Watou wasemt poëzie

In de zomer komt het dorp Watou tot leven. Dan komen de kunstenaars, dan komt het publiek, dan begint de Poëziezomer.

De brandweer pompt kelders leeg in stille straten en her en der staat er land onder water. Watou, gelegen in de getroffen gemeente Poperinge in West-Vlaanderen, heeft wateroverlast, en ook het festival Poëziezomer krijgt vochtige voeten, in de stal in het Doeviehuis bijvoorbeeld. Gelukkig hangen alle gedichten droog aan de muren in openklapbare boeken. Deze tweeluiken, ’geschreven schrijnen’, zijn gemaakt van samengeperst hout dat bij vocht dubbeldik zou worden.

Jaarlijks biedt Watou een podium aan poëzie, aan beeldende kunst en ook aan zichzelf, want het landschap en de huizen wachten drie seizoenen lang op de zomer. Dan komen de dichters, de kunstenaars en het publiek, dan is er aandacht. Ook veel Nederlanders buigen voordat ze Frankrijk binnenrijden nog af richting Ieper, Poperinge en dan Watou, niet ver van de grens en omgeven door militaire begraafplaatsen. De Poëziezomer wordt steevast goedbezocht, maar is nooit drukker dan de stillere plekken kunnen verdragen.

De locaties zijn robuust, met hun verdwenen dakpannen, verroeste spijkers, kromgetrokken hout en versteende mest. De poëzie komt uit de beschutting van het boek, bezweert de ruimte met woorden, en converseert met de beeldende kunst, volgens de betrokken architect Koen van Synghel. ’Dat alles in kamers en schuren, de spleten van een dorp; in een architectuur van het toeval’.

Het water komt terug in de stal van de Doeviehoeve, op wandelafstand van de dorpskern, nu niet als bedreiging maar als levensbron. ’We are all water’ van Yoko Ono is een wand met een rij apothekersflessen, voor de helft gevuld met water. Op de etiketten staan de namen van bekende kunstenaars, muzikanten, politici en misdadigers. De schrijffouten relativeren hun beroemdheid al, net als het feit dat dit lichaamswater van Adolf Hitler, John Lennon, Lou Reed en Einstein gewoon uit een Vlaamse kraan komt.

De dichtregel ’Een lek in het zwijgen: noise-’ van dichter Hans Faverey is het overkoepelende thema. Zodra je wilt zeggen wat je echt raakt, sla je meestal een modderfiguur, zegt organisator Gwy Mandelick, die hulp kreeg van curator Giacinto di Pietrantonio en architect Koen van Synghel. ’Wat je verwoordt is vaak niet meer dan de namaak van een cliché. Je stamelt, zwijmelt erop los of je zwijgt uit onmacht. Faverey wist intuïtief te formuleren dat er in die stilte lekken ontstaan, dat er voortdurend ’noise’ wordt geproduceerd.’ De beeldende kunst probeert zich dat lek toe te eigenen.

Om de hoek van Ono’s flessengalerij heeft Job Koelewijn een enorm tankstation gebouwd en volledig bekleed met boeken. ’Sanctuary’ heet het, en je vraagt je af wat heiliger is, olie of de geestelijke brandstof. Waarschijnlijk delven de teksten het onderspit: de kaften spreken nog maar verder zijn ze monddood.

De ’ontkenning van geluid’ wordt elders, op de locatie Grensland, zichtbaar in het werk van John Cage. Die zette een vleugelpiano op zijn kop en dekte het instrument nog toe met een meter aan gestapelde doeken, precies uitgesneden in vleugelvorm. Nog drie andere kunstenaars hebben vleugels en piano’s het zwijgen opgelegd, met behulp van stro (La Monte Young), een plumeau (Marinetti) en de muur (Giuseppe Chiari). Al zijn er altijd bezoekers die willen bewijzen dat ze op pianoles zitten, en zo een lek forceren.

Jammer dat er geen nieuwe locaties zijn gezocht, de kerk is bijvoorbeeld maar weinig naar de kunstenaarshand te zetten en valt jaarlijks tegen. Wel lukt het regelmatig een al bekende ruimte een verrassende sfeer te geven. Zo heeft John Armleder acht enorme glitterballen opgehangen in een voormalige stal. Ze draaien en laten het licht dansen tussen de dikke balken. Er klinkt een gedicht van Lucebert: ’ik draai een kleine mooie ritselende revolutie af / en ik val en ik ruis en ik zing’.

Verrassend ook is de verduisterde kamer in het Doeviehuis waarin alleen een hoofd te zien is. ’Een middeleeuwse straf voor een hedendaags kunstenaar (Landschap met zelfportret)’, zo heet dit spookhuiswerk van Jan Fabre. Een gedicht van Pessoa over ’gelukkige gedachten’ is een tegendraadse soundtrack.

In de herinnering zit nog het gestoelte waarop je enkele jaren terug in Watou een mensenmassa kon leren toespreken met de motoriek van een dictator. Nu is er van Jordan Wolfson het werk ’Chaplin Piece’ te zien, een filmprojectie van een man in smoking die een toespraak houdt in gebarentaal. Het enige geluid komt van de ratelende filmprojector. Het is de toespraak van Charlie Chaplin aan het einde van de film ’The Great Dictator’, de eerste film waarin hij spreekt, en hier dus weer geluidloos gemaakt. Was dat een van de weinige momenten waarop hij serieus is, en over de mensheid, racisme en hebzucht spreekt, hier krijgt de toespraak door de setting een komischer toon. Al voelt het onprettig om geen gebarentaal te beheersen en buitengesloten te zijn.

Sprekende handen ook in het werk ’The Hand’ (2002) van de Frans-Armeense kunstenaar Melik Ohanian. Tien jaar na het einde van het communisme zijn de Albanese arbeiders van wie hij de handen filmt al even lang werkloos. De meesten beschrijven hun handen als werkhanden, maar er is geen werk, en ook geen hoop meer. De gesampelde opnames van hun klappende, wrijvende of wachtende handen, worden via gekoppelde dvd-spelers samengevoegd tot een hagelend protest.

Luchtig maar speels is het eerbetoon van Mungo Thomson aan Chuck Jones, die in de jaren vijftig en zestig tekenfilms maakte met titels als ’Beep Beep’, ’Beep Prepared’ en ’To Beep Or Not To Beep’. In Thomsons montage is het stil in de Grand Canyon. Geen spoor van de jagende coyote, je ziet lege landschappen, diepe kliffen, uitgeschuurde rotsblokken en luchten met hoogstens een zweem van bewolking. De nadruk ligt hier op het knappe tekenwerk waaraan gewoonlijk voorbij geraasd wordt. Het is bovendien de meest verwachtingsvolle stilte, ’beep beep’ denk je al te horen, maar Roadrunner is er even niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden