’We bereiden ons voor op het ergste’

Maandag gingen veel christenen - maar ook moslims - de straat op in de gemengde wijk Shubra in Cairo. Ze uitten hun woede over de bloedige aanslag twee dagen eerder op een Koptische kerk in Alexandrië. De oproerpolitie was alomtegenwoordig. (FOTO AFP ) Beeld
Maandag gingen veel christenen - maar ook moslims - de straat op in de gemengde wijk Shubra in Cairo. Ze uitten hun woede over de bloedige aanslag twee dagen eerder op een Koptische kerk in Alexandrië. De oproerpolitie was alomtegenwoordig. (FOTO AFP )

Christenen in Egypte voelen zich tweederangsburgers. Voor de wet is iedereen in het land gelijk, maar dagelijks ondervinden zij discriminatie. Correspondent Eduard Padberg sprak met christenen in een gemengde wijk van Cairo.

Behalve de gebruikelijke uitlaatgassen en stof die elke achterbuurt van Cairo typeren, hangt er iets de lucht in el-Omraneyya. De dag voor de belangrijkste Koptisch-christelijke feestdag van het jaar, Kerstmis, is de spanning in de buurt te snijden. Overal staat politie; rijen oproerpolitie in zwarte uniformen en kluitjes quasi-nonchalante agenten in burger.

Na de bomaanslag op de el-Qidessine kerk in Alexandrië, waarbij 23 mensen opkwamen, is de angst voor ongeregeldheden in el-Omraneyya groot. In november braken in deze gemengd christelijk-islamitische buurt ernstige rellen uit, waarbij de christelijke bewoners niet alleen tegenover de politie kwamen te staan maar ook tegenover hun islamitische buren.

Twee christenen kwamen om, talloze anderen raakten gewond. „Het was een veldslag”, vertelt Mithad Malak (33) in de veiligheid van zijn huis in el-Omraneyya. „Het begon als een protest, maar toen de gemoederen opliepen werden we belaagd door de politie, bijgestaan door de moslims.”

Malak kreeg een pak rammel. Naast hem werd een man van de trap gesleurd waarbij zijn achterhoofd op elke tree ketste. „Iedereen is boos”, zegt Malak. „En we bereiden ons nu voor op het ergste.”

De aanleiding voor de rellen was het stopzetten door de autoriteiten van de bouw van een kerk, omdat er geen vergunning voor was. In Egypte is voor de bouw van nieuwe kerken een moeilijk te bemachtigen presidentieel decreet vereist. „Iedereen kan moeiteloos overal een moskee bouwen”, klaagt Malak. „Waarom mogen wij dan geen kerk bouwen?”

De ongelijke behandeling van moslims en christenen is een van de voornaamste grieven (naast gebrek aan veiligheid) van christenen in Egypte. Hoewel de wet gelijkheid van alle Egyptische burgers voorschrijft, voelen christenen zich vaak tweederangsburgers in eigen land.

Oum Mithad, de moeder van Mithad, mengt zich in het gesprek en vertelt over de dagelijkse discriminatie die zij als christen ervaart. „Als ik in de bus zit en langs een kerk rijd, sla ik een kruis. De mensen om me heen staan op, alsof ik besmettelijk ben. Op straat fluisteren mannen me dingen na die ik niet kan herhalen. Moet ik dan ook een hoofddoek omdoen?”

Haar zoon vult haar aan met een vaag verhaal over wisselgeld toen hij gisteren macaroni wilde kopen, waarbij hij aan het kortste eind trok. „Volgende keer koop ik gewoon bij christenen.”

Christenen voelen zich steeds meer op elkaar aangewezen. In Cairo wordt steeds meer onderscheid gemaakt tussen christelijke en islamitische buurten. Malaks enige broer werkt in een meubelfabriek, waar iedereen christen is. „Dat is makkelijker”, legt Malak uit. „Daardoor kunnen ze samen eten en bidden zonder dat er problemen komen. Moslims denken altijd dat wij ze stiekem varkensvlees geven.”

Oum Mithad schudt langzaam haar hoofd. Hoe is het zover gekomen?, vraagt ze hardop. „Vroeger was het helemaal niet zo. Ik ben opgegroeid in een gebouw waar de meeste families moslim waren. We kwamen bij elkaar over de vloer en problemen werden samen opgelost.”

Dat is volgens Oum Mithad nu anders. „Het is wij tegen zij, en zij winnen altijd.”

De schuld van het uit elkaar groeien van moslims en christenen legt ze zonder aarzelen bij de overheid. „Het is niet zo dat alle moslims slecht zijn. Maar als er een conflict is, neemt de overheid het automatisch op voor de moslims. Daar maken sommige mensen gebruik van. Christenen zijn makkelijke slachtoffers.”

Malak zakt achterover in zijn versleten luie stoel. „Niemand kan aan me zien dat ik christen ben. Dus eerst is er niets aan de hand. Maar als ze er dan achter komen dat ik christen ben, slaat de sfeer om.”

Behalve aan zijn naam is Malak ook als christen herkenbaar aan het getatoeëerde Koptische kruisje aan de binnenkant van zijn pols. „Alle problemen in de buurt worden nu op deze manier gezien”, gaat Malak verder. „Als er een moslim bij betrokken is, kiezen alle moslims automatisch zijn kant. Maakt niet uit wat hij heeft gedaan.”

Oum Mithad veert op en vult de woorden van haar zoon met grote ogen aan. „Dat staat letterlijk in de Koran. Een moslim moet een andere moslim bijstaan. Of hij gelijk heeft of niet.”

Malak verlegt zijn blik naar de televisie, die het middelpunt vormt van de kleine, koude kamer. Een Koptische zender laat afwisselend portretten van Jezus en de Koptische paus Shenouda III zien.

Sinds de komst van satelliettelevisie hebben zowel christenen als moslims hun eigen zenders. Ook de fanatiekere stromingen binnen beide religies zijn ruim vertegenwoordigd. De Koptische gemeenschap wordt voorzien vanuit de Verenigde Staten en Canada; de islamitische gemeenschap vanuit Saoedi-Arabië en de Golfstaten.

Malak brengt het grootste deel van de dag voor de tv door. Hij heeft geen werk en woont nog thuis. Zijn kansen om te trouwen zijn klein. Als hij aanstalten maakt om uit te leggen waarom, verlaat zijn moeder snikkend de kamer.

Treurend doet Malak zijn verhaal. Negen jaar geleden kwam hij erachter dat hij bij de overheid als moslim te boek stond. Het was de schrik van zijn leven. Buiten zijn weten om was tussen zijn naam ’Mohamed’ gefrommeld, en zijn religie was veranderd van christelijk in islamitisch.

Behalve dat Malak diep is gekrenkt, is voor hem het belangrijkste gevolg dat zijn eventuele kinderen automatisch moslim zouden zijn. En dat maakt hem niet gewild bij de Koptische meisjes.

Aanvankelijk wisten ze niet wie erachter zat, maar nadat meerdere gevallen in de buurt waren ontdekt, leidde het spoor naar een rijke buurtbewoner. Voor details in de zaak verwijst Malak naar zijn advocaat, Peter Ramses El-Naggar.

Op het kantoor van el-Naggar, dat ruimschoots is voorzien van christelijke iconen en kruizen, legt de advocaat uit dat de man vermoedelijk tientallen bekeringen voor zijn rekening heeft genomen, en op die manier een fortuin heeft verdient. „Afhankelijk van de status en het beroep van het slachtoffer krijgt de man een som geld”, vertelt de advocaat, die vermoedt dat het geld uit Saoedi-Arabië komt.

Het advocatenkantoor van el-Naggar, dat door vader en zoon wordt gerund, behandelt vierduizend gevallen van christenen wier religie onvrijwillig is veranderd. „Volgens de islamitische wet is het onmogelijk – op straffe van de dood – om dit terug te draaien”, zegt el-Naggar. „Maar volgens de Egyptische wet, die uitgaat van gelijkheid en burgerschap, mag dit wel.”

Na enkele jaren procederen werd in 2006 het recht toegekend om zich terug te bekeren aan christenen die buiten hun weten om van religie waren veranderd.

De el-Naggar-advocatenfamilie won opeenvolgend 32 soortgelijke zaken voordat er van hogerhand een stokje voor werd gestoken: in 2008 weigerde het ministerie van binnenlandse zaken de rechterlijke uitspraken nog te implementeren. „Zelfs met de uitspraak van de rechter viel niets meer te beginnen. De fundamentalisten hebben de overheid overgenomen.”

Bekering is een gevoelig onderwerp in Egypte, en de sociale gevolgen voor deze ’onvrijwillige moslims’ zijn groot, legt el-Naggar uit. „Ze zitten tussen twee vuren. Zowel moslims als christenen willen eigenlijk niets met ze te maken hebben.”

In Egypte staat ieders religie vermeld op het persoonsbewijs, die bij elke handeling moet worden getoond. Volgens el-Naggar is het „een maatregel om christenen te onderdrukken en hen buiten alle belangrijke beroepsgroepen te houden. Hun standpunt is; Dit is een islamitisch land, en ze moeten ons gezag accepteren.”

De christelijke advocaat haalt zichzelf aan als voorbeeld. „Ik wilde aanklager worden bij het Openbaar Ministerie. Maar ze vertelden me bij de inschrijving dat het quotum al was bereikt. Slechts 6 van de 200 procureurs mochten christen zijn.”

Ongeveer 10 procent van de 83 miljoen Egyptenaren is christen. Het is voor christenen moeilijk om een goede baan te krijgen bij de overheid, waaronder bij de politie, het leger en de rechterlijke macht.

Omdat de particuliere sector grotendeels is afgeschermd op basis van sociale klasse, vormen deze beroepsgroepen voor arme Egyptenaren – zoals Malak – de beste manier om in de maatschappij omhoog te klimmen.

Een van de gevolgen van het uitsluiten van christenen bij de overheid is dat zij in de vrije beroepen – zoals advocaten, dokters, apothekers en zakenlieden – oververtegenwoordigd zijn. In dergelijke beroepen valt over het algemeen meer te verdienen dan in de ambtenarij, wat weer tegen hen wordt gebruikt.

Evenzo verwijten de moslims de christenen vaak een vermeende ’westerse connectie’. Door emigratie zijn grote Koptische gemeenschappen in Noord-Amerika ontstaan, die hun achtergebleven broeders (financieel) steunen. Bij problemen met christenen wijst de Egyptische regering vaak met de vinger naar de ’buitenlandse ophitsers’, die de situatie van de christenen in Egypte zouden overdrijven.

Hoewel el-Naggar niet ontkent dat de buitenlandse Kopten hen steunen, is dat volgens hem niet meer dan normaal. „We worden onderdrukt door een overheid die de terroristen steunt en moslims het idee geeft dat ze christenen mogen onderdrukken. Zeg dan gewoon dat je een islamitische staat bent, en hou op met liegen door te zeggen dat alle burgers gelijk zijn.”

De advocaat geeft de overheid de schuld dat het islamitisch fundamentalisme gemeengoed is geworden in Egypte. „Ze houden de Moslimbroederschap buiten de politiek, zogenaamd omdat religieuze partijen niet zijn toegestaan. Maar het gedachtengoed van de Moslimbroeders is precies hetzelfde als dat van de overheid.”

Hossam Bahgat, directeur van het Egyptisch Initiatief voor Persoonlijke Rechten (EIPR), is doorgaans mild in zijn opvattingen. Maar ook volgens hem hebben de spanningen tussen moslims en christenen een nieuw dieptepunt bereikt. „De rellen in Omraneyya waren de eerste keer dat de politie en moslims gezamenlijk tegen christenen vochten. Wat veel christenen al lang beweerden, werd voor hen daarmee bewezen: de staat is niet alleen incompetent; hij is de vijand.”

De nieuwe slogan ’Wij pikken het niet langer’, die te horen was bij de protesten in het hele land na de bomaanslag op Nieuwjaarsdag in Alexandrië, is daar volgens Bahgat een uiting van. „Er is een nieuwe slagbereidheid ontstaan onder jonge christenen, die voorheen luisterden naar hun leiders. De christelijke leiders – de paus voorop – reageren altijd diplomatiek op de problemen en steunen president Moebarak onvoorwaardelijk. De jongere generatie is dat zat; zij eisen hun rechten. De kerkleiders verliezen de controle.”

Koptische kerk in Alexandrië, doelwit van de aanslag op 1 januari. (FOTO AP ) Beeld AP
Koptische kerk in Alexandrië, doelwit van de aanslag op 1 januari. (FOTO AP )Beeld AP
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden