Essay

We factchecken de cultuur kapot

Filosoof Coen Simon: "We kunnen niet alleen niet meer van de ander op aan, ook de ‘harde feiten’ bieden weinig steun."Beeld Maartje Geels

Wat we moeten denken van cultuuruitingen, of wat de lach van Mona Lisa betekent: de wetenschap biedt uitkomst. Maar niet heus.

In 1995 parkeert een kleine sportjeep met pushbar op de stoep van een boekhandel gevestigd in een monumentaal stadspand. Twee mannen in felgekleurde synthetische joggingpakken lopen intimderend snel langs hoge wanden vol boeken naar de eigenaresse achter in de winkel - op de achtergrond het barokke geluid van een dwarsfluitsonate.

Het is een van de bekendere scènes uit het satirische tv-programma ‘Jiskefet’. Johnny is met Willie op zoek naar een boek voor z'n vriendin en legt in onversneden Amsterdams uit waar zij van houdt: “Kijk, het moet een boek zijn dat iemand op zoek is ergens naartoe, ja?!” Hier kan het nog om een Bouquetreeks gaan, maar dan vergissen we ons in Johnny en z’n vriendin. 

“Die thematiek die ga je vollugen tot halverwege het boek en dan raak je in verwarring, dat je als het ware op twee benen gezet wordt, en in dat middenstuk moeten twee lagen zitten, dat mogen er ook drie zijn dat maakt niet zoveel uit. Maar wat wel een heleboel uitmaakt is dat er een open einde aan zit, een O-PUH EIN-DUH, ja?” De eigenaresse laat het hoofd schuchter hangen boven haar zijden blouse met wollen vest. “Kijken!”, roept Johnny haar toe. “Dat is wel beleefd als mensen tegen je praten, dat je blijft kijken!”

De ongemakkelijke absurditeit van de laaggeschoolde Johnny die de hoge cultuur de les leest is nog even lachwekkend als 22 jaar geleden, toch is de satire gedateerd. In de jaren negentig werd er weliswaar door filosofen al volop beweerd dat het onderscheid tussen hoge en lage cultuur niet meer bestond, maar met terugwerkende kracht kunnen we zien dat de clash die hier wordt uitgespeeld alleen mogelijk was omdat die tweedeling maatschappelijk wel degelijk nog sterk aanwezig was.

Tekst loopt door onder afbeelding. 

BedroefdBeeld RV

Filterbubbel

Dat is inmiddels wel anders. Ook al leven we digitaal in een zogeheten filterbubbel en lezen, liken en sharen we binnen het beperkte domein van gelijkgezinden, we zien op onze timeline een pluriformiteit aan cultuur langskomen, van de racistische beerput tot petities om geëngageerd toneel te redden. Bovendien heeft de informalisering waarover Norbert Elias schreef in ‘Het civilisatieproces’ (1939) nog verder doorgezet: je toekomst wordt steeds minder bepaald door je (culturele) afkomst. 

Je kunt daadwerkelijk vaker doen wat je wilt. Bakkerszoons worden niet sowieso bakker, en Johnny’s blijven niet sowieso Johnny’s. Uiterlijk en vorm verraden steeds minder over je opleiding en politieke voorkeur. We kijken er zelfs nauwelijks nog van op dat de getatoeëerde en gepiercete Johnny de Mol, die werd grootgebracht in een VVD-nest, een belangrijke rol speelde in de campagne voor Groen Links.

Dat klinkt heel mooi, maar de combinatie van informalisering en informatisering betekent de facto meer ongemak in het publieke domein. Het voordeel van de tweedeling tussen hoge en lage cultuur was dat we in de meest uiteenlopende situaties wisten wat we moesten vinden, in esthetisch, ethisch, politiek en wetenschappelijk opzicht. 

Tekst loopt door onder afbeelding. 

VerlegenBeeld RV

Ironisch

Nu de Johnny’s overal kunnen opduiken, en dat ook doen, bevinden we ons voortdurend in situaties waarin we naar elkaars achtergrond moeten gissen en niet zeker weten of we wel dezelfde taal spreken. “Er zijn geen middelen meer om vast te stellen of een bepaalde opmerking ironisch bedoeld was of niet”, schrijft de Duitse filosoof Boris Groys (1947), “omdat wij in onze pluralistische samenleving geen enkele mening op voorhand als niet-serieus kunnen classificeren. 

Zo geeft men er de voorkeur aan om ook bij een overduidelijk absurde opmerking serieus te blijven om de spreker niet te beledigen, mocht de ander het wel degelijk hebben gemeend. Pas als de spreker verzekert dat zijn opmerking ironisch bedoeld was, begint men te lachen - deze keer om de spreker niet voor de tweede keer te beledigen door een ernstige gezichtsuitdrukking.”

Deze observatie deed Groys overigens in 1995. Dat is niet alleen nog voor het werelde wijde web met zijn sociale media, maar zelfs nog voordat we in Nederland de discussie hadden over het ironieteken. Moest er niet een teken aan onze interpunctie worden toegevoegd, waardoor we gemakkelijker ironie zouden herkennen? Er werd lacherig over gedaan en zoals we allemaal weten is het teken er niet gekomen. Nee, inderdaad dat ene teken niet, maar wel duizenden andere, de emoji’s, die met knipogen, lachebekjes en tranen, de dubbelzinnige, vrolijke of verdrietige betekenislagen in een zin moeten bijstaan.

Zo’n olijk symbooltje is niet zomaar een grappig gadget bij een nieuwe technologie. De productie van dit soort tekens wordt mogelijk gemaakt door de ontwikkeling waarin we steeds minder houvast hebben om elkaar te begrijpen. Ze moeten spraakverwarring voorkomen.

Tekst loopt door onder afbeelding. 

VrolijkBeeld RV

Knappe vervalsing

Toen onlangs NRC-redacteur en kunstkenner Arjen Ribbens op Radio 1 werd geïnterviewd over zijn onfortuinlijke aankoop van een prijzige, vervalste oude meester was deze culturele spraakverwarring ook weer hoorbaar. Ribbens dacht bij Christie’s in Londen een zeventiende-eeuws bloemstilleven te hebben aangeschaft, maar het doek bleek een bijzonder knappe vervalsing van niet meer dan vijf jaar oud. 

Als de restaurateur er niet was achter gekomen, ‘had ik er tot mijn dood van genoten’, verzekerde Ribbens de interviewer Patrick Lodiers, die daardoor op een even naïef als oprecht idee werd gebracht: “Maar het blijft toch een prachtig schilderij?” Ribbens valt even stil - je hoort hem denken: hoe leg ik dit aan Johnny uit? - maar hij komt ook niet verder dan: “Zeker, maar een schilderij dat vroeg eenentwintigste-eeuws is hoeft geen 14.000 euro te kosten.”

Lodiers lacht instemmend, vraagt niet verder, maar je hoort dat hij het niet snapt. Dat kan ook niet, want niemand snapt het. Het door Ribbens zo begeerde bloemstilleven is geen spat veranderd, en toch is het na geavanceerd natuurwetenschappelijk onderzoek nooit meer wat het geweest is.

Hier trappen we de tijdgeest op zijn staart. We kunnen niet alleen niet meer van de ander op aan, ook de ‘harde feiten’ bieden weinig steun. Niet voor niets factchecken we ons een ongeluk, want de schijn is overal: verkiezingen worden gehackt, in de sport is er doping en matchfixing, er is fake news, iedereen kan fotoshoppen, er is onbegrepen ironie, er zijn alternatieve feiten, algoritmes die ons zoekgedrag sturen en onze kinderen leren we dat de chatberichtjes van ‘Nina (9)’ ook best van een man van 38 kunnen zijn.

Tekst loopt door onder afbeelding. 

JaloersBeeld RV

Oordeelsvorming

Hoe vormen we nu een mening te midden van zoveel schijn? Factchecken lijkt dan misschien een uitkomst, maar de meeste zaken in het leven laten zich niet checken. Niet omdat de waarheid soms zo lastig is te achterhalen - dat ook - maar vooral omdat het in oordeelsvorming veel vaker niet over waarheid gaat. Want niet alleen de schoonheid van een vervalsing wordt op wetenschappelijke wijze om zeep geholpen, ook authentieke meesterwerken worden kapotgecheckt door de wetenschap.

“Mona Lisa’s lach ontraadseld”, kopten verschillende nieuwssites onlangs. “Wetenschap wijst uit dat ze blij is.” Zulke ‘feiten’ zorgen ervoor dat we ons eigen oordeel niet meer vertrouwen. We dachten misschien eeuwenlang dat de glimlach van Mona Lisa iets geheimzinnigs had, maar dat is dus niet zo. Wat we verder nog vinden van kunst en cultuur kunnen we dan beter ook maar opschorten tot de waarheid daarvan door de wetenschap boven tafel is gehaald. (Dit is overigens een ironische opmerking, ik zeg het er maar even bij!)

Door voorrang te geven aan het waarheidsoordeel boven alle andere oordeelsvormen loopt de cultuur het gevaar kapotgecheckt te worden. We wisten al niet meer wat we moesten vinden, door de overvloedige productie van culturele artefacten en uitingen, en door de vele subcultuurtjes met eigen codes en opvattingen. Nu we ook niet meer zelf oordeelsbekwaam worden geacht wordt het nog moeilijker. De bindende functie van cultuur boet daarmee aan kracht in: er bestaat steeds minder gezamenlijke herkenning in gebruiken, rituelen en vormen.

Volgens Groys betekent dat politiek en maatschappelijk dat ‘ideologie wordt vervangen door de tautologie’. Bij gebrek aan gemeenschapszin op basis van een uiterlijke cultuur is de inzet van kunst en cultuur veranderd in het produceren van saamhorigheid: we moeten hetzelfde denken. De saamhorigheid is niet meer het gevolg van de identificatie met de toevallige of geniale wendingen in onze kunst- en cultuurgeschiedenis, maar de cultuur heeft de saamhorigheid als inzet.

Tekst loopt door onder afbeelding. 

BenieuwdBeeld RV

Hollywoodplot

Het bewijs hiervoor is volgens Groys de succesformule van de Hollywoodplot: elk verhaal begint met onoverbrugbare verschillen tussen de protagonisten, maar “in de loop van de film of serie moeten al deze zeer heterogene helden echter vaststellen dat ze uiteindelijk dezelfde opvattingen en wensen hebben (bijvoorbeeld familie, maatschappelijke erkenning, een eigen plek in het leven enzovoort)”. En het drama komt pas tot een einde ‘zodra alle betrokkenen erkennen en expliciet zeggen dat ze hetzelfde denken en voelen als alle anderen’.

Het lijkt misschien alsof cultuur bindt, maar er vindt geen uitwisseling van smaakoordelen plaats. We delen niet onze smaak, maar een inhoudsloze boodschap. Het enige dat ons nog kan binden, meent Groys dus, is dat we allemaal hetzelfde vinden, niet om de inhoud maar om de gezamenlijkheid. We zien dat vandaag de dag ook terug in de macht van het getal. Niet de inhoud van teksten en beelden bepalen hun kwaliteit, maar het aantal views, likes en sterren.

De paradox van deze tijd is dat geïndividualiseerd en geïnformaliseerd als we zijn niemand hetzelfde lijkt te willen, maar iedereen toch hetzelfde doet.

Als we desondanks zonder al te veel polarisatie een heterogene samenleving willen behouden, met echte eigen meningen, zouden we het advies van de Duitse filosofe Hannah Arendt ter harte moeten nemen, namelijk dat “onpartijdigheid bereikt wordt door aandacht te schenken aan de standpunten van anderen. Onpartijdigheid vloeit niet voort uit een of ander verheven standpunt dat het geschil zou beslechten omdat het boven de mêlée staat.”

Kortom, laten we niet proberen een eenduidige waarheid na te streven voor ons allemaal. Maar laten we hardop oordelen door en proeven en onze smaken delen. Dat er dan nog vele elkaar uitsluitende standpunten bestaan “dat maakt niet zoveel uit. Maar wat wel een heleboel uitmaakt is dat er een open einde aan zit, een O-PUH EIN-DUH, ja?”

Van filosoof Coen Simon (1972) verscheen vorige maand ‘Oordeel zelf. Waarom niemand hetzelfde wil en iedereen hetzelfde doet’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden