Waterdicht toezicht op hbo bestaat niet

Zeven vragen over de controle op de kwaliteit van het hoger onderwijs

De onderwijsinspectie heeft acht hbo-opleidingen op de korrel genomen: die zijn 'zeer zwak' of de situatie is er 'zorgelijk'. Maar alle acht zijn nog niet zo lang geleden goedgekeurd. Hoe zit dat precies? Zeven vragen over het toezicht op het hoger onderwijs.

Wie houdt er toezicht op de kwaliteit?
De belangrijkste instantie op dat gebied is voor hogescholen en universiteiten niet de onderwijsinspectie - zoals in de rest van het onderwijs -, maar de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). Die bestaat sinds 2002 en beslist voor elke opleiding in het hoger onderwijs of die een accreditatie verdient. Dat is een keurmerk voor basiskwaliteit dat opleidingen om de zes jaar opnieuw moeten aanvragen. Opleidingen zonder accreditatie krijgen geen geld van de overheid en moeten dus in feite dicht.

Op grond waarvan verleent de NVAO zo'n keurmerk?

De NVAO kijkt voornamelijk naar de rapporten van deskundigenpanels. Die panels worden op pad gestuurd door een zogeheten validerende en beoordelende instantie (in akelig onderwijsjargon VBI's genoemd). Dat zijn bureaus die hun geld verdienen met toezicht op onderwijskwaliteit. Zo'n VBI wordt ingehuurd door de hogeschool of universiteit zelf om opleidingen tegen het licht te houden.

Wat!? Als de hogeschool betaalt, kan een rapport van zo'n panel toch nooit kritisch zijn?
Dat vindt staatssecretaris Zijlstra ook. Die wil dat die panels in de toekomst echt onafhankelijk worden. Maar zo'n VBI moet ook nu al aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen. En bovendien worden de rapporten van de panels van zo'n VBI beoordeeld door de NVAO.

Als dat rapport niet overtuigend is, verleent de NVAO geen accreditatie.

Gebeurt het dan wel eens dat de NVAO een accreditatie weigert?
Ja. Over een vijfde van de rapporten van zo'n VBI stelt de NVAO eerst aanvullende vragen en soms gaat ze zelf nog op onderzoek uit. Dat gebeurde een paar jaar geleden bijvoorbeeld bij een aantal pabo's. Eén pabo werd uiteindelijk een accreditatie geweigerd; die moest dus razendsnel orde op zaken stellen om sluiting te voorkomen.

Alles goed en wel, maar waarom ging het dan toch mis?
De NVAO zegt achteraf dat de panels bij de acht zwakke opleidingen niet streng genoeg zijn geweest. Ze zijn te bang geweest dat een hard oordeel het voortbestaan van de opleiding in gevaar zou brengen. En ze hebben minder scherp naar het niveau van de afstudeerwerkstukken gekeken dan de inspectie nu doet.

Dat kan dus veel vaker gebeurd zijn, en nog gebeuren...
In het verleden wel, ja, maar sinds begin dit jaar gelden nieuwe regels waardoor de kans op missers in de oordelen volgens de NVAO kleiner is geworden. Zwakke opleidingen worden nu minder snel gesloten, zodat panels niet zo huiverig hoeven te zijn om negatief te oordelen. Daarnaast heeft de NVAO een vinger in de pap gekregen bij het aanwijzen van deskundigen voor die panels. En er ligt meer nadruk op het eindniveau van afgestudeerden.

Staatssecretaris Zijlstra wil nu de onderwijsinspectie een grotere rol geven. Helpt dat?
De inspectie heeft nu al als taak om toezicht te houden op het accreditatiestelsel als geheel. Zijlstra wil dat ze voortaan ook afzonderlijke opleidingen gaat screenen als er signalen zijn dat er iets aan de hand is. Maar NVAO-voorzitter Karl Dittrich waarschuwde al: waterdicht toezicht bestaat niet.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden