Wat zou er gebeurd zijn als...?

Schrijfster Jenny Erpenbeck praat niet graag over haar geboorteland DDR: steeds diezelfde vooroordelen. 'Ik stond niet de hele dag in de rij voor sinaasappels.' Ook 'dat opgeklopte gedoe' rond de val van de Muur ergert haar. Maar in haar boeken komt ze niet om die 'Wende' heen.

'Schrijven is voor mij zoiets als een tweede blik op de werkelijkheid werpen. Schrijven biedt me de kans de werkelijkheid nog eens op een andere manier te zien, dingen te ontdekken die je over het hoofd hebt gezien. Je neemt anders waar, je hebt een andere focus, je ziet de wereld zoals die óók had kunnen zijn."

Jenny Erpenbeck formuleert behoedzaam als ze het over het schrijven heeft. Ze denkt diep na, verlangt dat de toehoorder even geduld oefent. In de rest van het gesprek is ze een stuk rapper. Ze praat er op los, lacht veel. Dan gaat het om hoe het was, niet om hoe het geweest had kunnen zijn. "We woonden in Berlijn altijd vlakbij de Muur. Die was er gewoon, daar dacht je als kind niet verder over na. Ik stond heus niet bij de Muur te huilen omdat ik zo graag naar de andere kant wilde. Ik had een gelukkige jeugd."

Er schuilt een zekere gespletenheid in Jenny Erpenbecks leven vóór en na de val van de Muur. Het leven ervóór was nu eenmaal zo, daar wil ze niets aan afdoen. "De DDR was mijn land, ik kende geen ander." Pas nadat de Muur gevallen was, ze was begin twintig, ontdekte ze de magie van het schrijven, het exploreren van een werkelijkheid die ook heel anders had kunnen zijn. De vraag die in het Duits veel mooier klinkt dan in het Nederlands, 'Was wäre, wenn...?', 'Wat zou er gebeurd zijn als...?', werd de drijvende kracht van haar schrijven.

Jenny Erpenbeck (47) is momenteel een van de meest gewaardeerde schrijvers van Duitsland. Vooral haar twee laatste romans, in het Nederlands vertaald als 'Huishouden' en 'Een handvol sneeuw', oogstten lof, prijzen en contracten met buitenlandse uitgevers. Opmerkelijk: in beide romans overbrugt ze met een weids gebaar de Duitse geschiedenis van vóór en na de val van de Muur. Maar zonder dat die val uitdrukkelijk ter sprake komt.

"Dat is wat literatuur vermag: een weids perspectief schilderen. Mijn roman 'Huishouden' gaat over de bouw en het verval van een huis aan een van de talloze meren in de omgeving van Berlijn. Hij gaat over de achtereenvolgende bewoners, hun fantasieën over het huis, hun ingrepen, hun belevenissen, hun drama's, hun vertrek. Maar ik begin de roman met een verhaal over de oergeschiedenis van de grond waarop het huis staat."

Het staat er niet bij vermeld, maar het huis waarover uw roman gaat, was toch dat van uw grootmoeder?

"Inderdaad. Daar heb ik talloze zomers doorgebracht, ik heb er mooie herinneringen aan. Mijn grootmoeder huurde het huis en kocht het twee jaar voor de val van de Muur. Maar in de DDR was het niet zo belangrijk om je huizenbezit in het kadaster in te schrijven, dus deed ze dat niet. Na de val van de Muur raakte ze daardoor haar huis kwijt aan vroegere eigenaars. Die verkochten het weer en de nieuwe koper liet het huis vervallen.

Het was een marteling om dat huis te zien vervallen; ik droomde er 's nachts over, ik werd er ziek van. Ik merkte dat de waardenschaal door de Wende verschoven was. Voor mij had dat terrein met dat huis erop een enorme emotionele waarde. Maar voor de nieuwe bezitter had het alleen geldwaarde. Na vier jaar heeft hij het met winst verkocht. Zo gingen die zaken nu eenmaal na de val van de Muur."

Hoe zat dat eigenlijk, zo'n buitenhuis ten tijde van de DDR? Dat duidt op een geprivilegieerde positie.

"Mijn grootmoeder, Hedda Zinner, was in de DDR een gevierd schrijfster. Ze is gelauwerd met de grootste prijzen die het land te vergeven had. Maar het bezit van zo'n huis was geen speciaal privilege. De andere zomerhuizen aan het meer waren van mensen van allerlei slag, van verpleegster tot fabrieksdirecteur."

Uw jongste roman, 'Een handvol sneeuw', gaat vrijwel geheel over uw grootmoeder. Tot en met haar ontluisterende dood na de Wende in een verzorgingshuis dat op West-Duitse leest was geschoeid.

"Ja, wanneer ze een paar jaar eerder was gestorven, vóór de val de van de Muur, had ze een staatsbegrafenis gehad."

'Een handvol sneeuw' vertelt het levensverhaal van Hedda Zinner in een bijzondere vorm. Haar kleindochter heeft er veel research voor gedaan, maar ook haar rijke literaire verbeelding aangesproken. Erpenbeck laat de hoofdpersoon vijf keer sterven. Maar vier keer herneemt ze de dood door te beschrijven wat er zou zijn gebeurd als ze net aan de dood was ontsnapt. Stel dat iemand een handvol sneeuw op de borst van de baby had gelegd, dan was ze weer gaan ademen.

Wat zou er gebeurd zijn als...? Het is een vraag die u mateloos fascineert.

"Die vraag confronteert mij, en via mijn romans de lezer, met de vergankelijkheid van het bestaan en de onverbiddelijkheid van de tijd."

Wat zou er gebeurd zijn als de Muur niet was gevallen?

"Dan zou ik niet zoals nu almaar moeten uitleggen dat de val van de Muur niet zoveel voor mij betekende. Ik deel de opwinding eromheen niet, dat opgeklopte sentimentele gedoe. Maar misschien was ik nog gewoon te jong toen de Muur viel. Te jong om politiek actief te zijn. Dat waren mensen die een jaar of vijf ouder waren dan ik. Brandende kaarsen in het raam plaatsen en zo. Natuurlijk wilde ik ook niet dat de DDR bleef zoals die was. Dat wilden mijn ouders en mijn grootouders evenmin. We hoopten allemaal dat partijleider Honecker snel zou ophoepelen. Dan kon er iets verstandigs gebeuren.

Ik praat eigenlijk niet graag over de DDR. Vooral omdat ik iedere keer weer stuit op het merkwaardige beeld dat veel mensen van de DDR hebben. Hier om de hoek is de gedenkplaats van de Muur. Daar leren scholieren uit het Westen dat de DDR een boosaardig land was, waar iedereen die over de Muur wilde vluchten, werd neergeschoten. Ze horen niets over wat er misschien ook goed was in de DDR, en wat er nu in de Bondsrepubliek beter zou kunnen. Het eten in de DDR was goedkoop, boeken waren goedkoop, iedereen had werk, ook al was het vaak stompzinnig werk.

Wat ik ook goed vond in de DDR was het polytechnische onderwijs. Zelfs als je wilde studeren, moest je er altijd nog een praktisch vak bij leren. Ik heb boekbinden geleerd en heb dat vak ook een tijdje uitgeoefend. Mijn vader was een groot voorstander van dat tweesporige onderwijs. Ook hij was schrijver, maar vond dat hij daarnaast ook een echt vak moest hebben. Hij was wetenschapper aan de Humboldt Universiteit, gespecialiseerd in de filosofie van de psychologie."

Veel van uw generatiegenoten hebben moeten meemaken dat hun ouders na de val van de Muur hun werk en oriëntatie verloren en in een depressie terechtkwamen.

"Ook voor mijn ouders betekende de val van de Muur een terugslag in hun beroepsleven, maar minder erg dan voor andere mensen. Mijn vader kon zijn werk na enige haperingen voortzetten, en is nu een veelgevraagd onderzoeker en spreker. Mijn moeder, arabiste, verloor haar baan aan de unversiteit maar wist zich met succes als zelfstandig vertaalster te vestigen. Nee, zo erg als bijvoorbeeld Andrea Hanna Hünniger het in haar autobiografische boek 'Het paradijs' beschrijft, was het bij ons niet. Haar ouders raakten volledig de kluts kwijt. Een prachtig boek trouwens.

Alleen mijn grootmoeder heeft een zware klap gekregen. De val van de Muur sloeg de bodem onder haar bestaan weg. Ze was haar leven lang antifasciste geweest, had in de Sovjet-Unie in de tijd van Stalins zuiveringen vreselijke dingen meegemaakt. Uiteindelijk had ze als schrijfster veel succes in de DDR, ze heeft meer dan anderhalf miljoen boeken verkocht. Maar na de Wende ging de uitgeverij failliet. Haar romans, veelal in de DDR gesitueerd, vind je alleen nog op rommelmarkten."

De Muur is mede ten val gekomen door de eis van de mensen in de DDR om vrij te mogen reizen. Speelde dat voor u ook een rol?

"Natuurlijk vond ik die reisbeperkingen storend. Maar vreemd genoeg dacht ik daarbij niet aan reizen naar West-Duitsland. Oké, we luisterden naar de radio van het Westen en keken naar de televisie van het Westen, net als iedereen in het oosten van Berlijn. We kregen pakketten van mijn moeders familie uit het Westen, mijn nichtje stuurde me kleren en haarspelden, die waren daar mooier dan hier. Maar mijn verlangen gold niet de Bondsrepubliek maar Italië.

Als kind verbleef ik een jaar lang in Rome. Mijn moeder was korte tijd met een Italiaan getrouwd en ging met mij bij hem in Rome wonen. Ik beeldde me toen in dat ik later, als ik volwassen zou zijn, naar Rome zou teruggaan. Ik was ervan overtuigd dat de Muur op een gegeven moment zou verdwijnen en dat het geen probleem zou zijn om naar Italië te reizen. Ik heb jarenlang een innige heimwee naar Rome gekoesterd."

Erpenbeck woont evenwel nog steeds in haar geboortestad Berlijn, en nog steeds zoals vroeger vlak bij de Muur, althans bij de laatste stukken die eraan herinneren. Het plein waaraan ze woont doet aan een Italiaans plein denken. Het is pittoresker en groener dan de meeste andere pleinen in Berlijn, en vol kindergeschater en geroezemoes van caféterrassen. Heel blank ook, en welgesteld. Maar bij het binnentreden van haar woning staat daar ineens een donkere Afrikaan.

"Hij is een vluchteling", legt Erpenbeck uit nadat ze hem de deur heeft uitgelaten. "Hij behoort tot de groep illegalen die op de Oranienplatz bivakkeerde en nu in een gekraakte school verblijft.

Ik onderhoud contacten met een aantal van hen, teken hun verhalen op. Daar wil ik iets mee in een volgend boek. Ik vind dat de politici hier in Berlijn op een schandalige manier met deze vluchtelingen omgaan. Ze doen allerlei beloften die ze niet nakomen. Kijk, hier, de Frankfurter Allgemeine Zeitung heeft vandaag een paginagrote aanklacht van mij afgedrukt."

Jenny Erpenbeck heeft niet alleen het schrijverschap van haar grootmoeder en haar vader geërfd, maar ook de overtuiging dat er een betere wereld mogelijk moet zijn. Beter dan zoals de DDR vroeger was, maar ook beter dan de Bondsrepubliek van nu. Hoe zou de wereld eruit zien als... "Als Europa niet zulke hoge muren zou bouwen om vluchtelingen te weren. Dan zou de wereld veel meer lijken op die waarvan mijn grootmoeder droomde. Die nieuwe muren zijn veel hoger dan de Berlijnse Muur van toen."

Dan toch maar schrijfster

Jenny Erpenbeck (Berlijn, 1967) groeide op aan het front van de Koude Oorlog, net aan de oostelijke kant van de Berlijnse Muur. Ze deed eerst een opleiding boekbinden, alvorens theaterwetenschappen en operaregie te gaan studeren, onder meer bij een van de grootste kunstenaars van de DDR, Heiner Müller. Daarna ensceneerde en regisseerde ze muziektheater en toneel in Duitsland en Oostenrijk. Eind jaren negentig, na de geboorte van haar zoon, legde ze zich toe op het schrijven. In haar eerste kleine roman, 'Het verhaal van het oude kind', ontdekte de kritiek meteen een groot talent. Na nog enkele kleinere werken en vele prijzen, volgden twee grotere romans, 'Huishouden' en 'Een handvol sneeuw'. Opnieuw was de kritiek vrijwel unaniem in haar loftuitingen. Bijna al het werk van Erpenbeck verscheen in Nederland- se vertaling bij uitgeverij Van Gennep.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden