Column

Wat zou ik graag nog eens in dat alzoekende jongetje van toen kruipen

Beeld Maartje Geels

Ik herinner me nog goed dat we ons eerste televisietoestel kregen: 1967, ik was dertien jaar, het toestel was een Loewe Opta. Een magische naam die nog in mij nazindert, net zoals overigens het kenteken van onze eerste auto, een Renault Dauphine: DX-36-35.

Tot 1967 was het behelpen geweest met de krant, met praatjes van de buren, zoals bij de moord op Kennedy in 1963 waar ik maar geen vat op kreeg of de treinramp in Harmelen, 1962, die net zo goed in een ander land had kunnen plaatsvinden.

Ik holde de school uit om via onze Loewe Opta de wereld te leren kennen, hoewel dat alleen ’s avonds en via twee zenders in zwart-wit kon. Zo gaat dat in de begindagen van iets, je bent al tevreden met het allerkleinste. Alhoewel, het verhaal van Adam en Eva leert ons iets anders over tevredenheid in het paradijs. Enfin. Albert Camus schrijft in ‘De Pest’: ‘Zo moest ieder accepteren dat hij van dag tot dag en eenzaam onder het uitspansel leefde’, maar dat boek is van voor de tv, 1947. Voortaan zou alles anders zijn.

Ik keek met het oog van de nieuwsgierige leerling, alles interesseerde me, van het journaal tot de reisprogramma’s van Dr. L. van Egeraat. Van Pipo de Clown tot Het Gulden Schot. En o ja, Raymond Ceulemans; biljart was nog een televisiesport.

Ooglapje 

Oh, wat zou ik met het besef van nu graag nog eens in dat alzoekende jongetje kruipen en zien wat ik toen zag. Ik viel in 1967 met mijn neus in de boter, te weten de Zesdaagse Oorlog, toen iedereen nog onverbiddelijk voor Israël was en ik zag dat echte helden als Mosje Dayan een krijgshaftig ooglapje droegen.

Aan dit alles moest ik denken toen ik afgelopen zondag, een halve eeuw later, naar ‘Erica op reis’ keek. Vriendelijk reisprogramma met goedlachse BN’er. Ze was in Ethiopië, het land waar wij allemaal vandaan komen, al schijnen recente vondsten iets anders te suggereren; ach ook kennis van de wereld is maar Work in Progress. Ik was er al eens geweest, de smerige markt in Addis Abeba, de rotskerken te Lalibela. Zodoende keek ik er met een vriendelijke blik van herkenning naar, het klopte wel zo’n beetje, maar in het echt was het toch veel indrukwekkender.

Het stierf tegenwoordig van de reisprogramma’s, van de natuurprogramma’s, van mensen die het in een ander land gingen proberen of in verre oorden hun roots zochten. De hele dag kon je de hele aarde overschouwen en als het een beetje meezat, was je er zelfs al geweest. Van Camus’ eenzame mens in het heelal was niets meer over.

Ik probeerde me voor te stellen dat ik nu, in 2017, dertien jaar was en onbevangen aan de vooravond van nog veel grotere ontdekkingen stond: intergalactische reizen, cyborgs, honderdvijftig-jarige mensen, geheel virtuele relaties. Onvoorstelbaar. Of zou het voor die tijd ineens met ons gedaan zijn, vanwege de opwarming van de aarde of een ander soort Armageddon? Weg met alles, nooit meer ‘Zon, Bach, Kant en haar vereelte handen’ om met de dichter te spreken.

Dat was het waarlijk onvoorstelbare. De rest nam je, met de televisie als getuige, allang voor zoete koek aan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden