Review

Watson apporteert mensenoor

Het was geen jubeljaar voor de crime-schrijverij. De ene genomineerde was te bleekjes, de andere te luchtig en vluchtig, de derde oubollig en langdradig, de vierde geen slecht debuut, maar dat gesjoemel van al die fraai geüniformeerde Duitse schoften kon me toch ook niet lang boeien. Dat Tomas Ross de Gouden Strop kreeg was verdiend, ook al komt die Fortuyn met zijn hele reutemeteut me allang de neus uit.

Ditmaal gaan we in sneltreinvaart door nog een stelletje Nederlandse thrillers. Van de tweede garnituur, zullen we voor het gemak maar zeggen, alhoewel Felix Thijssen met een deel uit zijn naar dames genoemde oeuvre ook eens de Gouden Strop heeft weten te grijpen. 'Rosa' heet zijn nieuwste en privé-detective Max Winter krijgt daarin een vreemde opdracht. Een rijke, Armeense weduwe verzoekt hem het hart op te sporen van haar verongelukte dochter, dat zonder haar medeweten is getransplanteerd. 't Mens is nogal zweverig: zo is ze er absoluut van overtuigd dat het hart in een meisje zit en dat het wicht dringend haar hulp nodig heeft. Maar is dat wel zo? Winter en zijn onafscheidelijke Cyber Nel moeten vele dwaalwegen volgen en komen voor heel ongewone obstakels te staan. Vlot geschreven, prettig om te lezen, spannend door alle kronkels van de intrige.

'Troebel Water' van Gerry Sajet blijft dichter bij huis: een al wat oudere vrijgezel wordt smoorverliefd op een mooi, jong meisje. Jammer dat zijn moeder, bij wie hij in huis woont, haar niet mag. Gelukkig grijpt het noodlot (werd het een handje geholpen?) in, doch het kind deugt helaas voor geen cent. Dat zie je op een kilometer afstand aankomen, maar de oer-Hollandse inspecteur Bonnema maakt veel goed: die weet hoe je het walletje bij het schuurtje moet houden.

Piet Teigeler daarentegen trekt in 'Dodenakker' vanuit zijn geboorteland Vlaanderen de wijde wereld in. Naar een van de brandhaarden, naar het voormalige Joegoslavië. Oud-commissaris Carpentier en zijn vriend Maurice Mendelsohn kuieren over een pittoresk Antwerps kerkhof als Watson, het hondje, aan komt draven met iets heel engs in zijn bek: een mensenoor. Daarna vinden ze een lijk dat daar in het geheel niet hoort. Het lichaam is moeilijk te identificeren: is het een Fransman? Of moeten ze dichter bij huis zoeken? Of veel verder? Het een zowel als het ander en dan ontwikkelt zich een tragedie, die ons naar een helse oorlogswerkelijkheid voert. En commissaris DeWitt, de opvolger van Carpentier, wiens vrouw op alle dagen loopt, wordt er bijna in meegesleurd. Het verbaast me dat dit boek niet op zijn minst genomineerd is voor de grote prijs.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden