Waterschappen ondergingen cultuuromslag

In het door dijken omsloten rivierlandschap, dat de commissie-Boertien twee jaar geleden een 'nationaal erfgoed' noemde, is een dialoog op gang gekomen met nieuwe plannen voor behoedzaam omgaan met natuur en woonomgeving. Hebben de adviezen van 'Boertien' voor dijkverbetering effect gehad? In deze derde en laatste aflevering een gesprek met Willem Wolters, voorzitter commissie waterkeringen van de Gelderse Waterschapsbond, pleitbezorger van veiligheid èn landschap. Dit is de laatste aflevering over verbetering van de rivierdijken. De vorige stonden in de krant van 28 en 29 december.

Willem Wolters, sociaal-geograaf, sinds 1988 dijkgraaf van het polderdistrict Rijn en IJssel en nu vier jaar voorzitter van de Commissie Waterkeringen van de Gelderse Waterschapsbond, komt in de eerste plaats op voor de veiligheid achter de dijken. Toch onderkent hij dat 'actievoerders' terecht hebben geageerd tegen wat hij noemt een 'landschappelijk soms vloekende dijkenbouw'.

Opgegroeid in Dordrecht ('ik ben een geboren schapekop') is het oneindig laagland 'waar de stem van het water met zijn eeuwige rampen wordt gevreesd en gehoord' (dichtte Marsman) hem niet vreemd. “Maar als sociaal-geograaf begonnen aan de TH in Delft, had ik als taak de studenten stedebouwkunde erop te wijzen dat de ruimte die zij scheppen ook een sociale ruimte moet zijn, een ruimte waarin geleefd kan worden.” Dus heeft hij er een scherp oog voor dat waterkeringen het landschap, een sociale ruimte, moeten beschermen en niet mogen ontwrichten.

Wordt er nu dankzij het rapport-Boertien bij dijkverzwaringen zorgvuldiger omgesprongen met het landschap?

“Een technologisch hoog niveau in de waterbouwkunde heeft dijkontwerpen gebracht met hoge kruinshoogte, brede taluds recht toe recht aan, en op sommige plaatsen de verdwijning van karakteristieke dijkhuisjes. Eind jaren tachtig waren het 'actievoerders' die terecht ageerden tegen de dreigende aantasting van het cultuurlandschap door de technologisch veiligheid verschaffende, maar soms vloekende dijkenbouw. De waterschappers en waterstaters (in dienst van Rijkswaterstaat) zijn nu hoog opgeleid en hebben waarschijnlijk een meer technisch dan landschappelijk oog. Boertien, maar wellicht meer nog de 'actievoerders', hebben in korte tijd gezorgd voor een cultuuromslag bij de waterschappen. Dat die relatief snel is gegaan, is zeker een verdienste geweest van gedeputeerde Van Dijkhuizen. Hij heeft in Gelderland, waar het grootste deel van de Nederlandse rivierdijken ligt, ervoor gezorgd dat tussen waterschappen en actievoerders een dialoog tot stand kwam en geen gevecht.”

“Daaruit is het Gelders Rivierdijkenplan (GRIP) geboren, dat vorige week door provinciale staten is aangenomen en als toetsingskader voor alle betrokken partijen kan functioneren. Waterschappen bezitten in dit GRIP een instrument waarmee de harmonie tussen landschap en verdediging tegen het water (de dijk) hersteld kan worden.”

Er zijn dijkbewoners die menen dat de dijkverbetering wordt vertraagd door milieu-effectrapportages, die de stichting Red Ons Rivierlandschap nu juist wenst. Is dat terecht?

“Het rapport-Boertien opent als het ware met de mededeling dat 'veiligheid' voor mens en dier voorop staat. De bewoners van het Gelderse rivierenlandschap weten maar al te goed wat 'hoog water' voor hun 'have en goed' zou kunnen betekenen. Ook hebben zij een fijn gevoel voor omstandigheden waartegen in termen van de mens 'veilige dijken' weinig kunnen uitrichten. Als er vorig jaar bij de jaarwisseling tijdens hoog water een Zuidwesterstorm was geweest, had dat zonder twijfel rampzalige effecten gehad. Voor een boer die zijn brood moet verdienen op land afhankelijk van de bescherming door een dijk, zijn landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden in zekere zin luxe problemen. Het is juist dat de 'aanpak-Boertien' en de daaruit voortkomende procedures voor dijkverbetering vertragend werken, vergeleken bij de procedures van vóór 'Boertien'. Alleen al het samenstellen en schrijven van het rapport-Boertien heeft ons twee jaar vertraging opgeleverd.”

Heeft de regering gefaald door, zoals Red Ons Rivierlandschap meent, de Europese richtlijnen voor milieu effect-onderzoek bij dijkverbetering niet toe te passen?

“De Nederlandse regering vindt dat die Europese richtlijn van toepassing is op kanalisatiewerkzaamheden, waartoe strikt gesproken de aanleg van dijken niet behoort. ROR oordeelt dat de aanleg van dijken daartoe wel degelijk behoort, en is door de Arnhemse rechtbank in het gelijk gesteld voor het dijkvak Tiel-Zennewijnen. Afgaande wat kanalisatie werkelijk is (een volledig door de mens beheerste waterafvoer), en de interpretatie van de Europese richtlijn door de Nederlandse regering, meen ik dat de laatste, zuiver waterstaatkundig gezien, in haar mening gestaafd moet worden.”

Worden de aanbevelingen-Boertien voor een steile dijk, inplaats van een dijk met langzaam verlopende taluds, wel opgevolgd?

“Ik ervaar grieven daarover in het algemeen als niet terecht. Laat duidelijk zijn dat de waterschappen in Nederland zich unaniem achter 'Boertien' stellen en de Gelderse waterschappen achter het GRIP, in de totstandkoming waarvan onze medewerkers een groot aandeel hebben gehad. Wèl kan, waar sprake is van uitvoering van een zogenaamd vóór 'Boertien' door de provincie goedgekeurd dijkvak, een talud nog niet helemaal aan de normen zijn aangepast. En ik kan me voorstellen dat er ook bij de thans in ontwerp zijnde dijkvakken om louter veiligheidsredenen gewerkt wordt met steunbermen en flauwere taluds. Dat hangt af van de plaatselijke omstandigheden.”

We kunnen dus zeggen dat de aanbevelingen-Boertien en het GRIP 'niet meer dan adviezen' zijn?

“Die uitlating van de Gelderse gedeputeerde Van Dijkhuizen is volledig juist. Daarbij hebben de waterschappen zich wel te houden aan een 'inspanningsverplichting' voor uitvoering van die adviezen. De kanttekening van Richard Siebers van ROR dat de waterschappen daarbij autonoom blijven is ook juist. Maar elke suggestie dat het met die autonomie maar eens afgelopen moet zijn, is strijdig met de democratische verhoudingen in Nederland. Let wel, de taak van de waterschappen ligt verankerd in de Waterschapswet. Waterschappen zijn functionele overheden met het recht om belastingen te heffen, die aangewend worden voor de veiligheid tegen overstromingen en voor een goede binnendijkse waterbeheersing. De waterschappelijke taak wordt democratisch gecontroleerd door eigenaren gebouwd en ongebouwd en door ingezetenen die samen in de algemene vergaderingen van de waterschappen het bevoegd gezag vertegenwoordigen. Als dijkgraaf van polderdistrict Rijn en IJssel heb ik een eed afgelegd jegens de grondwet afgelegd dat ik mij goed en onpartijdig van mijn taken zal kwijten.”

“De opmerkingen van professor Lambers dat de aanbevelingen-Boertien eigenlijk wettelijk vastgelegd zouden moeten worden, onderschrijf ik. Alleen, in de praktijk acht ik ze onuitvoerbaar. Bij 'Boertien' en het GRIP gaat het om de veiligheid en om het gegeven dat we het landschap moeten kunnen blijven herkennen zoals onze voorvaderen dat aan ons hebben overgedragen - heel belangrijke esthetische kwesties. Bewaar ons voor een democratie die zulke kwesties aan de fantasie van mensen ontneemt door ze in wetten vast te leggen!”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden