'We blijven dagelijks gewoon drie bladzijden over de Tour schrijven'

HENDAYE - Mismoedig stapt Jef Braekevelt elke dag in de tweede ploegleidersauto van Lotto; met het nummer 20 op de achterruit geplakt. De volgorde wordt bepaald door de stand in het ploegenklassement. Het symbool van het beste dat het wielerland België te bieden heeft, bungelt ergens achteraan in de volgerskaravaan. In zijn achteruitkijkspiegel kan de assistent van Jean-Luc Vandenbroucke een trouwe metgezel zien, de chauffeur van de bezemwagen.

De Tour de France moet voor Braekevelt een verschrikking zijn. “Nee, het is niet plezant,” omschrijft hij zijn gemoedstoestand. “Het is natuurlijk plezanter in de Tour te werken, wanneer ge iemand van voren hebt. Maar dat is voor ons niet weggelegd. Met het budget dat wij hebben, kunnen wij geen superploeg maken.” In het onvermijdelijke promodorp dat elke dag voor de start van de etappe wordt opgebouwd, loopt een Vlaamse collega met de ziel onder zijn arm. Zijn ogen spieden in het rond. “Naar wie ik op zoek ben? Naar een Belg die niet interessant is om een stuk over te maken,” zegt hij spottend. “Wij maken hier maar papier vuil, terwijl men op de krant moord en brand schreeuwt over de papiercrisis.” De nijvere collega vult met nog een vakgenoot dagelijks drie pagina's over de Tour de France. “Gelukkig gaat er vandaag een kwart pagina publiciteit van onze ruimte af die niet gecompenseerd wordt. Dat scheelt weer één verhaal dat niet interessant is.”

Zo groot als in de 83ste editie is het verdriet van België in de Tour de France niet geweest. Niets kan in de laatste dagen nog goed maken wat er dusver allemaal is misgegaan. Eén schamele top tien-notering in een dagklassement (Peter van Petegem, maandag in de rit naar Villeneuve-sur-Lot), terwijl de eerste zuiderbuur in de algemene rangschikking pas op de 96ste plaats is terug te vinden. De beste Belg in de ronde heet Johan Museeuw. Hij doet zijn uiterste best nog dieper te vallen. De Tour interesseert hem niet, hij is er ter voorbereiding op de Olympische Spelen.

Een handvol cijfers illustreert de trieste neergang van de natie met een rijke wielerhistorie. Elf jaar geleden startten er nog 42 Belgen in de Ronde van Frankrijk. Op een deelnemersaantal van 180 was dat dus bijna een kwart. Ze sprokkelden zes ritoverwinningen bij elkaar. De beste man (de meesterknecht van Stephen Roche, Eddy Schepers) eindigde als veertiende. De kwantitatieve en kwalitatieve inbreng verminderde met het jaar; met uitzondering van 1989, maar toen was het aantal uitvallers ook groot. Procentueel gezien was het seizoen 1995 een absoluut rampjaar. Van de 16 in Saint-Brieuc gestarte Belgen haalden elf Parijs niet. Dat deficiet werd grotendeels veroorzaakt door de Lotto-ploeg, die in de negende etappe vijf man kwijtraakte (niet door pech, maar gewoon door onwillig gedrag) en in andere ritten ook nog eens twee coureurs verspeelde.

Wat dat betreft moet Braekevelt zich achter het stuur van de tweede auto een stuk plezanter voelen. Dat in Den Bosch over slechts negen renners met de Belgische nationaliteit het appèl werd afgenomen, is een na-oorlogs dieptepunt, maar op twee na zijn ze allen nog in koers. De Lottoploeg is met zes overgeblevenen (onder wie alle geselecteerde Belgen) zelfs redelijk op sterkte.

De smartelijke afgang werd vorig jaar enigzins gecompenseerd door een ritoverwinning (Bruyneel) en één dag gele trui (eveneens Bruyneel, die uiteindelijk op de 31ste plaats de beste Belg werd). “We blijven dagelijks gewoon drie bladzijden over de Tour schrijven,” vertelt Marc de Winter van Het Volk. “Vroeger werd de helft daarvan gevuld met verhalen over Belgen. Nu staat er nog een klein hoekje op de derde sportpagina. De neergang van het Belgische wielrennen is geen reden het beleid bij te stellen. De Tour staat wat dat betreft op zichzelf. Nog nooit waren de kijkcijfers in België zo hoog als dit jaar.”

Allerlei direct betrokkenen willen het woord crisis echter niet in de mond nemen. Johan Museeuw noemt buiten zichzelf vijf renners van internationale klasse op: Frank Vandenbroucke, Wilfried Nelissen, Tom Steels, Axel Merckx en Johan Bruyneel. “Zoveel lopen er bij jullie niet rond.” Walter Godefroot, ploegleider van Telekom, spreekt de verwachting uit dat met de doorbraak van klassementsrenner Vandenbroucke iedereen weer 'hallelujah' gaat roepen. “Merckx en VDB zijn twee renners die er volgend jaar misschien staan,” zegt Braekevelt. “Maar ook zij zullen niet kunnen verhullen, dat er momenteel bij ons weinig talent rondloopt. Het wielrennen is zo geëvolueerd dat wij, net als trouwens de meeste andere ploegen, op een keerpunt staan. We moeten eigenlijk over twee ploegen beschikken: één voor de voorjaarsklassiekers en één voor de Tour de France. Het is een aantrekkelijk idee uitsluitend renners voor de Tour aan te trekken, maar in België zijn die niet te vinden.” Ter verduidelijking: na het debacle van vorig jaar zocht Lotto naar versterking buiten de landsgrenzen. Van de vijf niet-Belgen in de Tourformatie zijn er, zoals gezegd, al drie naar huis.

Oud-wereldkampioen (1984) Claude Criquielion, in 1986 vijfde in de Tour de France en tegenwoordig pr-manager van Mapei, en Braekevelt gaan bij het zoeken van een oplossing nog niet veel verder dan het signaleren van het probleem. De eerste: “We hadden voor de Tour twee kandidaten: Bruyneel en Museeuw. De eerste is uitgevallen met een geblesseerde achillespees. Museeuw richt zich op Atlanta en heeft daarom van de Ronde van Frankrijk geen speerpunt gemaakt. Talent is er wel, maar door de mondialisering heeft België veel terrein prijs moeten geven.” Braekevelt: “Of het Raboplan met een amateurselectie en een jeugdopleiding achter de profploeg een aanzet tot structurele verbetering is? Mijnheer, de Raboploeg beschikt over een budget van 200 miljoen frank (elf miljoen gulden - red). Wij over de helft van dat bedrag. Dat is dus helemaal niet aan de orde.”

Braekevelts baas Jean-Luc Vandenbroucke wijst op een onuitroeibaar fenomeen als de kermiskoersen, dat het Belgische wielrennen steeds verder terugwerpt in de tijd. De nationale bond heeft er, als onderdeel van een reddingsplan, drastisch het mes ingezet: dit jaar staan er nog maar 45 op de kalender. Een kwart eeuw terug waren dat er nog 205. Jeugdrenners mogen geen midweekse wedstrijden meer rijden omdat ze zichzelf anders maar over de kling jagen. “Die kermiskoersen staan de modernisering van de Belgische wielersport in de weg,” zegt Vandenbroucke. “Die wedstrijden hebben op zich wel een functie: ze trekken veel publiek en helpen tal van wielrenners aan een boterham. Maar daardoor maken wij wel een pas op de plaats.”

Om die reden 'stikt' het er ook van de ploegjes: Lotto niet meegerekend, negen in totaal, met een gezamenlijk budget van amper tien miljoen gulden. Een initiatief van de overheid bood tot op heden nog het meeste soelaas. Drie jaar geleden meldde een ploeg van de Vlaamse gemeenschap zich in het peloton. De doelstelling was en is tweeledig: regionale neoprofs aan werk helpen en een kweekvijver zijn voor de grotere ploegen. De chauffeur van een minister (Roger Swerts, gewezen knecht van Eddy Merckx) is ploegleider. De alom als talent aangeprezen Tom Steels (dit seizoen winnaar van de Omloop Het Volk en Gent-Wevelgem) is één van de produkten van de wielerschool Vlaanderen 2002. Het wachten is op zijn doorbraak en die van die paar andere talenten, die nu nog te jong voor de Tour de France werden bevonden.

In het onvermijdelijke promodorp heeft de Vlaamse collega zijn speurtocht beëindigd. “Wat ik ga doen? Ik ga een stuk maken met een Belg die niet interessant is.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden