hooguit uit esthetisch oogpunt iets van vinden.”

Hij bestrijdt dat de toegenomen invloed van de markt op de sociale zekerheid de dragende gedachte van solidariteit zal ondergraven. De solidariteit zit in de mensen zelf, ongeacht de vorm van het sociale-zekerheidsstelsel. Van Doorn: “De discussie over sociale zekerheid heeft geen ideologische achtergrond meer. De verzorgingsstaat moet je zien als een noodoplossing. Dat zag Jan Pen al in de jaren zestig. Volgens hem was het een armoedeverschijnsel dat de overheid garant stond voor de sociale zekerheid. Dat gaf in zijn visie aan dat de mensen zelf niet rijk genoeg waren om zich te redden. Hij voorspelde dat zij binnen enkele tientallen jaren wel genoeg geld zouden hebben, bij voortgaande economische groei.”

“Ook in zijn ogen was de verzorgingsstaat dus een tijdelijke oplossing. Het is niet zo dat de bereidheid tot solidariteit tegenwoordig weg is. De mensen zijn niet egoïstischer dan vroeger. Het verschil is dat er nu geen reden is solidariteit te betrachten.”

Van Doorn zegt zich daarom niet te herkennen in de nostalgie van de PvdA'er Arie van der Zwan naar de tijd van de wederopbouw. Van der Zwan herinnert zich, zei hij in deze krant, hoe de Nederlanders zich in die jaren dankzij de gezamenlijke opdracht tot soberheid met elkaar verbonden voelden. “De situatie was toen heel anders dan nu. We leefden in een knusse maatschappij, met een gezamenlijke opdracht. We stuurden destijds nog de commissie tot opvoering van de productiviteit naar de Verenigde Staten om te kijken hoe het moest. Het was in die omstandigheden logisch dat je voor de anderen opkwam. Bij die tijd hoorden ook sociale ondernemers en een Ser-voorzitter als De Pous. Zeker, die jaren hadden iets aantrekkelijks. Het was een harmonische samenleving. Een maatschappij zoals de christen-democraten haar wensen. Toch vind ik het een volkomen academische vraag hoe de sociale cohesie van die tijd kan worden hersteld. Het is echt niet zo dat de bereidheid tot solidariteit nu weg is. Zodra ons opnieuw een nationale ramp overkomt, zoals destijds de Tweede Wereldoorlog, is de solidariteit tussen mensen onmiddellijk terug. Dat is de menselijke aard.”

Als hij dan toch een waarde-oordeel over deze maatschappij moet vellen: “Tsja... het is een beetje goedkoop, een beetje vrijblijvend. Geen boeiende maatschappij. Daar staat tegenover dat we in de eerste helft van deze eeuw zijn gebombardeerd met hooggestemde idealen, die collectief moesten worden gerealiseerd. Veel daarvan is fataal afgelopen. Met de val van de Muur, de ineenstorting van het communisme, is het laatste alternatief verdwenen. Als je links en idealistisch was, kon je steeds zeggen dat het hier niet allemaal deugde, dat het ook anders kon. Sinds 1989 kan dat niet meer.”

We zullen het dus moeten doen met het kapitalisme, dat in deze eeuw uiteindelijk heeft gezegevierd. De vraag, die we eerder voorlegden aan de PvdA'ers Arie van der Zwan (decaan van Nijenrode) en Klaas de Vries (Ser-voorzitter) en de CDA'er J. P. H. Donner (voorzitter van de Wetenschappelijke raad voor het regeringsbeleid) is wat dat voor onze samenleving betekent en of en hoe we dat kapitalisme moeten beteugelen.* Van Doorn: “We zullen ons moeten verdiepen in de toekomst van een maatschappij die totaal is geëconomiseerd. Eerder deze eeuw was alles gepolitiseerd, in de jaren zestig strekte dat zich zelfs uit tot het gezin en de seks. Nu is alles economisch. Het minste wat je daarvan kunt zeggen is dat het erg eenzijdig is, saai. We gaan ons vervelen.”

Hij heeft geen probleem met de centrale rol die het bedrijfsleven in de samenleving speelt. Nochtans mag zij niet dominerend worden. “Anders kom je bij een nieuw totalitarisme uit. Dominantie van de religie leidt tot fundamentalisme, dominantie van de politiek tot totalitarisme.” Hoe valt dat te voorkomen? “Ik heb wel eens geprobeerd de samenleving te zien als een combinatie van verschillende sectoren die elk hun eigen normen, waarden en logica hebben, afhankelijk van hun eigenaardigheden. Ik ben ervan overtuigd dat de samenleving als geheel erbij gebaat is als je die sectoren in hun waarde laat. In de jaren zestig moest alles worden gedemocratiseerd, tot en met het leger toe. Maar uitgerekend daar kan het niet, net zomin als het in een bedrijf helemaal kan. Je hebt een uitermate autoritair leger nodig om de democratie te beschermen. Kijk naar de Spaanse burgeroorlog. De anarchisten met hun democratisch georganiseerde leger legden het af tegen de gedisciplineerde troepen van Franco. Je moet de eigenaardigheden van elke kring intact laten en niet overal dezelfde norm willen opleggen.”

Van Doorn beaamt dat zijn beeld van sectoren verwant is aan Abraham Kuypers 'soevereiniteit in eigen kring' en het corporatisme. Hij is nog niet uitgekauwd op de vraag wie die soevereiniteit moet waarborgen. “Niet de staat. Het valt me op dat Van der Zwan zo sterk terugvalt op de nationale staat. Als je het over Europa of global economy hebt, is de staat niet interessant. Wij zetten de staat nog te veel op een voetstuk. We moeten er vanaf de politiek in het centrum te plaatsen. Net als het kerkelijk leven, het leger, het onderwijs is het maar een van de sectoren met een bepaalde functie.”

De universiteit is een terrein waarop het primaat van de economie zijn invloed steeds meer doet gelden. Het technologisch onderzoek is net zo onomstreden als de technische en kunde-opleidingen. Zowel de overheid als het bedrijfsleven geeft er steun aan. Maar de universiteit als het cultureel bolwerk staat onder groeiende druk, is zijn waarneming.

“Moeten we nog aandacht besteden aan de Finse literatuur? Moeten we instituten in stand houden die Goethe en Schiller bestuderen? Waarom eigenlijk? Wat is het belang? Je kunt je zeker afvragen wat de morele betekenis is van cultuur. Ik lees momenteel Faust. Een raar verhaal eigenlijk, na een bladzijde tekst moet je honderd regels toelichting lezen, anders snap je er niks van. Maar het valt me op hoeveel gezegden en uitdrukkingen eraan ontleend zijn. De Duitsers kenden het van buiten. Toch hebben ze concentratiekampen gebouwd en de grootste catastrofe uit de geschiedenis aangericht. Misschien kunnen we wel buiten kunst en literatuur en moet je hooguit zeggen: schaf het niet af. Kees Fens meent dat de literatuur tot iedere prijs moet worden beschermd. Is dat zo? De mensen worden er niet moreel beter van. Waren de Duitsers meer hoogstaand? Nee.”

Bewijzen de boekverbrandingen van de nazi's niet het gelijk van Fens? Hij wil er niet aan. “De nazi's waren in het algemeen gesproken niet anti-kunst, anti-cultuur. In geen andere tijd is Shakespeare zo vaak opgevoerd als in de nazi-tijd. Denkers als Nietzsche en Heidegger stonden in hoog aanzien. Ze hadden een grote bewondering voor de klassieke kunst. In Rusland zijn ze verder gegaan. Daar hebben ze alles in de grond getrapt. Fens zegt dat cultuur een belang op zichzelf is, een uitingsvorm van mensen die virtuoos, ontroerend of schokkend kan zijn. Je kunt dus zeggen: laat ze hun gang maar gaan, er blijven altijd een paar sublieme dingen over. Maar wat moet je als minister van onderwijs? Je kunt zeggen: er is creativiteit, verbeelding, schoonheid, dat moet worden beschermd. Maar moet je bevorderen dat de Chinese of Peruaanse literatuur wordt ontsloten?”

“De overheid kan nog wel wát doen, ze is niet helemaal machteloos. Maar als je ziet hoe de economie zich ontwikkelt... Dat is zo'n enorme macht die over de grenzen heen gaat. Is de democratie op grote schaal nog te handhaven? Kan een Europees parlement op Europese schaal hetzelfde als een nationaal parlement, of moet je vrezen voor Amerikaanse toestanden waarbij ieder senaatslid te koop is? Als je zag hoe Reagan in zijn eerste jaar als president steun kocht voor een lastenverlichting van 150 miljard dollar... wat een gescharrel. Iedere deskundige waarschuwde dat als het begrotingstekort zo werd opgedreven, het land naar de knoppen zou gaan. Maar het was een succes. De economie kreeg een stoot. Reagan was na twee jaar een gevierd man.”

Wat is in een maatschappij waarin de commercie dominant is nog de rol van de politiek? Van Doorn komt uit op de klassieke taken van de overheid: “Voor de overheid blijven bureaucratisch-organisatorische taken over in de sfeer van defensie, criminaliteitsbestrijding en zorg voor de infrastructuur. Sociaal-democraten als Banning en Vorrink waren nog geweldig diepzinnig bezig met de vormgeving van de maatschappij. Dat is nu helemaal weg. Het gaat er nu om dat de maatschappelijke machine zo glad mogelijk loopt. Een nuttige bezigheid. Maar het heeft nauwelijks te maken met politiek.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden