Watervlugge metamorfoses in meesterlijke Andriessen-opera

Holland Festival

Asko/Schönberg Ensemble, Synergy Vocals, solisten olv Reinbert de Leeuw met ’La Commedia’ van Louis Andriessen in een regie van Hal Hartley op 12/6 in Carré, Amsterdam. T/m 18/6.

Jarenlang dagelijks bootjevarend door de grachten van Amsterdam, kwam componist Louis Andriessen er naar eigen zeggen achter dat die stad hetzelfde grondplan had als Atlantis. Of, zoals Andriessens favoriete schrijver Paul Auster ooit schreef, dat de grachtenringen van Amsterdam een overeenkomst vertoonden met de hellecirkels uit de ’Divina Commedia’ van Dante Alighieri. Andriessens Amsterdam ’gaat over een andere stad’, zoals zijn muziek ook altijd over andere muziek gaat.

Over Amsterdam, Dante en nog veel meer ging Andriessens nieuwste opera ’La Commedia’, die donderdag met koninklijk bezoek in première ging in Carré – het amfitheater dat op zijn beurt zou kunnen verwijzen naar Dante’s ringen of naar de kaart van Amsterdam. De musici van Asko/Schönberg Ensembe en Synergy Vocals onder Reinbert de Leeuw zaten in het IJ, het publiek op de grachten en de handeling vond plaats in Amsterdam-Noord: een bouwkeet met steigers, een loopbrug, hangende bouwkeetjes en filmschermen als decor.

Dat je af en toe niet wist waar te kijken, was een prachtige vondst van regisseur Hal Hartley. Hij verwees daarmee bovendien naar de watervlugge metamorfoses in Andriessens meesterlijke partituur vol liedjes, bigbandswing en pure klankschoonheid. Die contrabasklarinet, was dat niet uit Andriessens ’Hadewych’? Hee, daar kwam Debussy voorbij! Of nee, het was Ravel! Of toch Strawinsky? Echt Andriessen dus, autobiografischer dan ooit tevoren.

In ’La Commedia’ toonden componist en cultregisseur hun voorliefde voor tableaus in plaats van vertellingen. Hartley’s zwart-witfilm, behalve op een immens achterdoek ook op satellietschermen die neerdaalden uit het plafond, toonde onafhankelijk een parallelle ’Commedia’ die zich afspeelde in oud Amsterdam. Gedeeltelijk met dezelfde personages als op het toneel, die Hartley daar adequaat liet bewegen door de labyrintische ruimte van stellages en steigers.

Andriessen componeerde ’La Commedia’ op het lijf van Cristina Zavalloni (de vrouwelijke Dante). Door de uitstekende zangversterking kon Zavalloni veel subtiliteiten in haar wonderlijke en directe stemgeluid laten horen. Dante’s beschrijving van de duiveltjes in de hel klonk lekker bizar en grappig; in de jazzwals in het vierde deel (we zijn inmiddels in de Tuin der Lusten) zong ze een bloedmooi liedje over engelen.

In het midden van het werk kreeg acteur Jeroen Willems vrij veld. Al indrukwekkend als acteur (wat een kop, wat een présence) zong hij daar een overrompelende knekelcarnavalsdans waarin hij de mensheid vervloekte. Laat dat puntgave liedjes schrijven voor acteurs maar aan Andriessen over.

En dan was er nog Claron McFadden, die als Beatrice (een rol die ze eerder zong in Jacob ter Veldhuis’ oratorium ’Paradiso’) steeds straalde met hoge gedragen tonen. En Marcel Beekman, die er onbeschaamd voluit een vroegrenaissancistische Andriessen-hit uitgooide. De Synergy Vocals klonken strak en zuiver, het Asko/Schönberg speelde paradijselijk onder De Leeuw.

Toen het licht uitging tegen het einde begonnen de eerste bravo- en boe-roepers in het volle Carré al tegen elkaar op te bieden. Maar daar kwam Kinderkoor De Kickers nog het toneel op voor de moraal, die net zoveel dubbele bodems had als de rest van de opera. Het klonk als een vrolijk sliep-uit naar het publiek, met de lange neus van Andriessen in de allerlaatste maten: die had hij namelijk geleend van Strawinsky’s ’Pulcinella’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden