’We gaan nu naar etnisch ondernemerschap 2.0’

Het gaat goed met migranten in de Nederlandse economie, vindt Ewald Engelen. Vandaag houdt Engelen zijn oratie als hoogleraar Etnisch ondernemerschap, een leerstoel die werkgeversorganisatie VNO-NCW één dag in de week bekostigt aan de Universiteit van Amsterdam. Met VNO ziet Engelen dat er relatief veel allochtonen als zelfstandig ondernemer de markt op gaan. Niet alleen omdat ze werkloos zijn en geen andere keuze hebben, maar ook als ’positieve keuze’: zij – vaak de derdegeneratie-migranten – hebben als ondernemer Nederland ook echt wat te bieden.

„Van het etnisch ondernemerschap 1.0 gaan we naar 2.0”, zegt Engelen. „Wij stellen ons de allochtone onderneming nog vaak voor als een snackbar, een zaak met weinig toegevoegde waarde, niet echt professioneel of rendabel en op een markt waarop het makkelijk toetreden is. Maar dat begint te veranderen. De allochtone ondernemer 2.0 werkt vaak in de dienstverlening, speelt in op kansen in een postindustriële stad met een goed restaurant of een veelzijdige supermarkt, creëert veel toegevoegde waarde en werkt professioneel.”

Desondanks wil het beeld van het marginale etnisch ondernemerschap maar niet verdwijnen. VNO geeft toe: het aantal faillissementen onder allochtonen is hoger dan onder autochtonen. En het is lang niet altijd een positieve keuze om een eigen zaak te beginnen: de werkloosheid onder allochtonen is 11 procent, tegenover 4 procent onder autochtonen. Vorig jaar liet de PVV de kosten van de naoorlogse migratie door onderzoekbureau Nyfer berekenen: niet-westerse migranten kosten de schatkist 7,2 miljard euro per jaar.

Dat neemt niet weg dat Engelen de toekomst van het etnisch ondernemerschap rooskleurig inziet. Zo hoog is dat werkloosheidscijfer ook niet als je het vergelijkt met allochtonen in andere landen, vindt hij. Bovendien moeten we geduld hebben: „Er zijn drie generaties nodig om volwaardig te kunnen meedoen op de markt. Als we na 2020 gaan kijken, zullen de kosten er heel anders uitzien. We gaan meer rendement uit de allochtonen halen.”

Nederland zou volgens Engelen ondertussen wel wat kunnen verbeteren aan de economie om allochtonen makkelijker te laten meedoen. Hij vindt dat je opleidingen weer beter zou moeten kunnen ’stapelen’. Dat is voordelig voor allochtone jongeren, die nu relatief vaak blijven steken op vmbo- of mbo-niveau. Volgens Engelen is dat de belangrijkste oorzaak van de hoge werkloosheid onder allochtonen: het cijfer wordt opgestuwd door de vele laagopgeleide jongeren die lijden onder de jeugdwerkloosheid.

Het politieke klimaat is er nu misschien niet naar, maar Engelen bepleit open grenzen. „Heel Europa vergrijst. Wij kunnen onze arbeidsmarkt niet vullen met jongeren uit andere lidstaten. Hooguit als we het jonge Turkije zouden toelaten tot de EU. We hebben ook mensen nodig uit bijvoorbeeld het islamitische Oost-Afrika, waar geboorteoverschotten te verwachten zijn.”

De nieuwkomers moeten verwelkomd worden als wereldburgers, niet als uitvreters, vindt Engelen. Om te voorkomen dat zij een beroep gaan doen op de Nederlandse sociale zekerheid, stelt Engelen voor om hen een aspirant-burgerschap aan te bieden. „Dat betekent dat migranten bijvoorbeeld de eerste vijf jaar van hun verblijf geen recht hebben op een uitkering. Pas als zij zich vijf jaar hebben ’inverdiend’ op de Nederlandse arbeidsmarkt, beginnen ze rechten op te bouwen. Verder stel ik voor om de verantwoordelijkheid van de staat voor sociale zekerheid op te heffen. Alleen onderwijs, zorg en armoedebestrijding zijn nog overheidstaken. Sociale zekerheid en werkgelegenheid moeten helemaal door de markt worden geregeld.”

Maar moeten we dan onder druk van de migranten onze verzorgingsstaat opgeven? „Niet alleen onder druk van de migranten. Ook autochtonen kiezen vaker voor zelfstandigheid of het zzp-schap, en daarmee voor onzekerheid in pensioen en verzekeringen. Op een globaliserende arbeidsmarkt kan dat niet anders. Daaraan moet je je aanpassen.”

'Pas als zij zich vijf jaar hebben 'inverdiend' op de arbeidsmarkt, bouwen ze rechten op.' (FOTO PATRICK POST)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden