Watersnoodramp brengt eenheid in het verscheurde Somalië

KISMAYO - Hier en daar steken toppen van bananenbomen boven het water uit. De plantages, akkers en dorpen langs de Juba-rivier zijn nagenoeg geheel onder water verdwenen. De rivier heeft ten noorden van de Zuid-Somalische stad Kismayo de vormen van een meer aangenomen. Bij de stad zelf spuugt de overvolle Juba het water uit in de Indische Oceaan.

ILONA EVELEENS

Door uitzonderlijk zware regenval in Oost-Afrika zijn grote delen van het zuiden en midden van Somalië overstroomd. Sinds begin november zijn ongeveer een kwart miljoen mensen hun huizen ontvlucht. De zwaarst getroffen gebieden liggen langs de rivieren Juba en Shabelle. Volgens hulporganisaties zijn door de overstromingen zeker 1 400 Somaliers omgekomen. Velen zijn verdronken, maar ook ziekten als malaria en dysenterie hebben levens geëist. Ook wedijveren mensen en dieren om de beperkte stukken droge grond. Krokodillen en giftige slangen hebben slachtoffers gemaakt. Bovendien worden de toevluchtsoorden onveilig gemaakt door horden hongerige hyena's.

Het water begint inmiddels iets te zakken. “Daarmee is geen einde gekomen aan de noodsituatie”, vertelt Douglas Booth in het Unicef-gebouw in Kismayo. De VN-medewerker ziet de toekomst somber in. “Er dreigt een grote hongersnood. Het zuiden is de graanschuur van het land. Maar gewassen zijn verrot en veel vee is verdronken. De eerste oogst kan pas over ruim een half jaar worden binnengehaald.”

Kismayo, een stad van zo'n 100 000 inwoners, is de laatste weken sterk gegroeid. Langs het strand, waar vroeger het Waamo Tourist Hotel stond, bivakkeren nu 55 000 vluchtelingen. Vlak aan zee hebben de vluchtelingen inmiddels hutten gebouwd. Sommigen zijn met blauw VN-zeil bedekt. Het zijn niet meer dan vier in de grond gestoken takken. Daar bovenop ligt wat samengebonden gras dat als dak fungeert.

“Ik ben alles kwijtgeraakt. Mijn huis is weggespoeld, de akker staat onder water. En hier heb ik ook niets”, vertelt een hoogzwangere vluchtelinge. Het kind aan haar hand vertoont de eerste tekenen van ondervoeding. “Er is geen eten, er zijn geen medicijnen. Ik heb niet genoeg bouwmaterialen voor een hut. Waar moet ik straks schuilen als de regen weer komt?”

De vrouw woont al een week in het vluchtelingenkamp. De 120 kilometer tussen haar dorp en Kismayo heeft ze te voet afgelegd. Sommige van haar familieleden zijn vermist. Als ze praat over de naderende bevalling tekent zich grote wanhoop af op haar gezicht.

De hulpoperatie is buitengewoon moeilijk omdat Somalië geen centrale regering heeft. Sinds president Siad Barre door een staatsgreep in 1991 werd afgezet heerst er een burgeroorlog. Clans en subclans voeren een bloedige strijd om de macht. Een kleine half miljoen mensen is in de afgelopen zes jaar door de gevechten omgekomen. Internationale organisaties hebben nu met factieleiders overeenkomsten gesloten. In het verleden zijn hulpverleners vermoord of gekidnapt. De clanoudsten hebben evenwel beloofd de operatie geen strobreed in de weg te leggen.

In Kismayo heerst een gespannen rust. Kort voor de watersnoodramp werden door de verschillende milities regelmatig bloedige gevechten geleverd. In het door anarchie beheerste Somalië bezit zo'n negentig procent van de bevolking wel een of ander wapen. Bij de wegversperring op de enige toegangsweg naar het vliegveld zit Mohamed Said Hersi, beter bekend als generaal Morgan. Hij is een van de machtigste krijgsheren in Somalië. Zijn voeten zijn gestoken in cowboylaarzen en op zijn hoofd prijkt een Stetson. Een legertje zwaar bewapende mannen waakt over hem.

Generaal Morgan is een man van weinig woorden. “Het lossen van de hulpgoederen is goed geregeld door ons. We hebben de zaak onder controle. Dat wil niet zeggen dat jullie buitenlanders nu moeten ophouden om steun te verlenen”, zegt hij ondertussen met zijn lange vingers door zijn baard strijkend. Daarna vervalt hij in stilzwijgen. De audiëntie is afgelopen.

“Er heeft hier een klein wonder plaatsgevonden”, vertelt Sofia, een gemeenschapswerkster uit Kismayo. “Gisteravond zat ik aan tafel met leden van verscheidene militia. Enkele weken geleden stonden die elkaar nog naar het leven. Tijdens de vergadering werd de strategie bepaald voor de gezamenlijke strijd tegen de watersnood. Zo'n eenheid onder de bevolking heb ik de laatste zes jaar niet gezien.”

De hulpverlening in Kismayo wordt zoveel mogelijk gedaan via bestaande organisaties. Religieuze leiders, vrouwenorganisaties, clanoudsten en militia proberen gezamenlijk het vluchtelingenprobleem aan te pakken. Zij beslissen met de hulporganisaties wanneer en waar voedsel en medicijnen worden verdeeld. “Het is een heel wankel bestand hier. Het minste of geringste kan de gevechten weer doen oplaaien”, vertelt een VN-medewerker.

De bereidheid van de internationale wereld om Somalië te helpen is niet al te groot. Na de desastreuze VN-missie van 1993 wil niemand de vingers branden aan het land. Nederland steekt gunstig af bij de internationale huiver. Het Rode Kruis heeft drie miljoen gulden gekregen en Unicef een miljoen om de eerste noodhulp te bekostigen en de Nederlandse luchtmacht heeft deze week een gratis vlucht uitgevoerd met een DC-10 vol hulpgoederen.

De Somalische luchtverkeersleider in Kismayo is blij met elk vliegtuig dat komt. Hij zit aan de enige tafel in de toren met een oude radio voor zich, waarmee hij contact met de piloten onderhoudt. Omar hoopt dat het buitenland Somalië niet in de steek laat. “Meteorologen voorspellen dat de regen nog wel een week of twee aanhoudt. En ze zeggen ook dat na deze watersnoodramp de regio zal worden getroffen door een ernstige droogte. Alsof we al niet genoeg problemen hebben in Somalië.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden