Wat zullen ze bang zijn voor opa Ole Einar

Nu het winterseizoen voor de deur staat, moeten we het even hebben over de grootste wintersporter aller tijden. Sven Kramer? Nee, die zeker niet. Ireen Wüst? Nee, die ook niet. Dat we in Nederland het schaatsen overschatten, is op zich niet erg. Ik bedoel: van iets moois moet je genieten toch?

Maar toch. Terwijl we de grootste zomersporter aller tijden, zwemmer Michael Phelps, allemaal kennen, waag ik me eraan dat zo goed als niemand in Nederland ooit van zijn winterse equivalent gehoord heeft: Ole Einar Bjørndalen.

Ole Einar is een Noor. Hij is biatleet, u weet wel: langlaufen en schieten. Op de Olympische Spelen van 1998 won hij zijn eerste medailles. Nu is hij in training voor de Spelen van Pyeongchang, over twee jaar. Nee, 1998 was geen tikfout. Ole Einar is 42 jaar. Dertien olympische medailles won hij door de jaren heen, en twintig wereldtitels.

Een man met krachtige gelaatstrekken. Een sterke kaaklijn en een kuiltje in de kin. Een gelooide huid, als die van iemand die veel buiten is, met fikse groeven in het voorhoofd van het knijpen tegen de zon. Met zijn uitstraling compenseert hij alles: hij oogt gezond, sterk en jeugdig.

Een trainingsbeest, een obsessieve perfectionist, een echte liefhebber. Dat is hij. En dat moet ook wel in een bijzondere sport als biatlon. Zo snel mogelijk langlaufen en dan bij hoge hartslag vijf schoten lossen kan alleen als je volledige controle over lichaam en geest hebt. Ga maar na: de trap af rennen en dan hijgend de sleutel in één keer in het slot steken is vaak al een karwei, tenminste, voor mij wel.

Allereerst is er het langlaufen. Ole Einar heeft een uitzonderlijk goede techniek. En dan is er het schieten. Ze zeggen wel eens dat biatleten hun hartslag heel snel naar beneden kunnen brengen, maar daar hebben ze helemaal geen tijd voor. Ze kunnen gewoon goed schieten bij hoge hartslag. Dat trainen ze eerst bij een lagere hartslag. De intensiteit wordt steeds opgevoerd en dat wordt eindeloos herhaald, tot het een automatische handeling is. Hoe dieper in de race, hoe zwaarder dat wordt: door de verzuring doet alles pijn. Ook schieten, zelfs al gaat dat op de automatische piloot.

Ole Einars trainingsmethode: maandenlange afzondering, in een omgebouwde vrachtwagen. Hij heeft er alles. Bed, badkamer, keuken. Een gym. Een loopband waarop hij met zijn ski's kan trainen. Hoe verder hij in zijn trainingschema is, hoe hoger op een berg hij de vrachtwagen parkeert. Is het mooi weer, dan traint hij buiten. Is het slecht weer, dan blijft hij binnen.

Overal waar hij gaat sleept hij een stofzuiger met zich mee. Je weet maar nooit of het ergens vies is, en als dat zo is, dan moet je daar wel iets aan kunnen doen. Alles om infecties te voorkomen. Hij stookt weleens een vuurtje. Laat de fik uitbranden, tot er gloeiende kolen overblijven. Op z'n Emile Ratelbands wandelt hij daar op blote voeten overheen, om vervolgens het schieten te oefenen. Extra mentale weerbaarheid. En hij doet aan koorddansen voor meer evenwicht en balans.

Na de Spelen van Sotsji kondigde Ole Einar, met weer twee gouden medailles op zak, zijn afscheid aan. Maar een paar maanden later dacht hij: nee. Verkeerde beslissing. Ik voel me fit en heb er nog net zoveel zin in als toen ik twintig was. Dus over twee jaar in Pyeongchang staat er een 44-jarige biatleet aan de start. Reken maar dat de jonkies bang voor hem zijn. Want opa Ole Einar zou zomaar weer een medaille kunnen pakken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden