Wat zit er voor moois in? Open met die doos!

De kunstredactie van Trouw vraagt een aantal musea om een bijzonder kunstwerk uit het depot te halen dat nog nooit of lange tijd niet te zien was voor het publiek. In deze aflevering de keuze van conservator Fleur Junier van Museum Jan Cunen in Oss.

Het is maar een simpele, ronde doos, beplakt met grijs linnen. Op het deksel staat: Della Scultura & La Luce. Dit móet een kunstwerk zijn, want het komt uit het depot van Museum Jan Cunen in Oss. Maar die saaie doos alleen kan het toch niet zijn? Wat zit er voor moois in? Open met die doos...

Toch hoort deze doos eigenlijk dicht te blijven, want dan komt de bedoeling van dit werk het beste tot haar recht. Dat heeft kunstenaar Marinus Boezem (1934) bedacht. Als het deksel gesloten blijft, gebeurt er iets moois in het donker van de doos. Maar wat de kunstenaar daarmee bedoelt, snap je natuurlijk pas als je het deksel eraf haalt en de inhoud ziet. En daarom staat de doos toch met het deksel omhoog opgesteld, zodat het publiek meteen kan zien wat erin zit.

Dat is wel jammer, vindt conservator Fleur Junier, omdat de verrassing er dan een beetje van af is. De conservator heeft zelf vijf jaar geleden, toen ze in dit museum ging werken, wel die sensatie mogen smaken. "Het contrast tussen binnen- en buitenkant van de doos is zo groot."

Speciaal voor Trouw heeft ze het deksel nog even op de doos gelaten. De eerste indruk is niet opwindend: een suffe doos die wel iets weg heeft van een ouderwetse hoedendoos, maar dan wel een hele platte. Junier trekt eerst handschoentjes aan voordat ze heel langzaam het deksel oplicht en vervolgens schuin houdt, precies zoals de doos vanaf vandaag in de benedenzaal van het museum wordt gepresenteerd.

Een imposant berglandschap zit er in de doos, in reliëf. De kunstenaar heeft er een kaart van het Mont Blanc-massief voor gebruikt. Alle namen van de gletsjers staan erop, je ziet Chamonix liggen en natuurlijk de Mont Blanc, de hoogste bergtop in de Alpen. Maar de doos bergt nog een verrassing: aan de binnenkant van het deksel. Daar bevindt zich een afbeelding van de noordelijke sterrenhemel, met alle bekende sterrenbeelden, Hercules, Gemini, Sagitta.

Marinus Boezem heeft het reliëf zo hoog gemaakt dat als het deksel gesloten is, de bergtoppen de hemel raken. De sterrenhemel ligt dan als een sluier over de bergen.

Junier: "Ik was er meteen verliefd op. Zo'n poëtisch werk had ik nog nooit gezien. Van conceptuele kunst - en daar valt dit werk onder - wordt vaak gezegd dat het moeilijk te begrijpen is voor mensen die geen kunstkenners zijn, omdat het idee achter het werk belangrijker is dan de uitvoering. Maar het mooie van deze doos is dat je toch meteen aanvoelt wat de kunstenaar ermee wil zeggen. Hij heeft het hele universum opgesloten in deze kleine doos."

De doos zou je ook kunnen zien als een metafoor voor hoe een kunstenaar denkt. De verbeeldingskracht straalt er af, zegt Junier. Iedereen droomt er misschien wel eens van om iets dierbaars in een doosje te stoppen, zodat je het altijd bij je kunt houden, je geliefde bijvoorbeeld, of een bepaalde geur die doet denken aan je jeugd. Junier: "Marinus Boezem geeft die droom op een hele poëtische manier vorm. En je snapt nu ook meteen waarom de bedoeling van dit werk het beste tot haar recht komt als de doos gesloten is."

De doos heeft een hanteerbaar formaat. Er is toch altijd wel een plekje in het museum te vinden. Waarom staat hij dan toch al jaren in het depot?

Junier: "Het werk sluit niet naadloos aan binnen onze collectie die bestaat uit negentiende-eeuwse en hedendaagse kunst. Conceptuele kunst hoort daar niet direct bij. Het heeft voor ons museum geen zin om conceptuele kunst te verzamelen, als musea als het Van Abbe in Eindhoven en Kröller-Muller in Otterlo dat veel beter doen. We hebben er ook niet het geld voor. Bovendien zitten we hier in Oss, er is hier geen universiteit of hogeschool. Dit is niet de plek voor een museum dat zich richt op conceptuele kunst."

Marinus Boezem wordt samen met Jan Dibbets en Ger van Elk gezien als de grondlegger van de conceptuele kunst in Nederland. Daarbij gaat het vooral om het idee achter een kunstwerk. In het werk van Boezem speelt de openbare ruimte een belangrijke rol. Hij vindt het belangrijk beeldende kunst buiten de muren van het museum te brengen. Veel van zijn werken passen ook niet eens in een museum. Eén van zijn bekendste projecten is De Groene Kathedraal. Voor dit kunstwerk liet hij 178 populieren aanplanten in de vorm van een gothische kathedraal in de Flevopolder bij Almere. Hiervoor gebruikte hij de plattegrond van de Notre Dame in Reims.

Dat deze conceptuele doos toch in Museum Jan Cunen is beland, komt waarschijnlijk doordat het museum vanaf de jaren tachtig veel werk in oplage heeft gekocht, zoals grafiek, omdat dat relatief betaalbaar is. De doos is ook in oplage gemaakt, er zijn er in totaal vijf van. De andere vier zijn aangekocht door de Rabobank, KPN, Provincie Zeeland en Instituut Collectie Nederland. De aankoop in 1989 kostte Museum Jan Cunen 3750 gulden.

De doos is vanaf vandaag te zien in de benedenzaal van het museum, dat is gevestigd in een monumentale fabrikantenvilla uit 1888. Deze tentoonstellingszaal wordt ook als trouwzaal gebruikt. Tijdens de huwelijksplechtigheid zitten de bruiloftsgasten letterlijk tussen de kunst. Meestal valt dat in de smaak, vertelt Junier. Behalve de keer dat Fransje Killaars exposeerde met haar stoffen en er ook poppen stonden met witte gewaden. "Sommige bruiden vonden dat te veel concurrentie voor hun witte jurken."

Die doos van Marinus Boezem zou ook wel eens een gevaarlijke blikvanger kunnen zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden