We beschermden elkaar

Drie schrijvers die kort geleden hun dierbaarste vriend verloren, richtten een geschreven gedenkteken op

Het beknoptste, maar ook het mooiste antwoord op de vraag wat twee individuen tot vrienden maakt is van Montaigne: "Omdat hij het is, omdat ik het ben." Je aangetrokken voelen tot een ander, je met hem of haar verbinden, voor elkaar opkomen maar als het moet ook dulden en slikken, het is vaak volkomen onverklaarbaar, zeker wanneer je hemelsbreed van elkaar verschilt.

Ik vond het Montaigne-citaat in een brief van E. du Perron (1899-1940), met zijn geestelijke tweelingbroer Menno ter Braak een treffend voorbeeld van wat een literaire vriendschap vermag. Ze trokken tien jaar lang op als puinruimers in letterenland en stelden zich met de pen teweer tegen het opkomende fascisme. Als ze niet allebei waren gestorven op de dag dat Nederland werd bezet door nazi-Duitsland, zou de een vast nog wel een geschreven monumentje voor de ander hebben opgericht.

Zulke geschreven gedenktekens vertegenwoordigen een genre op zichzelf, van Willem Kloos' lofzang op de jonggestorven dichter Jacques Perk, tot aan de memoires waarin Jeroen Brouwers de zelfmoordenaars onder zijn schrijversvrienden herdacht. Afgelopen jaar verschenen er, telkens van de hand van een intimus, maar liefst drie boeken over pas overleden auteurs. Alle drie passen ze mooi bij de definitie van Montaigne, omdat ze laten zien dat een verklarend antwoord op de vraag wat een vriend tot een vriend maakt eigenlijk niet valt te geven.

Neem de relatie tussen Thomas Verbogt en de in 2012 overleden Frans Kusters (*1949). Die twee leerden elkaar als aankomende auteurs kennen in hun beider geboorteplaats Nijmegen, gingen meer dan veertig jaar intensief met elkaar om, lazen en becommentarieerden elkaars werk, deelden dezelfde humor, maar verschilden ook flink. Toen Verbogt het op Kusters' begrafenis wilde hebben over wat hen bond, besefte hij dat hij daarover nauwelijks iets wist te zeggen. En nu hij zijn herinneringen aan hem noteert, komt hij na allerlei omtrekkende bewegingen niet veel verder dan de conclusie dat Kusters hem heeft geleerd hoe hij een beter mens kon worden. Het klinkt in al zijn onbeholpenheid aandoenlijk, en dat geldt voor het overgrote deel van Verbogts dubbelportret. "We voelden ons door elkaar beschermd zonder dat we in elkaars nabijheid hoefden te zijn. En we wisten dat we elkaar Aan Het Werk moesten houden, niet dat we daarvoor aansporing nodig hadden, maar het was zo stimulerend telkens te herhalen dat dat er was, dat daarin onze levens gestroomlijnd werden, dat we zo waren. Daarom werden we ook vrienden om dat te delen."

Heel anders ging het toe in het tweemanschap Stephan Sanders-Anil Ramdas. Met Ramdas als startmotor joeg dat duo elkaar op tijdens een aantal gemeenschappelijke ondernemingen, waaronder het VPRO-programma 'Het blauwe licht' (1997-2000). Hun bloedbroederschap ontstond vanuit een wederzijds gevoelde affiniteit: Ramdas kwam als Hindostaanse Surinamer pas op latere leeftijd naar Nederland, de biologische vader van het adoptiefkind Sanders was zwart, en dus zagen ze migratie, multiculturaliteit en racisme als hoogstpersoonlijke kwesties. Toch verlegde de dynamiek van de verhouding zich weldra naar creatieve wedijver en onderlinge competitie. Toen Ramdas de opkomst van het rechtse populisme in steeds zwartere kleuren begon af te schilderen en de politiek veel gematigder Sanders daarin niet meeging, bladderde de vriendschap gestaag af. Ten slotte bleef alleen beleefdheid over, en de tegen heug en meug gekoesterde bereidheid om ter wille van het verleden vooral niet definitief met elkaar te breken. "Twee vrienden van vroeger die weigeren ex te worden, en die, als waren ze op familiebezoek, net op tijd hun gemak weten te houden."

Nadat Ramdas' carrière in het slop was geraakt en hij naar de rand van het publieke podium werd gedrongen, vraten desillusie en verbittering zich zo diep bij hem naar binnen dat hij op 16 februari 2012 een einde aan zijn leven maakte. En dus werden Sanders' herinneringen blijvend gekleurd door een mengsel van wrok en schuldgevoel. Maar ook door een niet te verdringen vertedering om de belofte die Ramdas hem aan het begin van hun vriendschap had gedaan: dat ze op hun oude dag, als ze alles hadden gedaan wat ze moesten doen, samen aan een tropisch strand zouden zitten, "zonder de gekmakende schaamte en schuld die nu nog regeerden in onze drukke en vooral ambitieuze levens". Het heeft wel wat weg van de 'veranda van ons leven' die Verbogt en Kusters in het verschiet zagen. "Dan zouden we het over alles hebben en ook alles bespreken wat ongezegd bleef, terwijl we wat ongezegd bleef heus wel hadden gehoord, natuurlijk. Op die veranda keken we uit over de fields of gold, de eindeloze tijd van ons leven. En daar bleven we gewoon zitten, totdat alles om ons heen weg was en wij ook zouden verdwijnen in een volmaakte stilte en een volmaakte eeuwigheid."

Op zijn manier maakt K. Schippers zo'n droom helemaal waar, maar dan wel op het papier van zijn laatste boek 'Voor jou'. Hij heeft het opgezet als een tamelijk bonte reeks van essays, bespiegelingen en verhalen waarin de gewoonste dingen telkens vanuit zo'n onverwachte hoek worden bezien dat ze nieuw lijken te worden. Daarmee past 'Voor jou' niet alleen perfect in Schippers' eigen werk, maar ook in de traditie die hij met J. Bernlef en G. Brands vestigde tijdens de jaren dat ze gedrieën het tijdschrift Barbarber (1958-1972) redigeerden. Het was een minstens zo bonte vergaarbak van toevallig gevonden teksten, readymades, gekke lijstjes, gevonden snippers papier en zelfs stalen behang. De werkelijkheid geïsoleerd en zo sterk uitvergroot dat die daarmee exotisch werd.

Terwijl Schippers in Brussel bezig is 'Voor jou' zijn finishing touch te geven, gaan Brands en Bernlef hun laatste weken in, om kort na elkaar te 'verdwijnen', zoals Schippers het noemt. Maar meteen daarna duiken ze weer op in de laatste stukken van de bundel en leveren daar bij wijze van running gag commentaar op.

Ten slotte ensceneert Schippers een ballonvaart voor drie heren en verdwijnt met zijn vrienden westwaarts, boven "een blanke kaart die ons geen richting voorschrijft, geen kant meer op dwingt". Een mooiere bezegeling van de vriendenband over de dood heen is nauwelijks denkbaar.

Thomas Verbogt: Het eerste licht boven de stad. Herinneringen aan Frans Kusters en een keuze uit zijn verhalen. Bezige Bij, Amsterdam. 271 blz. euro 18,90

Stephan Sanders: Iets meer dan een seizoen. De Bezige Bij, Amsterdam. 126 blz. euro 15,90

K. Schippers: Voor jou. Querido, Amsterdam; 231 blz. euro 19,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden