'We beginnen gewoon opnieuw'

INTERVIEW | De Protestantse Kerk in Nederland is niet langer een 'volkskerk' die overal in Nederland is te vinden. Volgens kerkleider Arjan Plaisier moeten gelovigen dat eens onder ogen durven zien. 'Een opluchting om dat te erkennen.'

GERRIT-JAN KLEINJAN

Het is mooi geweest. Predikant Arjan Plaisier slaat met zijn hand op tafel. "Het idee dat er in elk dorp, in elke plaats, op elke postcode een protestantse kerk is. Dat bestaat niet meer." Fel: "Je vraagt hoe de kerk er voor staat? Ik kan nu een serie clichés tevoorschijn halen over een aantal dingen die evident zijn. Het gaat erom eens los te geraken van kramp en krimp."

Arjan Plaisier is als scriba (landelijk secretaris) de hoogste functionaris van de Protestantse Kerk in Nederland. Het boegbeeld van het grootste protestantse kerkgenootschap van Nederland is ongewoon scherp voor zijn doen. Hij zegt: "Het water is ons nu aan de lippen gekomen. We staan in een seculiere cultuur. Dat kun je misschien niet wenselijk vinden, maar het is wel de realiteit. We kunnen niet op onze lauweren rusten."

Plaisier zit in zijn werkkamer in Utrecht, waar de kerk in een voormalig legerhospitaal het hoofdkantoor heeft. Het roer moet drastisch om. En wel nu.

Uw voorganger Bas Plaisier reageerde in 2007 nog geprikkeld op de prognose dat de kerk zich verder terugtrekt. Sociologen 'rekenen niet met de Geest', zei hij. Wat is er veranderd?

"Misschien werd het toen weggewoven als een soort bezwerend gebaar. De tijd is veranderd. Onze kerk is gebaseerd op een burgerlijke cultuur, met instituten, met commissies, met vergaderingen. Dat is geërodeerd. Tegelijkertijd: de Geest - met een hoofdletter - werkt wel. We zijn niet bezig met een of ander dood verhaal. Ik geloof dat de Heilige Geest ons helpt."

De Protestantse Kerk in Nederland heeft van oudsher de ambitie om 'volkskerk' te zijn. Welke gevolgen heeft de ontwikkeling die u schetst voor dat idee?

"We willen er nog steeds voor iedereen zijn. Alleen, het idee is voorbij dat je ook overal bent. Dat is een fictie. Dat moeten we eens erkennen en uitspreken."

'Te vaak kleeft een naar binnen gekeerde kerkelijkheid aan ons, waarbij antwoorden worden gegeven op vragen die niemand stelt en geen antwoorden op vragen die wel worden gesteld', stelt Arjan Plaisier (Ridderkerk, 1956) in een nieuw visiedocument, 'Kerk 2025: waar een Woord is, is een weg'. Vandaag wordt het gestuurd naar de leden van de generale synode (landelijke vergadering met afgevaardigden uit plaatselijke kerken). Volgende maand spreekt de synode in Lunteren erover. De kerk is teveel naar binnen gekeerd, de vergadercultuur niet meer van deze tijd en ook het idee van 'volkskerk' is niet meer realistisch, zo vindt Plaisier. Lang kwam zijn kerk niet toe aan een bezinning over de toekomst.

Het fusieproces tussen hervormden, gereformeerden en lutheranen waaruit ruim tien jaar geleden de Protestantse Kerk in Nederland ontstond, slokte vrijwel alle aandacht op. Ook de nasleep, onder meer een kerkscheuring waaruit de Hersteld Hervormde Kerk ontstond, slurpte veel tijd. Intussen ging het er wat ledentallen betreft niet op vooruit. Steeds minder mensen moeten steeds meer doen. Jaarlijks verdwijnen er zo'n 70.000 personen, veelal door overlijden, uit de boeken van de kerk, een kerk die nu nog zo'n twee miljoen leden heeft. Dat is een groep mensen met de omvang van een stad als Almelo.

Betekent dit dat er witte vlekken komen op de kaart van Nederland waar geen protestantse kerk meer is?

"Dat betekent inderdaad dat er plaatsen zijn en komen waar de kerk fysiek niet meer is. Dat is niet leuk. Het is wel een realiteit."

Dit erkennen lijkt een omslag in het denken van de Protestantse Kerk.

"Dat is waar. Het is een opluchting om dat te erkennen. Doordat je kleiner bent en niet meer overal bent, kun je misschien wel beter kerk zijn. Je zit niet langer gevangen in een soort waanidee dat je overal moet zijn en dat je een soort grootgrondbezitter bent."

Hoe kan dat een opluchting zijn?

"Alleen al heel praktisch. Momenteel fuseren kerkelijke gemeenten als het niet langer gaat. Doe dit er nog even bij, is het nu. Dat is niet vol te houden. Het is enorm belastend, die fusies, voor buurgemeenten. Laat je deze praktijk los, dan komt er ruimte voor nieuwe vragen. Als we er niet meer op de traditionele manier zijn, wat kunnen we dan gaan doen?"

Is Nederland in uw ogen missiegebied geworden?

"Dat is Nederland al lang. We moeten op een nieuwe manier kijken naar onze verantwoordelijkheid. Natuurlijk, we hebben ook nog een biblebelt. In plaatsen als Barneveld en Rijssen is het traditionele patroon nog sterk. Daar is de traditionele kerk nog present. Tegelijk schuurt en kraakt het ook daar. Een christelijke cultuur die als vanzelf de kerk voedt en overeind houdt, die is er ook daar niet meer."

Hoe ziet u de kerk van de toekomst voor U?

"We moeten zuinig zijn op de kerken die we hebben gekregen van ons voorgeslacht, maar we kunnen ze niet allemaal in de lucht houden. De grote kwestie van de kerk is nu: hoe kan zo'n oude, in de beeldvorming wat vermoeide organisatie, van binnenuit weer vernieuwd worden? Dan zeg ik: we beginnen gewoon opnieuw. Niet proberen een corpus christianum zo lang mogelijk voort te zetten. Op sommige plekken moeten we beseffen: het was heel mooi, maar hier moeten we nu mee ophouden. Als er in een plaats nog vijftien leden van de Protestantse Kerk zijn, dan kun je hen uitnodigen om gastlid bij een andere kerk te worden, bijvoorbeeld doopsgezind of christelijk-gereformeerd. Oecumenisch vind ik dat winst. Je zou ook kunnen denken aan huisgemeenten. Misschien moeten we een predikant uitzenden naar zo'n gebied. Expliciet iemand met een zendingsopdracht, zoals dat al in vinexlocaties gebeurt. Niet alleen in krimpregio's komen witte vlekken. De grote stad hoort daar ook bij. Daar kun je denken aan leefgemeenschappen. Maar doe dat alstublieft samen met andere gelovigen, ook katholieken. Leefgemeenschappen zouden wat mij betreft per definitie oecumenisch moeten zijn. Laat andere kerken zich ook verantwoordelijk weten."

Oecumene is in de katholieke kerk een moeizaam thema.

"Het is niet zo eventjes op een achternamiddag te regelen. Toch, er groeit een besef dat we het niet langer in ons eentje kunnen. Niet bij iedereen natuurlijk, maar het groeit wel."

Hoe is er met al die verscheidenheid nog binding met een landelijke kerk?

"Ik zie dan een soort bisschop voor me, een pastor pastorum noem ik dat, die in een specifieke regio langs deze plaatsen reist."

Als ik u hoor pleiten voor een cultuuromslag, dan lijkt het wel alsof het heilige vuur verloren is gegaan in uw kerk.

"Het zou een vrij dwaas oordeel zijn om te stellen dat er zomaar iets verloren is gegaan. Er smeult zoveel vuur, ook in traditionele gemeenten. Alleen, je kunt wel, ongewild, zo bezig zijn met het runnen van je business, van je instituut, dat je vergeet waar je voor bent. Je bestuurt, je vergadert, en ongemerkt ben je op een afstand geraakt van datgene waarom je eigenlijk vergadert. Namelijk: het evangelie, de roeping om de weg van Jezus te gaan."

U schrijft dat de kerk zich 'meer op het thema geloof' moet richten. Is het niet opmerkelijk dat u gelovigen moet oproepen om geloviger te zijn?

"Spreken over wat het betekent om te geloven en elkaar helpen om gelovig te zijn, juist dat is lastig geworden in deze tijd. Ik kan daar ook wel redenen voor aanvoeren. Wij hebben natuurlijk ook een tik mee gekregen van een verlegenheidscultuur. Is het allemaal wel waar wat de Bijbel zegt? Wat krijg ik nou toch allemaal over me heen als ik vertel over God? Kun jij het bewijzen wat je gelooft? Daardoor is het christelijke geloof bijna een taboe-onderwerp geworden. We moeten daarvan worden bevrijd."

Wat is voor u persoonlijk de basis van het geloof?

"Dat is het verhaal dat ik een geliefd kind ben van God. Hij staat echt voor mij in, ook al gaat het helemaal fout in mijn leven. Ik ben zo blij dat dit sterke verhaal de eeuwen door verteld is en dat het mij bereikt. Het evangelie leert mij: het is niet tevergeefs, je bent met een doel geboren, er is iets en iemand die jou draagt en vasthoudt. In het midden van de tijd is daar die simpele figuur Jezus die bereid was om voor jou in te staan met zijn ziel en zijn zaligheid. Dat verhaal, dat hoor ik in de kerk. Daar wil ik bij horen. Die kracht die mij dat geeft, noem ik de God-power. Dat is het eerste. Het tweede is, en dat ervaar ik toch ook wel als ik een kerk binnenstap, de sfeer van: hier zijn we broeders en zusters. Je bent een gezicht voor elkaar, je bent een naam voor elkaar. Je praat, je lacht met elkaar."

Is de kerk nu te verlegen?

"Ja, we moeten de verlegenheid voorbij. Waarom moet het altijd zo problematisch met een diepe rimpel? Je mag je ook een keer ongecompliceerd aan het geloof toevertrouwen."

Moet het vrolijker en toegankelijker?

"Ik vind onze eredienst soms wel erg voor ingewijden. Een taal die de incrowd nog verstaat zal best nog wel velen in vuur en geloof zetten. Maar voor een buitenstaander is het alsof je naar een Chinees schouwspel zit te kijken. Laat er iets naast komen, waardoor een 'zwevende gelovige' of een Happinez-lezer ook denkt: verrek nog aan toe, ik ben op reis geweest naar India, maar ik moet gewoon in het buurtkerkje zijn."

Heeft gereserveerdheid volgens u geleid tot onzichtbaarheid?

"Als je zo onzeker bent over je eigen identiteit, dan wordt het lastig om naar buiten te treden. Dan maak je al heel gauw de terugtrekkende beweging. We moeten gewoon weer leren om een antwoord te geven op deze vraag: wat betekent het als we geloven? We hebben een Woord om mee te spreken in de samenleving."

Het zijn vooral zestigers die de kerk draaiende houden. Die zijn er over twintig jaar niet meer. Bent u niet te optimistisch over de veranderingen die u wenst?

"De vergrijzing gaat door. Dat moet je onder ogen zien. Maar dat is niet het hele verhaal. Er zijn jonge mensen in de kerk, die er vaak echt helemaal voor gaan. Die hebben niet die schroom. Daar moeten we naar kijken. Laten we ons in de kerk daar ook voor openstellen. Ik denk dat we weer bij de bron moeten beginnen: zijn we nog wel blij met dat evangelie? Vinden we het nog de moeite waard? Steunen we elkaar nog? Durven we er nog woorden aan te geven?

Ik denk dat het dan met de zichtbaarheid vanzelf wel goed komt. Als je geen woorden meer aan het geloof kunt geven, dan kom je in een vacuüm terecht. Dan ebt het geloof weg, dan bloedt het dood."

undefined

Wie is Arjan Plaisier?

Over een paar maanden stopt Arjan Plaisier (1956) als scriba van de Protestantse Kerk in Nederland. Zijn termijn zit er dan op. Hij is dan acht jaar het boegbeeld geweest van het grootste protestantse kerkgenootschap van Nederland. Plaisier is een veelzijdig theoloog. Voordat hij begon als kerkbestuurder in 2008 had hij een carrière achter de rug in de zending (op Celebes, Indonesië) en als predikant (in Leersum en Amersfoort). Plaisier houdt ook van filosofie en literatuur. In zijn proefschrift uit 1996 maakt hij een kritische vergelijking tussen Pascal en Nietzsche. In 2004 schreef hij 'Is Shakespeare ook onder de profeten? Theologische meditaties bij zeven stukken van Shakespeare'.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden